Energietransitie – kiezen voor stadswarmte of ‘all-electric’
Stijgende kosten voor verwarming in het gasloze tijdperk

| 5 september 2018

De komende jaren neemt Nederland afscheid van verwarmen met aardgas. De transitie heeft tot gevolg dat Nederlanders meer geld kwijt zullen zijn aan de verwarming van hun woning. Nu al is er veel te doen over de prijs van stadswarmte, een van de alternatieven voor gas, terwijl voor het belangrijkste alternatief, all-electric, hoge investeringen moeten worden gedaan. De opties op een rij.

Dit is een beknopte weergave van het artikel in ROm 9, september 2018

Pomp versus net
In 2017 waren er volgens het CBS ruim 224.000 huizen met een warmtepomp. Gemiddeld produceert een dergelijke pomp ongeveer 17 GJ warmte, wat genoeg is om te voorzien in ongeveer 40 procent van de warmtevraag van een woning. Minstens driekwart van de warmtepompen wordt dan ook gebruikt in combinatie met een gasgestookte cv-ketel – de hybride oplossing. Bij stadswarmte liggen de cijfers anders. Er zijn ongeveer 400.000 woningen met een aansluiting op een warmtenet. Huizen met stadswarmte hebben geen gasaansluiting. Met stadswarmte wordt dus 100 procent van de warmtevraag van de woning afgedekt.

Toch zal de grote groei de komende jaren moeten komen van de warmtepomp, zo verwacht het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Die zijn immers relatief snel te installeren. Het aanleggen van warmtenetten neemt veel meer tijd in beslag. Desondanks zal het aantal woningen met een aansluiting op een warmtenet op termijn fors toenemen: het PBL houdt rekening met een toename van vijftig procent tot 2030. De vraag naar lagetemperatuurwarmte zal namelijk groeien en stadsverwarming kan hierin goed voorzien.

Warmtewet
Om de consument te beschermen en te voorkomen dat een warmtebedrijf te hoge warmteprijzen in rekening brengt, is er de Warmtewet. Daarin staan onder meer landelijke spelregels voor de maximale tarieven voor stadswarmte. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) controleert de naleving. Ondanks deze wet klinkt er al jarenlang kritiek op de prijs van stadswarmte. ‘Dat hebben de makers van deze wet destijds een beetje over zichzelf afgeroepen’, stelt energiedeskundige Remco de Boer. ‘De Warmtewet gaat namelijk uit van het Niet Meer Dan Anders-principe, NMDA. Volgens dit principe mag de consument voor stadswarmte niet meer betalen dan iemand met een aardgasaansluiting. Met als gevolg dat voortdurend de vergelijking wordt gemaakt tussen stadswarmte en aardgas, terwijl het eigenlijk verschillende producten zijn. Achteraf gezien had NMDA nooit op deze manier in de wet terecht moeten komen.’

De Boer is niet de enige die er zo over denkt. Ook de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) pleit ervoor om de vergelijking met aardgas los te laten, zodat tariefdifferentiatie en de ontwikkeling van een echt businessmodel voor stadswarmte mogelijk is.
Toezichthouder ACM benadrukt dat bij NMDA wordt uitgegaan van de gemiddelde gasprijs en een gemiddeld huishouden. Volgens een woordvoerder kunnen de tarieven voor stadswarmte niet worden vergeleken met gasprijzen van individuele energiebedrijven op een bepaald moment in het jaar. ‘NMDA houdt ook rekening met de kosten van een cv-ketel. Daarvoor zijn bepaalde aannames gedaan. Natuurlijk betekent dat niet dat dit de enige prijs is waarvoor een ketel kan worden aangeschaft en onderhouden.’ In maart 2018 heeft de Tweede Kamer een wijziging van de Warmtewet goedgekeurd. In deze wetswijziging staat het NMDA-principe nog steeds fier overeind. ‘Er is wel experimenteerruimte voor leveranciers om andere prijzen te hanteren. Prijzen die niet gebaseerd zijn op de aardgasprijs.’

Maximumtarieven
Energiebedrijf Nuon besloot in 2017 om zijn stadswarmtetarieven in heel Nederland te verlagen tot onder de prijs van de goedkoopste leverancier van stadswarmte. Met als gevolg dat de Nuon-prijs overal in Nederland lager is dan het ACM-tarief. ‘Het is het tweede jaar op rij dat we een van de voordeligste warmteleveranciers van Nederland zijn. Daar zijn we trots op, want voor onze klanten is de betaalbaarheid van stadswarmte heel belangrijk en veelal bepalend voor hoe zij ons en onze dienstverlening waarderen’, zegt Alexander van Ofwegen, directeur van Nuon Warmte.

‘De ACM bepaalt zowel voor de variabele als de vaste kosten zogenaamde maximumtarieven’, legt Van Ofwegen uit. ‘Er zijn leveranciers die deze tarieven een-op-een overnemen, maar wij doen het anders en kijken hoe we onze klanten ook qua prijs het beste van dienst kunnen zijn. En het snijdt echt hout: bij een gemiddeld verbruik van 35 GJ is een huishouden bij ons jaarlijks 105 euro minder kwijt dan wanneer we de ACM-tarieven zouden berekenen. Daarnaast gaat de nieuwe Warmtewet ons vanaf 2019 mogelijkheden geven om onze klanten meer keuze te bieden met nieuwe prijs- en productdifferentiaties. Met dit verschil van 105 euro kunnen we in de toekomst een product als 100 procent CO2-vrije warmte tegen een iets hoger tarief aanbieden aan klanten, terwijl de prijs nog steeds past binnen het gereguleerde maximale tarief van de ACM.’

Het aantal stadswarmteklanten van marktleider Nuon groeit. In de regio’s Amsterdam-Almere, Arnhem-Nijmegen en Rotterdam-Leiden maken steeds meer woningen en gebouwen gebruik van een warmtenet.

Infrastructuur
De voorspelling van het PBL over de groei van het aantal huishoudens met warmtepompen en stadsverwarming betekent onder andere dat de elektrificering van huishoudens zal doorzetten. Tot 2030 zullen ongeveer twee miljoen huishoudens een warmtepomp krijgen. Een flinke operatie, die een enorme wissel zal trekken op de energie-infrastructuur. Voor de warmtenetten zullen vele kilometers warmteleiding de grond in moeten om de warmte uiteindelijk bij de mensen thuis te krijgen. En wanneer de warmtepomp zo grootschalig voet aan de grond krijgt, dan zal de stroominfrastructuur verzwaard moeten worden. Regionaal om aan de stroomvraag te kunnen voldoen en in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen zoals elektrisch vervoer, maar ook landelijk, om alle windparken op zee aan te sluiten die de stroom zullen leveren. En dat zonder de leveringszekerheid en stabiliteit van het net in gevaar te brengen.

Alles bij elkaar gaat deze transitie vele tientallen miljarden kosten. Dat geld zal uiteindelijk door de consument opgebracht moeten worden. Hans André de la Porte van Vereniging Eigen Huis kondigt aan dat de belangenbehartiger van woningbezitters bezig is met een onderzoek naar de kosten van de energietransitie. Voor verschillende woningtypen worden berekeningen gemaakt. De verwachting is dat de kosten per huishouden meer dan 10.000 euro zullen bedragen. Dit zijn eenmalige kosten die eventueel over enkele jaren uitgesmeerd kunnen worden. De structurele kosten zullen op jaarbasis gemiddeld zo’n 1000 euro hoger uitpakken dan nu het geval is, zo berekende adviesbureau CE Delft vorig jaar.

Beeld: Nuon-Vattenfall