Vangnet of volwaardig marktsegment?

| 31 augustus 2018

Ik had het eigenlijk niet meer verwacht: een fundamentele discussie over de toekomst van de Nederlandse volkshuisvesting. Het leek erop dat de meeste corporatiebestuurders en politici zich hadden neergelegd bij het beleid van achtereenvolgende kabinetten om de toegang tot de sociale huursector te beperken.

Met de invoering van nieuwe passendheidseisen, tijdelijke huurcontracten en extra huurverhogingen voor iets beter verdienende huurders werd de afgelopen jaren stap voor stap afscheid genomen van het ideaal van een sector met een gemengde bewonersopbouw. Anders dan in de rest van Europa zijn sociale huurwoningen hier nooit een sobere voorziening voor de allerarmsten geweest, maar een betaalbaar alternatief voor een veel groter publiek. De appartementen doen in kwaliteit ook niet onder voor die op de vrije markt.

Een kenner van de Nederlandse volkshuisvesting bij uitstek, emeritus hoogleraar Hugo Priemus, had in de vakbladen wel eens gewaarschuwd voor de gevolgen van een uitgeklede en gemarginaliseerde sociale huursector. En de Woonbond trekt geregeld aan de bel als het kabinet de toegang tot en rechtszekerheid in de sector verder dreigt te beperken. Maar onder corporaties zelf bleef het tot nu toe stil.
Daar kwam deze zomer verandering in toen vijftien woningcorporaties in een manifest opriepen om de Nederlandse volkshuisvesting niet verder uit te kleden. De sociale huursector moet in hun ogen een volwaardig segment van de woningmarkt blijven en niet verworden tot een tijdelijk vangnet voor mensen met pech.

Marginalisering sociale huurders dreigt

Ik begrijp die hartenkreet wel. Juist op een moment dat de behoefte aan betaalbare huurwoningen in de grote steden enorm groeit, gaat de deur voor steeds meer groepen op slot. Hoe meer de sector het domein wordt voor de allerlaagste inkomensgroepen die nergens anders terecht kunnen, hoe groter de stigmatisering en uitsluiting zal worden. Wie wil weten waar dat toe kan leiden, hoeft alleen maar in de Belgische of Franse banlieues en naoorlogse flatwijken te gaan kijken. Amsterdam en Rotterdam hebben ook achterstandswijken met veel corporatiebezit, maar die staan er mede door de menging van bewoners oneindig veel beter voor dan in de buurlanden.

Het is op zichzelf niet verkeerd om inkomenseisen aan bewoners te stellen die een huis willen bewonen dat mede met publiek geld is gebouwd. En dat je de huurlasten meer afstemt op de verdiensten van een huurder klinkt ook niet onlogisch. Maar de optelsom van al dit soort maatregelen leidt onherroepelijk tot een kleinere, exclusievere sociale huursector waarin bewoners als tijdelijke verblijfsgerechtigden worden beschouwd.
Willen we als samenleving die kant op of houden we vast aan een breed samengesteld woningmarktsegment dat open staat voor een bredere groep bewoners? Dankzij het manifest ligt die fundamentele vraag nu open en bloot op tafel. Ik hoop van harte dat de discussie werkelijk over dat toekomstbeeld gaat en niet wordt gegijzeld door oneigenlijke argumenten. Er zijn wel eens debatten over minder belangrijke onderwerpen gevoerd.

Jaco Boer

@jaco_boer

Klik hier voor meer blogs van Jaco Boer.