Stad, ouderen en een wereld van vreemdelingen

| 4 maart 2015

Jos Gadet

Jos Gadet

Het hart klopt toch even in de keel als je officieel verneemt dat je tot de senioren van Nederland behoort. De boodschapper was Alex Sievers van Beyond Now, een jong bedrijf dat ontwikkelt en adviseert in de woningmarkt voor met name senioren. En ik ben ook nog eens niet welkom in de stad. Van dat laatste merk ik niks, maar dat ik 55 ben voel ik wel. Dus toch maar eens goed luisteren naar de man.

“Amsterdam kent slechts 23 procent senioren (55 en ouder), terwijl dat percentage voor Nederland veel hoger is: 30!” Hij sprak hierover tijdens een ‘talkshow over Amsterdamse woningkwesties’ in Pakhuis de Zwijger op 2 maart jongstleden. Amsterdam doet volgens Sievers niks om die ouderen naar de stad te lokken. Sowieso al enigszins beduusd van mijn prille seniorenbestaan, raakte ik nog meer in de war.

Ik had toch in mijn inleiding een grafiek laten zien dat de instroom in Amsterdam met name jongeren geldt, die in de stad komen studeren? Een instroom die onvergelijkbaar is met andere steden in ons land.

Daarbij komt nog eens dat er een tweede instroompiek is op de leeftijd dat jongeren op universiteiten elders in Nederland afstuderen en waarvan een substantieel deel zijn werkcarrière start in de hoofdstad. Met andere woorden, Amsterdam is altijd al (net als andere universiteitssteden) een stad voor jongeren geweest. En recent een stad voor jonge starters op de arbeidsmarkt. Dan daalt toch, vergeleken met het Nederlands gemiddelde, per definitie het aandeel ouderen, nou ja senioren, nou ja oudere jongeren?

Amsterdam is een sterk groeiende stad qua bevolking. Dus als het aandeel ouderen constant blijft, en dat doet het ook volgens Alex Sievel, dan neemt het absolute aantal ouderen wel degelijk toe. In krimpregio’s neemt weliswaar het aandeel ouderen toe, maar in veel gevallen kan het absolute aantal afnemen. Immers, ouderen gaan gemiddeld iets vaker dood dan jongeren en het aandeel ouderen wordt amper bijgevuld uit eerdere cohorten omdat die de krimpregio’s verlaten.

Daarbij, gezinnen met kinderen verlaten de stad niet meer. Ook niet nadat de kinderen het ouderlijk nest hebben verlaten. Die ouders worden ouder. Dus het absolute aantal ouderen in Amsterdam blijft voorlopig wel op peil. Niks aan de hand lijkt me.

“Maar Amsterdam doet er niks aan ouderen naar de Amsterdamse woningmarkt te lokken!”

Amsterdam heeft inderdaad geen specifiek beleid daarvoor, maar iedereen is welkom, al heeft de stad momenteel haar handen vol om jongeren en startende gezinnen een passende woonplek aan te bieden. Maar willen ouderen die het grootste deel van hun woon- en werkcarrière buiten de stad hebben doorlopen wel naar de stad. Of beter gevraagd: kunnen ze dat wel?

Nee, ze worden hoorndol! Stedeling worden moet je leren, en daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen. Een intuïtieve inschatting mijnerzijds is dat je dat na je 45ste niet meer lukt. Want dat leren doe je spelenderwijs door je in de openbare (stedelijke) ruimte te begeven. In die openbare ruimte ben je aan de Goden overgeleverd. In die publieke ruimte ben je als individu, vrijwillig, anoniem en vrijblijvend aanwezig. Niemand houdt je tegen. Maar je moet je plek wel bevechten. Dit betekent dat de openbare ruimte een open systeem is waar de individuele vrijheid ongekend groot is. De Duitse stadssocioloog Bahrdt (1918-1994) zegt het prachtig: ‘Wo sich eine Öffentlichkeit entwickelt (…) wo eine Gesellschaft lernt, daß man ohne ein geschlossenes System leben kann (…) verlieren die Traditionen an Bremswirkung. Die Geschichte gewinnt an Dynamik. Ihre Entwicklung wird beschleunigt.’ De openbare ruimte als bron van sociale dynamiek en tolerantie! Daar moet je ingroeien!

Die dynamiek en tolerantie is paradoxaal genoeg een gevolg van het feit dat mensen in de stad in beginsel vreemdelingen voor elkaar zijn. Steden, stelt de leerlinge van Jane Jacobs en befaamd Amerikaans stadssociologe Lyn Lofland in A World of Strangers: Order and Action in Urban Public Space (1973), zijn ‘a world of strangers’, en ze vervolgt: ‘() the world of strangers must become routine’, omdat de wereld van vreemdelingen tolerantie en sociale dynamiek garandeert. En dat is hard werken!

Met vreemdelingen moet je leren omgaan. Dat gaat niet vanzelf, en is zeer moeilijk als je de meeste tijd van je leven hebt doorgebracht in suburbane of rurale werelden. Door de veelheid en veelsoortigheid aan mensen in de grote stad kent men het overgrote deel van de overige stadsbewoners niet. Er is dus sprake van ‘onvolledige integratie’, een kernbegrip van Bahrdt. Deze onvolledige integratie (je zou het ook de afwezigheid van een ‘relatiesysteem’, zo kenmerkend voor een dorpsgemeenschap, kunnen noemen), brengt per definitie met zich mee dat je bij een ontmoeting met een vreemde als individuen tegenover elkaar staat. Daarbij bewaar je afstand (‘Distanz’, zegt Bahrdt), want je legt niet meteen je hele curriculum op tafel. Deze afstand schept de mogelijkheid de bedoelingen van de vreemde af te tasten, te doorgronden en te begrijpen. Hieruit volgt begrip, tolerantie en, ‘in a world of strangers’, de noodzaak tot samenwerking met respect voor elkaar.

Dat moet je leren, dat gaat met vallen en opstaan en van au. Dat kun je mensen van mijn leeftijd die dat niet geleerd hebben, niet meer aandoen.

Jos Gadet
Hoofdplanoloog, Dienst Ruimtelijke Ordening gemeente Amsterdam

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *