Tegen(-)gas: warmtenetten

| 23 januari 2019

Het artikel Stoelendans rond warmtenetten (ROm 11, november 2018) opent met de zin: ‘Warmtenetten gaan in de nabije toekomst een groot deel van de stedelijke gebouwde omgeving van warmte voorzien’. Optimisme is mooi en verder kom je als je er ook realisme aan toevoegt. Tegengas helpt daarbij. Ik agendeer twee punten: slim investeren en menselijk gedrag.

Een investering in een warmtenet is een slimme investering als met een beperkte inspanning (de maatschappelijke kosten) een zo groot mogelijk resultaat (de maatschappelijke baten) wordt bereikt, met een minimum aan risico’s. Wat laat de praktijk van ontwikkeling van warmtenetten zien?
Zoals bij elke hoofdinfrastructuur zijn de kosten van aanleg van het netwerk zeer hoog. Als er een bestaande warmtebron is, is dat een meevaller. Aanleg van een warmtenet in een bestaand bebouwd gebied zal duurder zijn dan in een stedelijke uitleggebied. Bij stedelijke uitleg is de vraag wat de zin van aanleg is. Juist daar is de warmtevraag beperkt te houden door goed te isoleren. Een warmtehoofdinfrastructuur in een uitleggebied zal zonder andere koppelmogelijkheden, zoals bedrijven met een grote warmtevraag, zelden leiden tot een sluitende business-case.

’Een warmtenet aanleggen in uitleggebied heeft weinig zin’

Binnen bestaand bebouwd gebied zijn de aanlegkosten hoger. Vele inpassingshobbels moeten worden genomen. Denk aan kruisingen met vaarwegen, spoorwegen en (hoofd)wegen. Inpassing in bestaande straatprofielen gaat niet vanzelf. De vraagkant bestaat uit veel perceeleigenaren met een relatief kleine vraag: de woningeigenaar van een grondgebonden woning domineert. Een context met grote warmtevragers in bestaand bebouwd gebied zoals productiebedrijven, ziekenhuizen, grote onderwijsgebouwen, grote gestapelde woningcomplexen en (sport)voorzieningen is een eerste vereiste. Slechts in een beperkt aantal (grotere) steden is die context aanwezig. Daar kan aanleg en verdere uitrol van een warmtenet lukken vooral dankzij de beschikbare subsidie.

Bij de ontwikkeling van warmtenetten wordt weinig aandacht besteed aan het gedrag van potentiële afnemers en aanbieders. Enkele voorbeelden uit interviews in het kader van de studie Ruimtelijke kansen voor warmtenetten. De particuliere huiseigenaar wil er warm bij zitten, tegen geringe kosten en zonder al te veel gedoe. Veel eigenaren zeggen ‘keuzevrijheid’ te willen. Ze zitten niet te wachten op een ‘monopolist’ waarmee je een contract voor lange tijd moet afsluiten. Hoe krijg je deze mensen mee? Bovendien denkt een deel van de potentiële klanten, vaak terecht, een beter alternatief voor zijn warmtevoorziening te hebben in de vorm van een decentrale oplossing.

Laat een grondige maatschappelijke kosten-batenanalyse voorafgaan aan keuze

Beslissers bij bedrijven hebben een eigen rationaliteit. Neem bijvoorbeeld de exploitanten van een bestaand warmtenet. Daar zit de leiding er niet op te wachten om hun gesloten warmtenet met anderen te delen en ruimte voor bronnen van anderen toe te staan, tenzij het de hoofdprijs oplevert. Voor beslissers van bedrijven, die in potentie warmte kunnen afnemen, is van belang dat ze niet afhankelijk willen zijn van één leverancier. Wat als die er mee stopt? Angst voor een, voor het bedrijf, onbekende vorm van warmtevoorziening is een argument om geen aansluiting op een warmtenet te nemen.
Het is een politieke keuze om voor warmtenetten te kiezen. Groot voordeel is dat warmtenetten visueel geen aanslag op de kwaliteit van de ruimte zijn én, mits gebruikmakend van duurzame bronnen, een stevige bijdrage leveren aan de CO2-reductie in de gebouwde omgeving. Laat aan die politieke keuze een grondige maatschappelijke kosten-batenanalyse (mkba) ten grondslag liggen. Laten we de deskundigheid in de samenleving gebruiken om zowel de mkba’s als business-cases te beoordelen. De grote financiële bijdrage van overheden rechtvaardigt de eis om alle begrotingen open op tafel te krijgen en de uitdaging aan te gaan om de forse subsidiebedragen te laten resulteren in een zo groot mogelijke maatschappelijke meerwaarde. De discussie uit de tunnel van de energietransitie trekken helpt. Benader het niet alleen technisch en bedrijfseconomisch, maar heb ook oog voor menselijk gedrag en ruimtelijke kwaliteit. Dan kunnen we tegen gas zijn en voor warmtenetten met een duurzame bron.

 

Henk Puylaert
henkpuylaert@h2ruimte.nl