Stad en land in tijden van corona

| 17 december 2020

Het was me het jaartje wel. Corona ontregelde zowat alles wat er te ontregelen viel, en de presidentsverkiezingen in de VS lieten in het volle bühnelicht zien wat al een behoorlijk tijdje in de wereld sluimert: feiten doen er niet meer toe. Beide ontwikkelingen sloegen ook in Nederland neer, op allerlei fronten, waaronder het debat over de stad-periferie verhoudingen. Hardnekkig maar onwaar zijn bijvoorbeeld de stellingen dat de stad de superverspreider van het virus is en dat stedelingen massaal de steden verlaten. Ik heb dat eerder op dit platform geprobeerd te weerleggen.

Illustratief voor fake news is het artikel van Jonas Kooyman in NRC Handelsblad van zaterdag 5 december jongstleden: Het kon niet op in yuppig Amsterdam – tot de bubbel dit jaar knapte. In dit artikel buitelen prominenten van de hoofdstedelijke Schickeria over elkaar heen om Amsterdam ten grave te dragen. De journalist lijkt zich te verkneukelen bij de veronderstelde gedachte van Tracy Metz dat de stad zijn glans lijkt te hebben verloren. Erg is dat Kooyman Metz een stelling in de mond legt, waar dat bij haar nog een vraag is.

Daarmee wekt de journalist al vrij snel in zijn stuk mijn wantrouwen tegen het vervolg van zijn klaagzang. Zijn anekdotes zijn bijvoorbeeld een fraai staaltje van cherry picking. Hilarisch is die van een dj: “In één keer viel mijn gehele inkomen weg. Al mijn draaiklussen als dj, al mijn shifts in de horeca, al mijn boekingen via Airbnb. Ik heb een uitkering aangevraagd en stond een week later bij de voedselbank”. Om enkele zinnen verder doodleuk te verkondigen dat ze van haar buffer een vliegticket naar Bali had gekocht om daar voorlopig van haar spaargeld rond te komen. Geleuter dus, quasi serieus verwoord door de journalist, gepasseerd bij een slapende (eind)redactie.

“Cherry picking en wijsneuzigheid, niet gehinderd door kennis van zaken en te lui om de feiten te checken”

Andere citaten. “[…]verandering in stedelijke cultuur is een direct gevolg van ontwikkelingen op de woningmarkt”, stelt een jonge architectuurhistoricus. Het lijkt me toch echt dat eerder de ontwikkelingen in de stedelijke cultuur (vooral bepaald door de transitie naar een stedelijke economie) de ontwikkelingen op de woningmarkt hebben bepaald! Dat de architectuurcriticus economische kennis mist, laat hij blijken in zijn wijsneuzige opmerking dat steeds meer mensen in de stad willen wonen door de culturele herwaardering van de stad. “Maar waar komt dat dan door?”, zou de journalist moeten doorvragen, wat hij verzaakte. Ik verwijs hen graag door naar het ruimtelijk economisch oeuvre van Henri de Groot, Gerard Marlet, Walter Manshanden en Enrico Moretti opdat hij in contact komt met termen als thick labor markets, interactiemilieu en bereikbaarheid van banen.

Een ander fraai citaat is van een hoogleraar die verkondigt dat het gemeentebeleid is om met belastingvoordelen ondernemers en bedrijven naar Amsterdam te lokken. Volgens mij gaat de gemeente niet over nationale belastingen, maar dit terzijde. Ronkend gaat hij verwijtend verder: de stad heeft decennia de loper uitgerold voor aanjagers van de economie. Ik zou niet graag in een gemeente wonen die de aanjagers van de economie wegjaagt. Dat door het uitrollen van de loper voor de aanjagers van de economie de werkloosheid onder laag geschoolde arbeidskrachten in Amsterdam als sneeuw voor de zon verdween, wordt volstrekt genegeerd. Feiten die eenvoudig uit de cijfers van het gemeentelijk statistisch bureau zijn te destilleren. Even naar hun website, en hup, de cijfers rollen voorbij.

‘De stad als boosdoener in tijden van corona’

Mede hiermee spat de afkeer van internationals, expats en hoog opgeleiden van de pagina’s van Neêrlands kwaliteitskrant, evenals de afkeer van het gedrag van internationals, expats, hoog opgeleiden. Je eten laten thuisbezorgen of nog erger, met grote regelmaat uit eten gaan, of het inhuren van een schoonmaakhulp, kortom ‘de zucht naar een efficiënter stadsleven’, wordt beschreven als een schande. Terwijl het niet meer is dan een verdere ontwikkeling van wat in de jaren ’70 van de vorige eeuw in zwang geraakte en door geograaf Van Engelsdorp Gastelaars is gemunt in ‘het monetariseren van het huishouden’.

Bovendien lijkt alles zich alleen in Amsterdam af te spelen. Alleen Amsterdammers sporten en bewegen, alleen in Amsterdam moet je reserveren in een restaurant, alleen Amsterdammers bootcampen in parken. Verder is het artikel doorspekt met platitudes die bovendien niet op waarheid berusten: de monocultuur binnen de Ring, de zeepbel van de woningmarkt, de aangeharkte stad. De stad als boosdoener in tijden van corona.

Dat de stad aanvankelijk economisch hard getroffen werd, klopt. Daar waar veel werkgelegenheid is, zeker in de creatieve en dienstverlenende sector zoals horeca, zijn de klappen het eerst en het hardst voelbaar. Maar een stedelijke economie, zoals ook die van Amsterdam, is vanwege zijn diversiteit veerkrachtig. Volgens cijfers van Onderzoek, Informatie en Statistiek is de werkgelegenheid in het derde kwartaal van 2020 met 1 procent gestegen, zijn de WW-uitkeringen met 5 procent gedaald, is de bevolking van Amsterdam gestegen met name door terugkeer van expats, en is de vestiging vanuit de rest van Nederland hoger dan in 2018 en 2019. Feiten, en geen anekdotiek.

‘Een stedelijke economie, zoals ook die van Amsterdam, is vanwege zijn diversiteit veerkrachtig’

Ik maak me niet zozeer druk over de slechte journalistiek waarvan het besproken artikel een ijzingwekkend voorbeeld is. Slechte journalisten hebben altijd bestaan. Ik maak me vooral druk om de weergave ervan in een van de weinige kwaliteitskranten die Nederland nog heeft. Ik maak me er druk over dat in het artikel geen enkele tabel of grafiek staat. Ik maak me er druk over dat niet met tegenhangers gesproken is. Ik maak me druk over de journalistieke luiheid in de Nederlandse media. Ik maak me druk dat veel betrokkenen als bestuurders, politici, ambtenaren, wetenschappers bij het ruimtelijk debat dit stuk klakkeloos en kritiekloos via sociale media verspreiden. Er lijkt geen houden aan.

Een afscheid van 2020 in mineur …

Jos Gadet, hoofdplanoloog bij de Gemeente Amsterdam