Terug naar toen

| 4 december 2020

Het is nog niet eens zo lang geleden dat woningcorporaties huizen mochten bouwen voor de middengroepen. Dat konden duurdere huurwoningen zijn of betaalbare koophuizen, al dan niet voorzien van een terugkoopoptie. In achterstandswijken woonden grote migrantengezinnen naast hoogopgeleide stellen. Sociale verhuurders mochten hun woningen immers aan iedereen aanbieden die op de wachtlijst stond. Kinderen of volwassenen die de boot dreigden te missen, kregen extra taallessen of volgden een kookcursus om uit hun isolement te komen. Daar waren gemeentelijke programma’s voor, betaald door de rijksoverheid.

Diezelfde rijksoverheid zette in die jaren ook zelfbewust de lijnen uit voor de inrichting van Nederland. Bij iedere volgende RO-nota keken lokale bestuurders en private partijen met spanning naar de geplande woonwijken en OV-verbindingen. Was hun lobby geslaagd of moesten ze een pas op de plaats maken om het groen rond de steden te behouden? Natuurlijk ging het ook wel eens mis en werd er bijvoorbeeld een hogesnelheidslijn aangelegd die wel in Breda maar niet in Den Haag stopte. Maar iedereen wist wel waar hij aan toe was en kon zijn eigen beleid of investeringen afstemmen op de visie van het kabinet.

‘De bestuurlijke drukte nam bij gebrek aan een regisseur excessieve vormen aan’

Met het aantreden van Mark Rutte als minister-president kwam er een einde aan die praktijken. De ruimtelijke ordening werd gedecentraliseerd naar provincies en gemeenten. Woningcorporaties bouwden alleen nog voor de armste huishoudens waar marktpartijen geen brood in zagen. Lange tijd leek het neoliberale beleid te werken. Beleggers investeerden in betaalbare studentenwoningen. Gemeenten lieten burgers via co-creatie meebeslissen over nieuwe woonwijken. Maar de bestuurlijke drukte nam bij gebrek aan een regisseur wel excessieve vormen aan. En in oude stadswijken moesten laagopgeleide huurders zichzelf maar zien te redden. Middengroepen die hun heil bij beleggers en ontwikkelaars moesten zoeken, kwamen van een koude kermis thuis.

Inmiddels zijn de problemen op de woningmarkt en in de ruimtelijke ordening zo groot geworden dat de klok stilletjes weer wordt teruggezet. Zo vereenvoudigde het kabinet de markttoets en kunnen corporaties weer middeldure huurwoningen bouwen. Met extra investeringen in zestien achterstandswijken gaf het Rijk een nieuwe impuls aan de stilgevallen stedelijke vernieuwing. En minister Kajsa Ollongren bepaalt via project- en locatiesubsidies steeds nadrukkelijker op welke locaties er wordt gebouwd. Wie de verkiezingsprogramma’s van de grote middenpartijen leest, ziet in de volgende kabinetsperiode de verhuurdersheffing gehalveerd en een nieuwe minister voor Wonen en Leefomgeving aantreden. Die kan met een aangescherpte NOVI de regie meer naar zich toehalen en een einde maken aan de verwarring en besluiteloosheid op ruimtelijk gebied.

Jaco Boer