Rethinking Gentrification! Over zin en onzin van koffietenten.

| 22 oktober 2014

Jos Gadet

Jos Gadet

Soms hoopt een ouder wordend mens dat dingen voorbij gaan. Maar net op het moment dat hij denkt dat gentrification vandaag de dag in Nederland niet meer gezien wordt als een woord dat een vieze smaak in de mond opwekt, of als een proces dat hordes mensen verdringt uit de aantrekkelijke delen van de Nederlandse steden, steekt het anti-gentrification virus weer op een onaangename wijze de kop op.

Soms op plekken waar je dat niet verwacht. Bijvoorbeeld in een uitnodiging voor de talkshow Stadsleven van Tracy Metz . Daarin de constatering dat “al die hippe koffietentjes die overal opduiken in de stad nieuwe energie aan een buurt kunnen geven, maar (Sic!!) ook gentrification in de hand werken”. Tracy Metz gaat hierover in gesprek met stadssocioloog Jan Rath. Hierover twee opmerkingen. De eerste is dat in de uitnodiging het decreet wordt uitgevaardigd dat gentrification niet mag. De tweede is dat het de opstellers van de uitnodiging en ik denk ook Jan Rath (als ik een interview met hem in Het Parool serieus moet nemen) ontgaat dat die koffietentjes juist een symptoom van gentrification zijn. You can’t have one without the other!

Het erge is ook dat Jan Rath en vele anderen, studenten onderwijzen, nee wijsmaken, dat het de plicht van iedere stadssocioloog of –geograaf is om zich te wapenen tegen gentrification. Dat heeft in de eerste plaats niets meer met wetenschappelijk onderwijs van doen, maar vraagt in de tweede plaats behoorlijk wat inspanningen van instellingen als de Amsterdamse Dienst Ruimtelijke Ordening om zonder meer talentvolle stagiaires, trainees of nieuwe collega’s die fris uit de collegebanken komen van deze attitude af te laten kicken.
Er is sinds mijn tijd op de universiteit blijkbaar niet veel veranderd. Ook wij werden bestookt met Angelsaksische literatuur over het verderf van gentrification. Maar de situatie was en is in bijvoorbeeld de VS van een andere orde. Waar daar oorspronkelijke bewoners gedreigd worden met een val van het balkon (lees daarover in het prachtige Twenty Minutes in Manhattan van Michael Sorkin), zijn in Nederland de juridische omstandigheden beschermend voor de oorspronkelijke bewoners.

Ook fraai is het opiniestuk van Arjen van Veelen en Zihni Özdill in NRC Handelsblad van 6 oktober jongstleden: ‘Pleur op met jullie langoustines en biosmoothies’ (cursivering door de auteurs van de eerste twee woorden van deze titel moeten een Rotterdamse tongval suggereren). Beiden trekken fel en ongenuanceerd van leer tegen de nieuwe Markthal in Rotterdam. Ik citeer met verbazing maar evenveel plezier: “De goeie wetenschappelijke term is hier: schaamteloze gentrificatie”, of “…een historische clusterfuck van gentrification en segregatie”. Adembenemend is hun constatering dat Rotterdammers niet zitten te wachten op de Markthal, want (let op): “Rotterdam heeft het hoogste aantal lage inkomens en de meeste werklozen. Dat zijn de echte Rotterdammers”. Close reading: echte Rotterdammers hebben een laag inkomen en zijn arm! Betekent dit dan ook dat als echte Rotterdammers meer verdienen en ze minder arm zijn ze hun Rotterdammerschap verliezen en moeten oprotten naar bijvoorbeeld bakfiets city Amsterdam (bakfiets is overigens ook een term waar de ‘echte’ Rotterdammers zo van gruwen)?
Maar, Van Veelen en Özdill, wat is er toch mis met een instroom van wat draagkrachtige nieuwe bewoners? Om met de door mij zeer bewonderde Michael Bloomberg (voormalige burgemeester van New York) te spreken: ‘they pay the bills’.

De ruimte ontbreekt in dit blog om uitgebreid in te gaan om waarom gentrification een zege voor de stad is. In het kort: een kleine instroom van kapitaalkrachtige nieuwe bewoners heeft een multipliereffect op het voorzieningenniveau en daarmee de aantrekkelijkheid van buurten. Gebaseerd op Amsterdamse ervaringen hanteer ik de vuistregel van 20 procent nieuwe instroom bij renovatie en herstructurering. Dat betekent niet dat de 20 procent oorspronkelijke bewoners moeten oprotten. Zij vertrekken vrijwillig naar voor hen interessantere woonmilieus (of ruimere woningen) elders in stad of regio (dixit Amsterdamse woningcorporaties). Uitvoering heb ik dit beschreven in Terug naar de stad. Geografisch portret van Amsterdam (2011). En ik verwijs graag naar Edward Glaesers Triumph of the City (2011). Daarin wordt ook beschreven dat de sociaaleconomische kansen voor de oorspronkelijke bewoners door gentrification toenemen.

Een andere reden om op deze plek niet te theoretiseren over gentrification is dat een kort gesprek met de eigenaresse van Espresso Dates, een hippe lunchroom in Rotterdam, 2de Middellandstraat vlakbij de Heemraadsingel, de essentie weergeeft van wat gentrification nou echt is. Een uitstekende eet-, koffie- en theegelegendheid met smoothies (jazeker!) en supercookies, maar ook Marokkaanse appel- en dadeltaart en nog veel meer. Deze vrouw met hoofddoek heeft met deze zaak haar jeugddroom gerealiseerd. Het werk na haar HBO-opleiding gaf niet de bevrediging die ze zocht. Niet zonder weerstand van de gemeentelijke bureaucratie (“mevrouw, we hebben een beter plekje voor u”) koos ze juist voor een locatie aan de Heemraadsingel vanwege de stadslandschappelijke uitstraling en het draagkrachtige publiek uit die omgeving. Fingerspitzengefühl! Want vanaf de eerste dag wist het hippe publiek haar droom te vinden. Maar door haar fysieke aanwezigheid nam ze ook de drempel weg voor traditionelere Marokkaanse vrouwen en mannen uit de volksere buurten grenzend aan de Middellandstraat. Menging vanaf het begin in wat Van Veelen cum suis ‘yuppenkot’ zouden noemen.
Bovendien, door haar succesvolle aanwezigheid in de straat wordt het ijs gebroken voor andere ondernemers in die straat. Stukjes bij beetjes verandert het profiel van veel leegstand naar nieuwe winkels.
Maar het allermooiste moet nog komen. De eigenaresse bakt de Marokkaanse taarten niet zelf (‘ben je mal, ik kan niks, en al helemaal niet bakken’), maar heeft de vriendinnen van haar moeder gevraagd zo nu en dan een taart te bakken. Enigszins beschroomd boden die dames hun taarten aan (‘als het niks is kieper je het maar in de prullenbak’). Groot succes. Een van moeders vriendinnen is inmiddels een eigen bedrijfje begonnen in Marokkaanse taarten die over heel Rotterdam gedistribueerd worden.

Dát, Van Veelen & Özdill, Metz & Rath, stadssociologen in het algemeen, dát is gentrification. En mijn Marokkaanse gesprekspartner, de rijke en arme buurtbewoners, ondernemers, en vele andere Rotterdammers, zijn daar maar wat blij mee.

Jos Gadet
Hoofdplanoloog, Dienst Ruimtelijke Ordening gemeente Amsterdam

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *