Valkuilen bij de PAS
Rijk, provincies en hun partners moeten alle zeilen bijzetten

| 8 april 2015

bPRAKTIJK PAS hh-5995270_HH_Bert_Spiertz (1)

Zonder natuurherstel geen economische ontwikkeling; dat is de kern van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Nu deze op het punt van beginnen staat, is het de vraag of het programma de verwachtingen kan waarmaken. Uit een studie van het PBL lijkt dit mogelijk, mits Rijk, provincies en de overige partijen die de te treffen maatregelen moeten uitvoeren alle zeilen bijzetten.

Rijk en provincies aan zet
Voor het herstellen van de stikstofgevoelige natuur zijn de provincies in verreweg de meeste gevallen verantwoordelijk. Deskundigen hebben elk PAS-natuurgebied geanalyseerd en hebben een pakket aan herstelmaatregelen samengesteld waarmee de achteruitgang van de stikstofgevoelige natuur in de eerste programmaperiode (2015 tot en met 2020) tot staan moet worden gebracht. In de twaalf jaar daarna (2021 tot en met 2032) moet de PAS bijdragen aan het realiseren van een duurzaam voortbestaan van deze natuur. Maatregelen van hydrologische aard, zoals het vernatten van natuur, leveren de grootste duurzame bijdrage aan het herstel.

Impasse bij verdrogingsbestrijding wordt doorbroken

Tegelijkertijd is de opgave om de stikstofdepositie terug te dringen. Het Rijk is hiervoor verantwoordelijk via bronmaatregelen die de uitstoot van stikstof beperken, te treffen door de landbouwsector. De maatregelen zijn in te delen in drie categorieën: voer- en managementmaatregelen, die met name de melkveehouderij aangaan; stalmaatregelen, en het aanscherpen van de eisen voor emissiearm bemesten. Het Rijk en de sectororganisaties uit de landbouw hebben een convenant afgesloten om de landelijke ammoniakemissie in de eerste programmaperiode met 5,7 kiloton te verminderen.

Landbouwbedrijf op de grens van het PAS-natuurgebied De Groote Peel. Beeld Hollandse Hoogte, Siebe Swart

Landbouwbedrijf op de grens van het PAS-natuurgebied De Groote Peel. Beeld Hollandse Hoogte, Siebe Swart

Provinciale bestuurders zetten daadkrachtig in op vernatting

De PAS borgt met het resultaat van deze maatregelen het vereiste natuurherstel. Daarbij is rekening gehouden met ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen. Rekenmodel Aerius stelt de te verwachten stikstofdepositie vast en geeft aan wat per gebied de beschikbare ontwikkelingsruimte is. Deze ruimte mag dan op voorhand worden uitgegeven. De overheid hoeft niet af te wachten of de herstel- en bronmaatregelen het gewenste effect sorteren. Mocht na monitoring blijken dat dit in het geding komt dan moet de overheid bijsturen, bijvoorbeeld via aanscherping van de maatregelen.

Herstelmaatregelen
Hydrologische maatregelen nemen staat al sinds de jaren ’90 op de agenda maar heeft tot nu toe weinig succes gehad. De introductie van de PAS kan dat veranderen. Provinciale bestuurders zijn verantwoordelijk voor de maatregelen en zetten hier daadkrachtig op in. Ze willen niet het risico lopen dat de ontwikkelingsruimte in gevaar komt. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat een aantal provincies heeft toegezegd de maatregelen in het uiterste geval af te dwingen; daar is bijvoorbeeld het onteigenen van grond die nodig is voor vernatting niet langer een taboe. Er is voldoende geld beschikbaar, geregeld via het Natuurpact. Daarnaast is het draagvlak voor deze herstelmaatregelen ook buiten het provinciehuis toegenomen, met name bij agrariërs; enerzijds doordat er duidelijkheid is over wat er moet gebeuren, anderzijds omdat er ontwikkelingsruimte beschikbaar komt.

Achter de hand houden van ontwikkelingsruimte is een optie

Desalniettemin gaat het waarschijnlijk niet in alle gevallen lukken om de maatregelen tijdig te realiseren. De meeste provincies hebben enkele probleemgebieden waar vertraging op de loer ligt. Het belangrijkste knelpunt is dat grondeigenaren niet meewerken. Hoewel de provincies in principe de instrumenten hebben om medewerking af te dwingen, kan het lang duren voordat bijvoorbeeld een onteigeningsprocedure is afgerond. Bovendien zijn de kosten daarvan aanzienlijk, waardoor budgetoverschrijding kan optreden. Daarnaast kan het lang duren voordat lokale overheden de benodigde medewerking hebben verleend. Vanwege het omstreden karakter van de maatregelen wachten sommige waterschappen en gemeenten af totdat alle relevante obstakels – grondposities, financiering, draagvlak – uit de weg zijn geruimd. Pas daarna stemmen ze het proces af op hun eigen trajecten.

Rikke Arnouts, Rob Folkert, Dirk-Jan van der Hoek
PBL

Het volledige artikel is te lezen in ROm 4, 2015

Neem een abonnement op ROm
of bestel het nummmer (t.w.v. € 24,00) via info@romagazine.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *