Stadsophemelaars laten starters op de woningmarkt in de kou staan

| 27 juni 2017

De gemeente Den Haag zet in op verdichting: 25.000 extra woningen in de stad. Amsterdam wil 20.000 extra sociale huurwoningen en maakte plannen bekend voor bouwen in het havengebied met 40.000 tot 70.000 woningen extra. Het probleem is dat het merendeel van deze plannen pas echt aan snee zullen komen over een fors aantal jaren. Terwijl nu gebouwd moet worden.  Het Financiële Dagblad kopte dezer dagen: “Bouwgrond raakt op, woningbouw in de knel”. Mensen die proberen in de grote steden een woning te kopen of te huren, zullen dat beeld bevestigen. Je komt er als koper niet tussen en als huurder duurt het jaren voor je aan de beurt bent.

In veel steden wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van binnenstedelijke locaties voor woningbouw en er wordt ook druk gebouwd. Maar het is niet genoeg. De gemakkelijke locaties zijn het eerst aangepakt; moeilijke locaties zullen meer tijd vergen, en die tijd hebben we niet.

Aantallen bouwen in het Amsterdamse Havengebied zal nog wel enige decennia op zich laten wachten, zeker als je als gemeente je plannen bekend maakt terwijl de zittende bedrijven van niks weten. In twee jaar tijd is de markt op veel plaatsen 180 graden omgedraaid. Waar in de crisis gemeenten en provincies nog bezig waren om bouwplannen te schrappen, moeten we nu alle zeilen bijzetten om extra locaties aan te wijzen en bij voorkeur locaties die snel tot ontwikkeling kunnen worden gebracht.

40 procent vertraging
Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) is bezig met een onderzoek naar de vraag of die diverse woningbouwlocaties die in Noord-Holland zijn aangewezen ook tijdig zullen kunnen leveren. In een tussenbericht aan de diverse stakeholders is uiteengezet dat circa 40 procent van die locaties later dan gepland zullen kunnen leveren. En dat terwijl de optelsom van alle capaciteit in alle locaties bij lange na niet voldoende was. Met deze circa 40 procent vertraging erbij zijn we dus nog verder van huis.

Alle onderzoeken wijzen er inmiddels op dat lang niet alle woningbehoefte binnenstedelijk kan worden opgelost. Hoogleraar P. Boelhouwer schat dat 30 tot 50 procent binnenstedelijk is op te vangen. Door de deur voor buitenstedelijke locaties zo strak dicht te houden als veel provincies nu doen, wordt de schaarste nog groter. Dat drijft de woningprijzen op tot ongekende hoogten. Dat maakt het mogelijk om voor binnenstedelijke locaties hogere verwervingskosten op tafel te leggen. Maar intussen staan jongeren op de wachtlijst of kijken tegen onbetaalbare woningprijzen aan. Op termijn moeten we dan alsnog buitenstedelijke locaties ontwikkelen.

Asociaal beleid
Wie dit beleid steunt, is eigenlijk zeer asociaal aan de slag. Vooral degenen die nog aan hun wooncarrière moeten beginnen zijn de dupe. Als je in de grote stad woont en groter wil, moet je weliswaar een megaprijs betalen maar je ontvangt voor je huidige woning ook een hoge prijs. Als je nog moet starten ben je pineut. Stadsophemelaars laten starters in de kou staan. Wanneer breekt de pleuris daarover nu eens los?

Jos Feijtel

Meer columns van Jos lezen?