Thuiswerken als emancipatiemachine?

| 21 januari 2021

Het thuiswerken tijdens de lockdown in de huidige coronacrisis blijft een interessante geografische ontwikkeling en dus belangrijk voor de ruimtelijke ordening. Welk effect heeft de ‘ontdekking’ van het thuiswerken in de nasleep van deze pandemie?

Aanvankelijk een hallelujastemming. Het werk blijkt er niet onder te lijden, sterker nog, er is sprake van een stijging van de arbeidsproductiviteit. Ontwikkelaars en bedrijven vragen zich af waarom ze nog kantoren zouden bouwen op peperdure locaties terwijl het werken ook op afstand kan.

Maar naarmate de tijd vordert, worden twee nuances aangebracht: blijft de hoge arbeidsproductiviteit ook zo hoog wanneer de lockdown nog langer aanhoudt, en is de verhoging van de arbeidsproductiviteit niet een gevolg van het langer en dus meer werken van de thuisblijvers?

Belangrijk is ook dat tijdens de eerste lockdown velen het thuiswerken omarmden, en dat het enige wat men miste de fysieke contacten met collega’s waren. Inmiddels lijkt dit laatste de overhand te krijgen en het plezier van het thuiswerken te verdringen.

Het effect van het thuiswerken zal vooral neerslaan in de stad

Een andere belangrijke constatering is dat thuiswerken niet voor iedereen is weggelegd en alleen interessant is voor (de meeste) kenniswerkers. Die wonen en werken voornamelijk in steden. Het effect van het thuiswerken zal vooral neerslaan in de stad. Een verontrustende krantenkop is te lezen in de Frankfurter Allgemeine: “Markt für Bürovermietung bricht ein!”. De acute situatie op de Frankfurtse kantorenmarkt lijkt alarmerend. Ook de berichten uit Brussel zijn verontrustend. De horeca op de fameuze Place Jourdan in het Europese centrum van de stad is uitgestorven: de EU-ambtenaren werken vanuit huis, heel erg ver weg van de Brusselse hectiek. Toch blijken die vooral het gekonkel op de Place Jourdan te missen. Experts zijn daarom van mening dat de lege kantoren in deze belangrijke politieke en financiële centra een frictieverschijnsel is. In Amsterdam is de kantorenmarkt overigens nog steeds in leven.

Kortom, aan het front van het thuiswerken is het nog flink onrustig. Zijn er niettemin toch enkele structurele conclusies te trekken inzake de impact van remote work op de stad? Wellicht! De huidige pandemie heeft aangetoond dat thuiswerken kan! Zonder dat het bedrijf of de economie in elkaar stort. Ontwikkelaars, werkgevers en werknemers zullen zich wel tien keer achter hun oren krabben voordat ze de voordelen van het thuiswerken na de crisis overboord gooien.

Vervolgens, het gemis aan face to face contact is natuurlijk schrijnend in een lockdownsituatie waarin het nagenoeg onmogelijk is elkaar fysiek te ontmoeten. Maar na de pandemie is dit wèl weer mogelijk en zullen thuiswerkers elkaar zeker weer gaan opzoeken. Maar men hoeft niet voortdurend op elkaars lip te zitten, en bij voorkeur niet meer in een traditioneel kantoor.

Nu al blijkt uit onderzoek dat kenniswerkers in de toekomst nog maar de helft van hun werktijd op kantoorlocaties willen doorbrengen. De flexplek op kantoor verandert in een (individuele) ruimtelijke combinatie van thuisplek, flexplek in de buurt, vergaderlocaties verspreid over de stad, en third places (recent in de New York Times).

Niet de ruimte bepaalt het werk, maar het werk bepaalt de ruimte!

En juist die combinatie vereist nabijheid: snelle bereikbaarheid te voet, per fiets of openbaar vervoer. Want de beweeglijkheid in het gebruik van die plekken is niet gefixeerd. Naïef is de in vele debatten geopperde veronderstelling dat thuiswerkers massaal op maandag, woensdagmiddag en vrijdag thuis blijven, op de andere dagen de ‘interactieve‘ venues opzoeken, en zodoende kunnen gaan wonen in de periferie van Nederland. Naïef, omdat de behoefte aan interactie amper te plannen is. Die doet zich onverwacht voor. Dan wil men snel contact. Niet de ruimte bepaalt het werk, maar het werk bepaalt de ruimte! Dat vereist de mogelijkheid snel van de verschillende plekken te wisselen. Dat vereist nabijheid.

Dat vereist stedelijke constellaties, waar temporele en ruimtelijk pieken van drukte juist over tijd en ruimte worden gespreid. En dat is weer een prettige bijkomstigheid in een toekomst waarin we volgens velen rekening moeten gaan houden met periodieke uitbraken van dodelijke virussen. Want gebleken is dat niet dichtheid (de stad), maar drukte (events) de ideale omgeving voor virusoverdracht is.  

Overigens is dat thuis werken niet zo nieuw als het lijkt. In het begin van het industrialisatieproces, de vroege jaren van 1800, werkte meer dan 40 procent van de totale Amerikaanse beroepsbevolking vanuit huis! (The Economist, 19 december 2020) Pas in 1914 werkte de meerderheid van de beroepsbevolking in de V.S. in een kantoor of fabriek. In 1929 concludeerde de beroemde socioloog Max Weber in dit verband dat de moderne industrialisatie weliswaar tot efficiënte productie leidt, maar dat werknemers minder controle over en minder plezier in hun leven krijgen.

Wellicht dat het thuiswerken na de lockdowns tot meer controle en plezier zal leiden. Een nieuwe, brede emancipatiegolf?

Jos Gadet, hoofdplanoloog bij de Gemeente Amsterdam