Marijke van Hees over de Retailagenda
‘Ruimtelijke interventies in het winkelaanbod zijn onvermijdelijk’

| 13 december 2017

Lees het volledige artikel in ROm 12, december 2017

De sector die niet op alle fronten lijkt te profiteren van de aantrekkende economie, is de detailhandel. Dat raakt niet alleen de middenstand, maar ook binnensteden en menig dorpskern in het hart. De verlenging van de Retailagenda die minister Henk Kamp voor het aantreden van het nieuwe kabinet aankondigde, lijkt niet voor niets. ‘Grootschalige functieverandering is nog steeds onvermijdelijk’, aldus Retailagenda-voorzitter Marijke van Hees deze maand in ROm

109 zogeheten Retaildeals met betrokkenheid van meer dan 140 gemeenten: dat is volgens Marijke van Hees de belangrijkste opbrengst van de eerste periode van 2 jaar Retailagenda. ‘Duidelijk is dat er vierkante meters uit de markt moeten worden gehaald. Bij veel overheden leefde nog het gevoel dat de markt dat zelf zou moeten doen. Dat is zo, maar met het ondertekenen van de Retaildeals erkennen gemeentebestuurders dat ze mede-probleemeigenaar zijn en ook gemeenten moeten bewegen.’ Dat gaat veel verder dan het verlagen van de parkeertarieven, benadrukt ze. Er hoort een visie bij die antwoord geeft op vragen als: Wat voor stad willen we zijn? Wat voor winkellandschap hoort daarbij? Hoe kunnen we verwachten dat de vraag zich in de toekomst ontwikkelt? Hoe verhoudt zich dit tot het aanbod? Kunnen we aanbod eventueel ruimtelijk concentreren? Hoe vullen we eventuele vrijgekomen meters op een alternatieve wijze in? Hoe kunnen we transformatie ruimtelijk faciliteren?

Wisselende belangen
De problematiek van winkelleegstand is complex, waarbij veel stakeholders betrokken zijn met vaak tegenstrijdige belangen. Waar leegstand doorgaans als maatschappelijk probleem wordt gezien, profiteren juist anderen ervan. Wie inzoomt op kleine aanloopstraten, stuit vaak op een wespennest van bv’s en vastgoedspeculanten die soms elke bemoeienis schuwen of zelfs tegenwerken. Dat is althans het verhaal dat winkelstraatmanagers vaak vertellen.

Ondanks de aantrekkende economie, neemt de winkelleegstand in middelgrote steden toe

Van Hees herkent het geschetste beeld. ‘Zelfs in steden met een sterke retailmarkt als Amsterdam en Utrecht speelt deze problematiek in sommige winkelgebieden. Een kleine vastgoedeigenaar zal niet snel ingaan op een uitnodiging van de winkeliersvereniging om te praten over huurverlagingen. Juist daarom is het zo belangrijk om de problematiek op bestuurlijk niveau te adresseren. Zelfs steden met een sterke retailmarkt zoals Rotterdam of Amsterdam, hebben in bepaalde wijken te maken met vraaguitval en vastgoedspeculatie die de leefbaarheid onder druk zet. En de oplossing vraagt altijd om maatwerk op verschillende schaal in winkelgebieden, dorpskernen of aanloopstraten.’

Dedicated team
Van Hees is zich bewust van de beperkte slagkracht die de Retailagenda tot nog toe heeft, vanwege het ontbreken van een eigen organisatie en een zeer gelimiteerd budget. Daarin schuilt misschien ook wel de kracht van de Retailagenda, die vanuit het ministerie van Economische Zaken als netwerkorganisatie is opgericht.

‘Centra moeten compacter en vragen om nieuwe functiecombinaties.’

Eind september kondigde demissionair minister Kamp aan de Retailagenda met ingang van 1 januari voor een nieuwe periode van 2 jaar te verlengen, maar wel met meer uitvoeringskracht. Er komt ook meer geld beschikbaar. De eerste 2 jaar was de personele inzet beperkt en voornamelijk afhankelijk van de inzet die netwerkpartners konden leveren.. Voor het nieuwe jaar stellen de partners voor de nieuwe periode een dedicated retailteam samen. In totaal levert de detailhandelsector 3 fte’s, het ministerie van EZ 1,5 fte, provincies en gemeenten elk 1 fte en de organisatie van institutionele beleggers in vastgoed 0,5 fte. Gezamenlijk leggen de partners jaarlijks 500.000 euro procesgeld in, aanzienlijk meer dan de 2 ton die tot nog toe beschikbaar was.

Middelgrote steden
Waar de Retailagenda vanaf de start gericht was op het mobiliseren van bestuurders, verwacht Marijke van Hees met de extra menskracht meer ‘inhoudelijke support te kunnen verlenen, indien nodig op projectniveau’. Daar zijn volgens haar goede redenen voor. Het mag dan goed gaan met de Retailagenda, in de detailhandel geldt dat lang niet voor iedere ondernemer. Sterker: dit najaar presenteerden diverse onderzoeksbureaus cijfers die voor middelgrote steden geen rooskleurig beeld laten zien. Ondanks de aantrekkende economie, neemt de winkelleegstand in middelgrote steden en kleine kernen toe. Het nationale beeld is minder ongunstig: de gemiddelde leegstand is 7,4 procent. In sommige grote gemeenten daalt de leegstand. In het centrum van Utrecht met bijna 75 procent, in Nijmegen en Alkmaar nam de leegstand met respectievelijk 60 procent en 48 procent af. Toch zal zonder versnelde actie de gemiddelde leegstand in heel Nederland in 2025 oplopen tot 20 à 35 procent, voorspelden onderzoekers van bureau McKinsey & Company eind oktober. Er zijn inmiddels ook goede voorbeelden dat lokale samenwerking van private en publieke partijen helpt. Zo laten gemeenten als Den Haag en Hardenberg zien. Gemeenten en provincies willen onderling deze kennis delen en maken daarbij gebruik van de inzet van het retailteam.

Probleemanalyse
Van Hees is niet van de dogma’s, maar van een goede probleemanalyse. ‘Winkels gaan failliet met gevolgen voor de werkgelegenheid. Op dat vlak is de detailhandel een sector van formaat, goed voor meer dan 700.000 directe en indirecte banen. We werden geconfronteerd met de disruptieve invloed van het internet, de financiële recessie en demografische veranderingen en gevolgen daarvan voor koopgedrag. Dat riep de vraag op wat dat zou betekenen voor de werkgelegenheid en winkelgebieden.’ In totaal werden 21 afspraken gemaakt waarbij zoveel mogelijk aangesloten is op bestaande initiatieven. Volgens de Kamerbrief waarin Kamp verlenging aankondigde, is op alle punten vooruitgang geboekt.

Jan Jager