Veel doelen SVIR gehaald

| 31 augustus 2018

Meer banen binnen bereik door sterkere groei stedelijke regio’s

De Monitor Infrastructuur en Ruimte 2018 (MIR) laat zien dat veel van de economische en  mobiliteitsdoelen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vrijwel zijn gehaald. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is bij gemeenten steeds meer ingeburgerd geraakt.
Er is nu meer bevolkingsgroei op multimodaal (auto + openbaar vervoer), goed ontsloten locaties en minder op pure autolocaties . Verder is de toenemende woningbouw in voormalige Nationale Landschappen opvallend.

Dit artikel staat ook in ROm 9, september 2018

Korte reistijden voor het woon-werkverkeer en het zakelijk verkeer zorgen voor agglomeratievoordelen. Nabijheid van banen en voorzieningen is in veel gevallen belangrijker voor het snel kunnen bereiken van een groot aantal bestemmingen, dan de mogelijke reissnelheid. De nabijheid van wonen en werken is in de periode 1996-2016 toegenomen met ongeveer vier procent. Over de gehele periode 1996-2017 gezien nam de nabijheid vooral toe in de Noordvleugel van de Randstad, in een ruime zone naar het noordoosten (Amsterdam, Utrecht, Amersfoort, Flevoland, Zwolle) en rond Eindhoven. De verbetering van de nabijheid is echter enigszins getemperd, doordat een belangrijk deel van deze groei plaatsvond aan de stadsranden.

Bereik ov verbeterd
Het ruimtelijk beter benutten van multimodaal ontsloten locaties wordt in de SVIR genoemd als een van de manieren om de capaciteit beter over de netwerken te verdelen. Woningbouw en bedrijfsvestigingen, dan wel uitbreidingen, zouden bij voorkeur moeten plaatsvinden op locaties die goed zijn ontsloten zowel per openbaar vervoer als per auto. Maar het aantal arbeidsplaatsen op autosnelweglocaties is sterker toegenomen (47 procent) dan op multimodaal ontsloten locaties (34 procent). Wat betreft de woningbouw is de trend omgekeerd. Was de toename lange tijd het grootst op autolocaties, de laatste jaren is deze groter op multimodale locaties. Over de totale periode 1996-2016 was de toename op multimodale locaties even groot als op autolocaties. Waar de aantallen inwoners en arbeidsplaatsen in de directe omgeving van goed openbaar vervoer toenamen, was dit overigens vooral te danken aan het openen van nieuwe haltes en minder aan het bouwen van woningen en bedrijfspanden bij bestaande haltes.

De Ladder raakt ingeburgerd

Het aandeel ‘Ladderplichtige bestemmingsplannen’ waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking volledig werd toegepast, nam toe van 8 procent (meting 2014), via 43 procent (2016) naar 56 procent (2018). En ook uit de daling van het aantal gevallen waarin de Ladder in het geheel niet wordt toegepast blijkt dat de Ladder raakt ingeburgerd: van 72 procent in 2014 en 43 procent in 2016 naar 6 procent in 2018.

Meer woningen in Nationale Landschappen

De Nota Ruimte stond een beperking voor van woningbouw in de Nationale Landschappen. Het Rijk voelde een specifieke verantwoordelijkheid voor behoud en ontwikkeling van gebieden en structuren met zowel internationaal unieke als voor Nederland kenmerkende landschappelijke en cultuurhistorische waarden. In de periode 2000-2012 werden in de Nationale Landschappen minder woningen gebouwd dan het landelijk gemiddelde.
In de periode 2012-2017, na het met de SVIR vervallen van het nationale beleid voor de Nationale Landschappen, veranderde dit. Er werden toen in de Nationale Landschappen juist meer woningen gebouwd dan het landelijk gemiddelde.
Het huidige kabinet heeft in het regeerakkoord 2017-2021 vastgelegd dat het beschermen van belangrijke open ruimtes zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe een belangrijk onderdeel van het nationaal ruimtelijk beleid blijft. Er zijn op basis daarvan echter nog geen nieuwe beleidsmaatregelen genomen. Dat vraagt dus nog extra aandacht in de Nationale Omgevingsvisie.

Rienk Kuiper

De Monitor Infrastructuur en Ruimte

De Monitor Infrastructuur en Ruimte 2018 is de vierde rapportage door het PBL over het doelbereik van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), nu de ministeries van Binnenlandse Zaken (BZK) en Infrastructuur en Water (IenW). In 2020 zal het PBL de monitor hebben omgebouwd ten behoeve van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).