Aardgasvrij of energieneutraal en wie is waarvoor aan zet?
Slim starten met de energietransitie

| 15 mei 2019

Auteur Bart van Geleuken

Bart van Geleuken (Beleid op Maat) werkt als zelfstandig adviseur duurzaamheid en energie voor gemeenten

Afscheid nemen van aardgas voor de verwarming van onze gebouwen draagt bij aan een energie- en CO2-neutrale toekomst. Toch zijn het heel verschillende doelen. Dat maakt de energietransitie extra complex. Er doemen vragen op, die tot nu toe nog weinig aandacht krijgen, maar die wel belangrijk zijn voor een doelmatige aanpak van deze transitie.

Dit is een verkorte versie van het artikel in ROm 5, mei 2019. ROm is gratis voor ambtenaren in het domein fysieke leefomgeving. Word nu abonnee!

Elke gemeente in ons land heeft uiterlijk over twee jaar een plan (‘transitievisie warmte’) dat aangeeft hoe alle woningen en andere gebouwen aardgasvrij worden. Een belangrijk alternatief voor aardgas is levering van warmte aan gebouwen door warmtenetten. Die kunnen gebruikmaken van ‘restwarmte’ van de industrie of van energiecentrales. Maar die zijn nog verre van aardgasvrij. De warmtenetten gebruiken dus voorlopig indirect ook aardgas. Warmtenetten hebben doorgaans ook hulpstations om bij te springen tijdens extra koude dagen als er veel vraag is naar warmte. Het zijn als het ware extra kachels om het water bij te verwarmen. En hoe verwarmen die hulpstations het water? Met aardgas. Zie de grijze taartpunt in onderstaande figuur. Die hulpstations kunnen ook gestookt worden met bijvoorbeeld biomassa (houtsnippers, biogas), maar dat is beperkt voorradig en vergt forse investeringen. Erg veel wordt verwacht van geothermie, misschien wel veel te veel.

Bron: Warmtevisie Gemeente Almere, 2017: meer dan de helft van warmte uit geothermie, ook in 2040 nog gebruik van aardgas

 

 

 

 

 

 

 

 

Energieneutraal
Geothermie als energiebron kan een oplossing bieden, maar is duur om aan te leggen en de techniek staat eigenlijk nog in de kinderschoenen. Een detail: met elke kubieke meter warm water die met geothermie wordt opgepompt, komt er vaak onbedoeld ook een kubieke meter aardgas mee naar boven. Zonde om niet te gebruiken, maar dat leidt wel weer tot CO2-uitstoot. Geothermiebronnen raken daarnaast op den duur uitgeput.

Tenslotte iets over energieneutrale gebouwen. Hierover bestaat de nodige onduidelijkheid en begripsverwarring. Is een woning bijvoorbeeld energieneutraal wanneer alle apparaten die de bewoner gebruikt wel of juist niet (in dat geval: alleen het ‘gebouwgebonden’ gebruik) meegerekend worden? Een energieneutraal gebouw gebruikt meestal hoe dan ook energie van buiten in tijden dat er veel warmte nodig is. Bedoeld wordt dan dat een woning energieneutraal is, als die gemiddeld over een heel jaar niet meer verbruikt dan produceert.

Het begrip ‘energieneutraal’ wordt voor een gebouw op diverse wijzen gebruikt:

– een EPC van precies nul;
– op jaarbasis een totaal energieverbruik van precies nul;
– op jaarbasis een totaal energieverbruik van precies nul inclusief materiaalgebonden energieverbruik.
·         (Bron: RVO)

Stap voor stap
Een tweede vraag die opdoemt is, hoe de ambitie om aardgasvrij te worden past bij de ambitie ‘energieneutraal’. Als we onder ‘energieneutraal’ verstaan dat er geen fossiele brandstoffen worden gebruikt (ongeacht waar die energie vandaan komt: binnen of buiten de gemeente geproduceerd), dan lijkt het afsluiten van het aardgas een eerste stap. De werkelijkheid is een stuk complexer. Om maar weer even een woning te nemen: als je nu in plaats van een cv-ketel op aardgas overstapt op een warmtepomp, dan ga je veel meer elektriciteit gebruiken. Meestal veel meer elektriciteit dan je zelf met zonnepanelen op kunt wekken. Rekening houdend met het nog geringe deel duurzame elektriciteit in Nederland (en natuurlijk forse verliezen tijdens transport van elektriciteit) is aardgasvrij op deze manier nog verre van energieneutraal.

