Stadshart

| 11 april 2019

Winkels zijn en blijven een hoofdfunctie in de centra van onze steden, maar niet alleen meer. Veranderingen in het winkelgedrag van de consument, het opnieuw oprukkende wonen – ook in de centrumgebieden – , de bloeiende horeca, cultuur in al z’n geledingen en vooral evenementen maken het stadshart weer multifunctioneel en vooral een ontmoetingsplek.

Zo was het ook ooit begonnen. De binnenstad was de plek waar het gebeurde, waar je ging winkelen of flaneren, afspraken maakte, een borreltje ging drinken, waar je naar de bioscoop of het theater ging. Maar ook waar je naar het gemeentehuis ging, meedeed aan een protestdemonstratie, je sporthelden toejuichte.

Monofunctionele binnensteden met een verschraald winkelaanbod

Met de suburbanisatie en cityvorming kwam dat multifunctionele stadshart onder druk te staan. Winkelen kreeg de hoofdrol, gestimuleerd door de inrichting van voetgangersgebieden. De cityvorming – in vooral grote en middelgrote steden – met snel stijgende vastgoedprijzen drukte andere functies naar buiten. Naarmate centrale winkelgebieden meer en meer het speeltje van grote vastgoedontwikkelaars en beheerders werden, verschraalde het winkelaanbod.
Sinds tien jaar weten we wat daar de risico’s van zijn.

Internetwinkelen schept zeker nieuwe kansen, ook voor fysieke winkels in stadscentra, maar vooral versleten winkelformules hebben het moeilijk. Faillissement na faillissement, en er zijn grote gaten ontstaan op strategische plekken in het winkelgebied van vrijwel alle Nederlandse steden.
Toch zijn er ook hoopgevende ontwikkelingen, gebaseerd op initiatieven om het stadshart weer sneller te laten kloppen. Met name middelgrote centra staan voor de enorme uitdaging compacter, vitaler en duurzamer te worden. In de praktijk betekent dit dat het centrum en zeker het winkelbestand minimaal 10-20 procent en maximaal 30-40 procent kleiner wordt, constateert Cees-Jan Pen in ROm 4, april 2019 (ook in deze nieuwsbrief). Hij analyseert de aanpak en de uitdagingen in de middelgrote Brabantse steden. Daaruit zijn nuttige lessen te leren, bijvoorbeeld over de noodzaak van een professionele binnenstadsorganisatie.

Verdichting en functiemenging brengen levendigheid terug

Een consistent detailhandelsbeleid is de kern, waarbij ruimtelijke overwegingen de boventoon voeren. Daarmee kan de gemeente branchebeperkingen in bestemmingsplannen onderbouwen en concurrentie vanuit niet-centrumgebieden tegengaan. Het voorbeeld van Appingedam is in dat opzicht leerzaam. Er is een direct verband tussen het opnemen van een brancheringsbeperking in een bestemmingsplan en de vitaliteit van winkelgebieden. Dat blijkt uit nieuw winkelonderzoek, uitgevoerd door Rho adviseurs voor leefruimte, in samenwerking met retaildataspecialist Locatus en Bureau Stedelijke Planning (ROm 4, april 2019).
Zo’n consistent beleid voor de detailhandel past prima naast beleid voor binnenstedelijke verdichting wat betreft wonen en andere voorzieningen. De kunst is om zodoende waarde te creëren en die te verzilveren.

Marcel Bayer
hoofdredacteur