Reserveer 1 procent van budget klimaatbeleid voor monitoring

| 9 november 2017

Onlangs ratificeerde het Nederlandse parlement het klimaatakkoord van Parijs. Dat akkoord draait vooral om de emissiereductie van broeikasgassen. Maar ook een ander essentieel punt zou zeker moeten worden gesteld in Nederland: en dat is een nauwkeurige, veelzijdige en langdurig gegarandeerde monitoring van de gevolgen van klimaatverandering. We moeten   de vinger aan de pols houden om het klimaatbeleid aan te kunnen passen als dat nodig is. Dat is ook van groot belang voor onze economie, en daarmee meteen een mooi concreet actiepunt voor de kersverse minister van Economie en Klimaat.

De Tweede Kamer heeft zich eerder dit jaar, gelukkig, uitgesproken voor het zeker stellen van monitoring van het klimaat in Nederland. Helaas gebeurde dit volgens een veel te beperkte definitie, namelijk alleen het meten van onze emissie van broeikasgassen.

En klimaat-monitoring zou veel meer moeten omvatten dan dat. Het zou ook moeten gaan om de talrijke processen die samenhangen met de opwarming van de aarde, niet alleen op mondiale schaal maar ook regionaal. Dit mede gezien het feit dat Nederland extra gevoelig is voor de (economische) gevolgen van klimaatverandering.

Het gaat onder meer om veranderingen in luchtkwaliteit, neerslagpatronen, wolkenvorming, landgebruik en de hoeveelheid waterdamp in de atmosfeer. Niet alleen zouden we ál deze zaken moeten meten, we zouden dat moeten doen met een hoge (ruimtelijke) precisie, zodat we op steeds kleinere schalen weten wat er gebeurt. En misschien nóg belangrijker is dat deze metingen voor de lange termijn zijn gegarandeerd. Want klimaat is iets heel anders dan het weer; bij klimaatverandering gaat het veelal om effecten die zich manifesteren op een tijdschaal van decennia.

Dat laatste aspect, garanties voor de lange termijn, hangt sterk samen met de manier van financiering. Probleem van financiering van meetprogramma’s via NWO of EU is dat de horizon van dit soort onderzoek – financiering voor vier jaar – niet samenvalt met de schaal waarop klimaatprocessen zich voltrekken. Alleen met lange datareeksen krijgen we voldoende inzicht in de trends van klimaatverandering, de oorzaken en onderliggende processen. Los van dit aspect, zou er ook een zekere onafhankelijkheid moeten zijn voor mogelijke (en onvermijdelijke) schommelingen in de politieke besluitvorming.

Om lange termijn continuïteit te waarborgen, pleit ik er voor om structureel een vast bedrag van het budget voor klimaatbeleid, zoals het Deltaprogramma of het Energie-akkoord, vanuit de overheid te reserveren voor een brede monitoring van de effecten van klimaatverandering in Nederland, en ‘ons’ deel van de Noordzee. Ik denk daarbij aan 1% van het budget van klimaatprojecten. Voorwaar, niet een exorbitante eis…

Ons omringende landen gaan ons nu voor in het nauwkeurig monitoren van klimaateffecten. Daardoor laten we in Nederland kansen lopen om een leidende rol te spelen op dit cruciale terrein.

Data die uit meetprogramma’s voortkomen zijn bovendien ook nog eens van groot belang voor de economie; denk aan de voedingsindustrie, windparken en zonne-energie. Een goede meetinfrastructuur zal de innovatieslagkracht in Nederland vergroten.

Het nieuwe kabinet, met de nieuwe minister van Economie en Klimaat voorop, zou er dus goed aan doen om zich te committeren aan langdurige monitoring-projecten op het gebied van klimaat, zoals metingen van broeikasgassen, fijnstof, wolken en neerslag, wind, temperatuur en straling.

Herman Russchenberg

Prof.dr.ir. Herman Russchenberg is hoogleraar Atmospheric Remote Sensing
aan de TU Delft en directeur van het TU Delft Climate Institute.