Een ander punt is waar het beste in geïnvesteerd kan worden. Een woning aardgasvrij maken is gemiddeld wel te doen voor 25.000 euro, nieuwe woningen voor de helft van dat bedrag en bij aansluiting op een warmtenet zijn de kosten nog (veel) lager. Maar een goede bijdrage aan een woning die zo min mogelijk energie van buiten nodig heeft, betekent investeren in isolatie. En dat kan zeer fors in de papieren lopen, tot tienduizenden euro’s per woning. Die goede isolatie kan ook nog een conventioneel (hoge temperatuur) warmtenet tegenwerken. Want hoe minder energie een woning of gebouw gebruikt, hoe lastiger het is een warmtenet rendabel te exploiteren. Wellicht gaat er daardoor straks veel meer geld naar de aanleg van het beoogde restwarmtenet in Zuid-Holland, dan naar isolatie van de woningen die daar op worden aangesloten. Toch een beetje vreemd, want nu niet vol inzetten op isolatie betekent dat we de meest logische stap in de energietransitie – het beperken van de energievraag – overslaan.

Wie is aan zet?
Nu de weerstand tegen hoge energierekeningen groeit, vindt vrijwel de hele Tweede en Eerste Kamer, en inmiddels ook het kabinet, dat de energietransitie ‘de burger’ niet meer geld mag kosten. Hopelijk bedoelen ze daarmee niet ‘meer dan nu’. Dat zou namelijk een sprookje zijn.

De transitie vraagt enorme investeringen en we zullen met zijn allen die rekening moeten betalen. Ook al wordt het bedrijfsleven zwaarder aangeslagen voor de transitie, dan nog blijft een forse rekening over. Die komt hoe dan ook bij de burger terecht, via de energierekening, via belastingen of door hogere prijzen voor producten. Waar bijvoorbeeld warmtenetten kunnen komen in dichtbebouwd stedelijk gebied met gebruikmaking van goedkope restwarmte, is een businesscase financieel wellicht redelijk rond te krijgen. Maar alle kosten van zeer goede isolatie, warmtepompen en aanpassing van ventilatie in bestaande bouw is kostbaar en niet rendabel zolang de aardgasprijs niet bijna verdubbelt.

Ook groene waterstof is voorlopig zeer kostbaar. De vraag is dan wie die onrendabele investeringen wil gaan dragen. De gebouweigenaar met een hart voor duurzaamheid zal zelf wel wat willen investeren, maar zal daarnaast – begrijpelijk – verwijzen naar de ambitie die ‘de’ overheid (inclusief ‘Brussel’ en ‘Parijs’) zichzelf heeft gesteld.

Oplossingsrichtingen
Lastige vragen en netelige kwesties voldoende dus. De vraag die zich aandient, is hoe we op dit moment toch ‘slim’ verder komen. Tot slot een paar denkrichtingen daarvoor:

  • Gemeenten dienen ambities en doelstellingen te verduidelijken. Veel gemeenten hebben hun best gedaan om heel hoge ambities te formuleren. Het lijkt nuttiger om die ambities zo snel mogelijk concreet te maken door aan te geven wat in bijvoorbeeld vier jaar bereikt moet worden.
  • Samen de eerste stappen zetten. Er is een wereld te winnen als veel meer mensen zonnepanelen aanschaffen, stappen zetten met isolatie van daken, muren, beglazing en vloeren, en door energiezuiniger gedrag zoals korter douchen. Gemeenten kunnen mensen daarbij helpen. Bijvoorbeeld door gezamenlijke inkoopacties te organiseren van isolatie en zonnepanelen. Maar ook door ondersteuning aansluitend bij ‘natuurlijke’ momenten zoals de aanschaf van een woning (gratis energieadvies aanbieden), een nieuwe keuken (korting voor inductiekookplaat) of nieuwe vloer (vloerverwarming stimuleren, geschikt voor lage temperatuurverwarming). Overheden kunnen dat ondersteunen met communicatie en een financiële bijdrage. Koplopers in de energietransitie mogen immers best ook financieel een steuntje in de rug krijgen.
  • Urgentie, zeker, maar overhaast werkt niet. We weten op dit moment echt nog niet wat bijvoorbeeld de bijdrage van waterstof (een energiedrager, geen energiebron!) kan worden. Of hoeveel goedkoper warmtepompen worden. Daar kunnen we ook niet op wachten. We kunnen wel aan risicospreiding doen, bijvoorbeeld door te beginnen met de energietransitie op de gemakkelijkste plekken. Dat kan met een warmtenet dat restwarmte gebruikt, maar gemeenten kunnen bijvoorbeeld ook pilots starten in wijken met een hoog milieubewustzijn en mensen met een bovenmodaal inkomen. Het belang van draagvlak klinkt als een open deur, maar dat zal alleen groeien als gemeenten echt in gesprek gaan met mensen en ze helpen, stap voor stap.
  • Ten slotte: gemeenten moeten nu alle kansen aangrijpen om bewoners, ondernemers en organisaties te helpen om energie te besparen. Overal in de gemeente. Een aanpak wijk voor wijk is daarvoor niet voldoende. En nu alle kaarten zetten op de planvorming zoals een transitievisie warmte is ook niet voldoende. Zichtbaar aan de slag dus!