Tabee taboe

| 20 november 2019

Ik ben in de gelukzalige omstandigheid dat ik een project heb, waarbij ik iedere dag door de natuur mag wandelen. Het werkgebied kenmerkt zich door bos en heide en trakteert mij regelmatig op vergezichten en, zeker in de herfst, op spetterende kleurexplosies. Zo liep ik laatst op een oude schietbaan en hoorde geritsel in de bosjes. Een ree schoot het struweel uit, gevolgd door een vos die mij even later vermanend aankeek, omdat ik zijn sluipexercitie gruwelijk had verpest. Je hoort de vos bijna denken: ‘wat doet dat onmens hier!‘ En ja, hoewel de mens ook onderdeel is van de natuur kan ik hem geen ongelijk geven. De mens heeft in de afgelopen eeuwen tot op de dag van vandaag aardig wat natuur verpest. En nu de stikstofkwestie onze natuur lijkt te verstikken, zijn er drastische maatregelen nodig.

Ik hoor het Rutte onlangs zeggen: ‘Deze door ons genomen maatregelen geven aan dat er wat ons betreft geen taboe is op de maatregelen om de stikstofproblematiek aan te pakken.’

Stoere taal! Nou, nou wat een taboes zijn doorbroken. Geen geboortebeperking, geen halvering van de veestapel, geen verbod op auto’s met een te hoog snelheids- of verbruikspotentieel, geen SUV’s in de ban, geen beperking op de scheepvaart. Geen verbod op brommers en scooters, terwijl die meer vervuilen dan een auto. Zelfs geen stimulering van elektrische brommers (volgens mijn collega Ben zou Willem Holleeder prima ingezet kunnen worden om dit vervoermiddel te stimuleren. Onder het motto: Laat Holleeder brommen).

‘Voor echte taboes moet je niet bij Rutte zijn’

Nee, niets van dat alles! Voor echte taboes moet je niet bij Rutte zijn. We moeten overdag maximaal 100 km/u rijden en de boeren moeten op de samenstelling van hun voer gaan letten.

Okay, een klein voorzichtig taboetje. We gaan naar Brussel om de status van de kleinere, zwakkere natura 2000 gebieden ter discussie te stellen, met het argument dat deze gebieden toch niet meer te redden zijn. Dit noemt men dan robuust en realistisch natuurbeleid!

Zo struinend door de natuur en schoppend tegen de bladeren moet ik ineens denken aan een discussie die ik een jaar of tien geleden met ecologen voerde. Om te beginnen de discussie over wat natuur nu eigenlijk wel is. Hoe we het ook draaien of keren, alle natuur in Nederland is ontstaan door toedoen van de mens. Sterker nog, de natuur die we nu hebben moet worden beheerd en in stand gehouden door die mens. En op het moment dat we het iets los willen laten, zoals bij de Oostvaarderplassen dan komt er een complete volksopstand. Klaarblijkelijk hebben we toch moeite met de uitwerking van de evolutietheorie van Darwin in praktijk.

‘Alle natuur in Nederland is ontstaan door toedoen van de mens’

En dat brengt mij terug naar de stikstofkwestie. Een overdaad aan stikstof heeft invloed op de natuur. Lang hebben we flora en fauna de nek laten rekken (Lamarckisme), maar we weten nu dat dit geen voortdurend resultaat oplevert. Nee, we hebben te maken met een Darwinistische insteek. Heidegebieden verbossen met als gevolg dat ook de fauna hierdoor wordt beïnvloed. De survival of the fittest. Zo wordt de wilde bij steeds zeldzamer ten faveure van de honingbij. Totdat de wilde bij uiteindelijk verdwijnt. Maar dat valt voor menigeen toch moeilijk te slikken. We willen toch echt niet aan onze kinderen uitleggen dat er vroeger allerlei dieren en planten voorkwamen die door ons toedoen zijn verdwenen. Dus blijven we beschermen en beheren.

De vraag is wel: hoe ver durven we te gaan in die beschermingsdrift?

Een voorbeeld:

Ten behoeve van een project diende er watergangen gebaggerd te worden. Hiertoe moesten we uiteraard letten op de aanwezigheid van kleine dan wel grote modderkruipers. Een visje dat een hybride levenswijze kent. Vanuit mijn onwetendheid en onbenul had ik een gedachte die ik aan een van de ecologen voorlegde. ‘He Frank, de kwetsbaarheid van die grote modderkruiper, kunnen we dat niet op een andere manier oplossen?’

Een geïnteresseerde blik. ‘Nou als we nu eens die soort gaan kweken. Dan kunnen we gewoon baggeren zonder gedoe en daarna die modderkruiper weer uitzetten na de werkzaamheden.’

De blik van Frank verandert van interesse naar verbazing. ‘Fred wat zeg je nou! Dan is het toch niet meer de oorspronkelijke soort!’

‘Ach, oorspronkelijk, oorspronkelijk, is dat nou zo erg?!’

Frank schudt mistroostig zijn hoofd en zijn gezichtsuitdrukking doorloopt alle stadia van verbazing naar afschuw.

Klaarblijkelijk lag er ook hier een taboe. Ik vraag me af in hoeverre dit taboe nog steeds geldt.

’Zie je het al voor je? Naast de tulpenbollen veredelde natuur als exportproduct’

De natuur is continue aan verandering onderhevig. De natuur van nu is niet de natuur van een paar eeuwen terug, laat staan van nog verder terug in de geschiedenis.  

Moeten we vasthouden aan het natuurbeeld van nu? En tegen welke kosten dan? Of moeten we gaan investeren in soorten die klimaatbestendig en stikstofbestendig of zelfs minnend zijn. Of nog een stap verder: het kweken van de huidige soorten en die veredelen tot stikstofbestendige soorten.  Nederland staat immers bekend om het veredelen van allerlei soorten gewassen. Zie je het al voor je? Naast de tulpenbollen veredelde natuur als exportproduct.

Kortom, hoe maakbaar is de natuur en hoe ziet die natuur er dan uit?

Zoals uilen braakballen met onverteerbare resten uitstoten, zie ik in mijn gedachte al hoe de ecologen mij bestoken met tegenwerpingen, argumenten en wat al niet meer. Dus hierbij vast een sorry voor Luc, Niels, Frank, Jeroen, Jasper, Pim, Remco, Suzan, Wim, Adrie, Marcel, Bas, Lotte, Margreet en allen die in de kweekvijver van ecologie rondzwemmen.

Fred Bransen
fbransen@casema.nl

is als programmamanager ruimtelijke kwaliteit/consultant werkzaam bij ingenieurs- en adviesbureau Tauw