Consument wil betalen voor duurzamer wonen
Subsidie overheid voor energiezuinige woningen niet nodig

| 3 oktober 2018

De waarde van energiezuinige nieuwbouw neemt toe en de consument is bereid meer te betalen.
Dat komt naar voren uit onderzoek naar de effecten van duurzame woningbouw op de residuele grondwaarde, van de adviesbureaus PAS bv, DWA en Bureau Stedelijke Planning.
Die laatste onderzocht de marktvraag van energiezuinige woningbouw.
Omdat de bouw van deze woningen meer geld kost, is de gedachte vaak dat hierop door gemeenten subsidie moet worden gegeven. Maar dat blijkt niet nodig.

Dit is een ingekorte versie van het artikel in ROm 10, oktober 2018

De eisen aan energiezuinigheid en duurzaamheid van woningen worden steeds strenger.
Zo is vanaf 1 juli een de facto gasverbod van kracht en vanaf 2021 zijn de BENG-normen (bijna energieneutraal gebouwd) verplicht. Om dit te bereiken zijn verschillende maatregelen en investeringen vereist. Deze investeringen brengen meerkosten met zich mee. Hamvraag is dus wat consumenten vinden van een energiezuinige nieuwbouwwoning en of ze bereid zijn hiervoor extra te betalen.

Driekwart consumenten wil gasloze woning
Uit een enquête onder ruim 1000 consumenten (in samenwerking met onderzoeksbureau EVA) blijkt dat 75 procent van de consumenten de voorkeur geeft aan een woning zonder gas boven een woning met gas. Consumenten zien in dat deze transitie gaat plaatsvinden en dat ze voorbereid zijn op de toekomst door hier vroegtijdig in mee te gaan.
Ook projectontwikkelaars merken steeds vaker dat consumenten liever een woning zonder gas willen. Nog sterker: potentiële kopers zijn vaak niet enthousiast over nieuwbouwwoningen met een gasaansluiting. Zij investeren veel geld in hun nieuwe woning en willen hiervoor geen product dat bij oplevering al achterhaald is.

FIGUUR 1 REDENEN VOOR VOORKEUR GASLOZE WONING (AANTAL KEREN GENOEMD)

 

 

 

 

 

Bron: EVA en Bureau Stedelijke Planning, 2018

Energiezuinigheid leeft
Consumenten hechten veel waarde aan een energiezuinige woning. 73 procent vindt dit aspect belangrijk of heel belangrijk bij de aankoop van een nieuwe woning. Projectontwikkelaars onderschrijven dit beeld. De energiezuinige maatregelen moeten daarbij niet ten koste gaan van de ruimte in een huis (bijvoorbeeld grote installaties op zolder). Gebruiksvriendelijkheid en de daadwerkelijke opbrengsten van de maatregelen zijn belangrijk voor de consument. Aarzelingen ontstaan bij de consument doordat het vaak lastig is alle verschillende technische mogelijkheden te vergelijken en te beoordelen.

Consumenten geven de voorkeur aan een duurdere woning met een lagere energierekening boven een goedkopere woning met een hoge energierekening. Aan de respondenten is gevraagd een keuze te maken uit twee vrijwel identieke woningen ‘woning A’ en ‘woning B’. De enige verschillen tussen deze woningen zijn de energiezuinigheid en de vraagprijs: woning A kost € 250.000 en heeft een maandelijkse energierekening van € 200 en woning B kost € 275.000 een maandelijkse energierekening van € 65. Bijna 80 procent kiest dan voor woning B: de duurdere woning in aanschaf met lagere maandelijkse energielasten.

FIGUUR 2 VOORKEUR VOOR DUURDERE, MAAR ENERGIEZUINIGER WONING

 

 

 

 

 

 

 

Financiële prikkels werken
Verschillende financiële arrangementen maken het mogelijk meer te lenen voor een zeer energiezuinige woning. Dit maakt dat consumenten voor een zeer energiezuinige woning meer kunnen betalen. Zo geven verschillende banken, waaronder Rabobank, Triodos en ABN AMRO, rentekorting op hypotheken voor duurzame woningen. Verder stimuleert de overheid de aankoop van zeer energiezuinige woningen door een extra hypotheek van maximaal € 25.000 toe te staan voor een NOM-woning (nul op de meterwoning) of vergelijkbaar. Uit de enquête blijkt ook dat de bereidheid van consumenten om meer te betalen voor een duurzame woning toeneemt als er goede financiële arrangementen zijn.

In de bestaande voorraad is nu al een flink prijsverschil waarneembaar tussen A-labelwoningen en D- en G-labelwoningen. Dit verschil bedraagt respectievelijk circa € 12.000 (A- t.o.v. D-labelwoning) en € 25.000 (A t.o.v. G-labelwoning. Uitgedrukt in procenten is dit 5 tot 10%. Ook verkopen A-labelwoningen gemiddeld 80 dagen sneller in vergelijking met de gemiddelde D-labelwoning. Woningen met een G-label verkopen 40 dagen langzamer dan een D-labelwoning .

Nieuw normaal
Energiezuinig en gasloos wordt steeds gewoner, het ‘nieuwe normaal’. De verplichting om nieuwbouw gasloos te realiseren en de invoering van BENG dragen daar sterk aan bij. Ook de bestaande voorraad zal de komende jaren van het gas worden afgekoppeld. De consument hecht veel waarde aan energiezuinigheid en is bereid daar extra voor te betalen. Financiële arrangementen (extra lenen en rentekorting) maken het mogelijk om dit ook te financieren.

Veel professionals die met duurzaamheid en energiezuinig bezig zijn, denken en praten in technische mogelijkheden. Dit spreekt de consument doorgaans niet aan. De gemiddelde consument is op zoek naar comfortabele oplossingen die geld besparen. Zo is het concept BENG bij de consument nog helemaal niet bekend. Ook een warmtepomp is voor veel consumenten iets ongrijpbaars. Belangrijk is om richting de consument niet over de techniek te communiceren, maar over de voordelen van energiezuinig: comfortabel huis, snel en lekker warm water en geldbesparing. En bovendien goed voor het milieu!

Auteurs Susanne Brugman, Tim Polman en Frans Wittenberg/fw@stedplan.nl

 

Susanne Brugman en Tim Polman zijn adviseur Wonen, Frans Wittenberg is adjunct-directeur Wonen en Gebiedsontwikkeling, alle drie bij Bureau Stedelijke Planning in Gouda.