Stad of landschap? Stad en landschap!

| 15 maart 2019

Het is niet gek dat bewoners zich bij toenemende ruimtedruk op de stad door wonen, werken en toerisme zorgen maken over de omvang en kwaliteit van het groen. Zo ook de bewoners van het Amsterdamse stadsdeel Noord, die afgelopen week een symposium organiseerden over de weerslag van de groeiende stad op groene openbare ruimte: Meer stad, meer landschap!

Het agenderen van deze onrust is nodig om de overheid bij de les te houden. In het geval van Amsterdam is het groen gelukkig gewaarborgd in de Structuurvisie 2040, in de Hoofdgroenstructuur, in het coalitieakkoord van het huidige bestuur en in het gedrag van Amsterdammers. De voorlopige en nog niet gepubliceerde resultaten van het Grote Groenonderzoek 2018 laten zien dat bezoek aan Waterland, het cultuurhistorische groene landschap ten noorden van Amsterdam, wederom gestegen is, evenals de waardering voor het gebied.
‘Volbouwen van Waterland’ is dan ook niet aan de orde. Sterker nog, Amsterdam en de Metropoolregio zouden  zich in hun eigen vingers snijden: het metropolitane (groene) landschap is immers een belangrijke vestigingsfactor voor nieuwe bewoners en bedrijven. Kortom, uitbreiding ten koste van Waterland is niet aan de orde.

Het metropolitane (groene) landschap is een belangrijke vestigingsfactor

Maar dat betekent wel dat groeiende steden hun nieuwe bewoners moeten kunnen opvangen door inbreiding! Ik wees de bezoekers van het symposium op de ontwikkellocatie Sluisbuurt, waar enerzijds door middel van compacte stedenbouw met hoogbouwaccenten de agglomeratiekracht van stad en ommeland toeneemt, en anderzijds de ecologische voetafdruk per stadsbewoner afneemt. Een locatie op steenworp afstand van de Amsterdamse urban fabric, en via een sluisje en brug het cultuurhistorische landschap van Waterland op loopafstand. Een toplocatie derhalve.

Zo niet volgens de reflecterende Friso de Zeeuw, ontwikkelaar en voorheen hoogleraar gebiedsontwikkeling. Hij wees zijn gehoor erop dat de Sluisbuurt en haar torens zichtbaar zijn vanaf Waterland. De Sluisbuurt ontneemt Waterland zijn lucht en ruimte. De Sluisbuurt is, geachte toehoorders, een slecht idee. Kortom, niet bouwen in het groene ommeland, én niet bouwen aan het groene ommeland.
Ook voor mensen die in de stad wonen kan hoogbouw leiden tot horizonvervuiling. De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB) laat geen mogelijkheid onbenut dit onder de aandacht van de gemeenteraad te brengen (eventueel via de rechter). En dan zijn er nog veel architecten en architectuurhistorici die fulmineren tegen hoogbouw.

 

De ontwikkellocatie Sluisbuurt, waar enerzijds door middel van compacte stedenbouw met hoogbouw-accenten de agglomeratiekracht van stad en ommeland toeneemt, en anderzijds de ecologische voetafdruk per stadsbewoner afneemt. Beeld Gemeente Amsterdam

’Minder dan de som der delen’

Stedelijke ruimtelijke expansie is om economische en ecologische redenen niet wenselijk. Stedelijke inbreiding daarentegen noodzakelijk, al is het bouwtechnisch en juridisch behoorlijk ingewikkeld. Friso’s de Zeeuwen, Vrienden van- en vele architectuurhistorici gooien dan ook nog eens punaises op het ontwikkelparcours. Moeilijk.

Vorig jaar verscheen in The Economist het artikel Less than the sum of their parts. Daarin werd erop gewezen dat (Amerikaanse) steden die niet gemakkelijk binnen hun gemeentegrenzen kunnen bouwen en regionaal meer gespreid naar bouwlocaties moeten zoeken, meer geconcentreerde armoede kennen, meer segregatie laten zien, een minder betrokken bevolking hebben en op minder geschoolde werkkrachten een beroep kunnen doen. Moeten we ons nou meer zorgen maken over de teloorgang van het groene landschap of over de remmende krachten in het debat over stedelijke groei?

Jos Gadet
J.Gadet@amsterdam.nl