Thuis met de schoorsteen in zicht

| 23 november 2017

Het is tien voor twaalf in de ochtend. In de trein vanuit Den Haag naar Utrecht zie ik hem in de verte staan. Stoer en trots tegen de blauwe lucht. Het kolossale bouwwerk met de van verre herkenbare schoorsteen. De grijze pijp met in de top een witte band. Met 148 meter het hoogste bouwwerk van Utrecht, de Domtoren ruim overtreffend. De energiecentrale van PEGUS (het Provinciale en Gemeentelijk Utrechts Stroomleveringsbedrijf) op industrieterrein Lage Weide. Voor automobilisten zichtbaar vanaf de A2 richting Amsterdam en voor de schippers in zicht vanaf het Amsterdam Rijnkanaal. Een baken, zichtbaar vanuit de wijde omgeving. Ik kan me bijna niet voorstellen dat er iemand is die de centrale, en dan vooral de schoorsteen, niet op zijn netvlies heeft. Voor mij is de centrale alom tegenwoordig. Sinds de ruim 25 jaar die ik in Utrecht-West woon is hij vrijwel dagelijks in mijn blikveld. Maar ik ken hem al veel langer. Van jongs af aan.

Toen ik in de vierde klas van de lagere school zat dirigeerde meester Casander ons op een ochtend naar het raam van het klaslokaal. “Het is vandaag zo helder dat we zelfs Utrecht kunnen zien!”, zo hield hij ons voor. We verdrongen ons bij het venster op de eerste verdieping van de St. Antoniusschool in het Zuid-Hollandse plaatsje Noorden. De bijzondere meester wees de kijkrichting aan en wij scherpten onze blik. Uitkijkend over de plassen en het vlakke land zagen we Utrecht in de verte liggen. Niet de Domtoren maar de schoorstenen in Lage Weide – toen nog twee – waren zichtbaar aan de horizon. Dat je zover kon kijken en zelfs het verre Utrecht zag liggen was voor ons negenjarigen een bijzondere les. Het gaf ons een besef van ruimte en afstand. Hemelsbreed was de afstand naar de pijpen zo’n twintig kilometer. De schoorstenen kende ik toen ook al van dichterbij. Tijdens de vele autoritten die we met het gezin maakten, op weg naar visites bij vrienden of een weekend bij opa en oma in Drenthe, reden we vaak bij Breukelen de A2 op en vervolgden we via Utrecht onze weg het land in. Ik hield van die ritten, keek eindeloos naar buiten en nam het landschap in me op. Nog steeds herken ik zo veel plekken, gebouwen en routes die ik als kind in me op nam. Ook de imposante centrale an de rand van Utrecht kwam zo in bij mij in beeld. Op de grote goudgele klok, die de gevel nog altijd siert, keek ik hoe laat het was. Met de schoorstenen bij Utrecht in zicht, waren we bijna thuis. Nog een half uurtje rijden.

25 jaar later is het landschap veranderd. Als ik vanuit de trein naar buiten kijk zie ik langs het spoor temidden van kranen Leidsche Rijn Centrum verrijzen. De weilanden tegenover de Pegus centrale aan de overzijde van de A2 zijn de afgelopen jaren al vol gebouwd met de komst van de vinexwijk. De grenzen van Utrecht strekten zich met de stadsuitbreiding verder westwaarts uit. De centrale staat niet meer aan de rand van de stad maar er midden in. Tijdens mijn vele wandelingen en fietstochten door Leidsche Rijn zie ik dat de schoorsteen vanuit vrijwel alle hoeken zichtbaar is. Ook in het woud van nieuwbouwwijken en op de kronkelige paden van het Maximapark is het een ideaal oriëntatiepunt. Ruim tien jaar terug was er een plan voor een toren langs de A2. De Belle van Zuylen-toren, die met 262 meter de hoogste van Nederland zou moeten worden en de blikvanger van Leidsche Rijn. Het plan stuitte op weerstand en werd megalomaan genoemd. Het Planbureau voor de Leefomgeving deed in 2009 onderzoek naar de zichtbaarheid van de toren vanuit de wijde omgeving. De onderzoekers concludeerden dat de toren in theorie over een afstand van maar liefst 62 kilometer te zien zou zijn. Maar doordat de Nederlandse weersomstandigheden vaak minder goed zijn zou de zichtbaarheid op grote afstanden (van 30 kilometer en meer) beperkt zijn tot minder dan tien procent van de tijd. Ook bij het verschijnen van de studie van het Planbureau, waar ik toen werkte als persvoorlichter, dacht ik terug aan die heldere dag waar we met meester Casander de schoorstenen van Utrecht vonden aan de horizon. De Belle van Zuylen toren kwam nooit van de grond. Gelukkig maar. Met de energiecentrale van de PEGUS is er al een formidabel landmark. De resterende schoorsteen is niet meer in gebruik, maar behouden als industrieel monument.

Ik hou van het machtige bouwwerk. In juni ging ik tijdens de Dag van de Architectuur op bezoek bij mijn geliefde buurman, de Pegusfabriek. Zo dichtbij als toen zal ik er niet vaak meer komen. Maar toch, ik zie hem het liefst op afstand. Met de schoorsteen in zicht ben ik thuis.

Paul Splinter

The Missing Link