Verbaasd

| 16 april 2018

Het was even stress toen me gevraagd werd in te springen bij een project dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed aan het voorbereiden was. De Atlas van Jacob van Deventer zou op 4 april worden gepresenteerd en overhandigd. De beoogde projectleider vertrok op het moment dat er nog best veel moest gebeuren. En 4 april, dat klonk als een deadline…

Een nieuwe projectleider werd snel gevonden, evenals de communicatieadviseur die hierbij een taak had. Die laatste dat was ik. Een buitenstaander, want mijn communicatierol zat meestal aan de bureaukant, niet vaak aan die van de klant. En al helemaal niet als die klant een overheidsinstelling was. Maar de mouwen moesten omhoog, er was werk aan de winkel.

Is het raar als ik schrijf dat ik best een beetje verbaasd was over de vaart waarmee we van start gingen? Dat ik op dag één een handjevol mensen ‘hallo’ had gezegd omdat de rest het te druk had en met een rood hoofd in het computerscherm zat, of met een tas vol paperassen over de gang holde? Dat het boekje ‘Spuitbus met Zweetlucht’ over de inzet van de gemiddelde ambtenaar in een flits door mijn hoofd was gegaan, maar dat dat bij binnenkomst volledig was verdampt?

Er was een deadline, dus er moest worden gehandeld. Dat was het en zo ging het.

De volgende verbazing  had alles te maken met het inhoudelijke project waaraan gewerkt werd. Die atlas met een verzameling van 226 stadskaarten. Een historisch document waar al mijn directe collega’s op z’n minst een beetje opgewonden van raakten. Jacob van Deventer, de man die in de 16de eeuw in opdracht van Filips II de meer dan 250 steden die de Lage Landen rijk waren in kaart had gebracht. Hoe? Met een potlood, een meetlat en touw. Kaarten van binnensteden waar je nu naadloos luchtfoto’s en Google-beelden overheen kunt leggen. We hebben het over de periode tussen 1545 en 1575!

En dan de rol van de RCE. Opnieuw verbazing. Die dienst maakte het mede (financieel) mogelijk dat de Atlas er kwam. Met een kanttekening, dat wel. Namelijk dat we met de atlas in de hand wel moeten nadenken over de rol van het erfgoed bij de verschillende wateropgaven waarmee al die 226 steden inmiddels te maken hebben. Waterstress, hittestress, het zijn zaken waar we anno nu in de binnensteden mee worden geconfronteerd. Wateroverschot, watertekort, bodemdaling, we hebben er maar mee om te gaan. En daar komt de RCE met het credo: ‘beste watermanagers, wethouders en andere betrokken professionals, kijk bij je zoektocht naar oplossingen even naar het verleden. Jacob van Deventer tekende die waterkeringen al, de waterlopen en infrastructuren. Gebruik die informatie. Het ligt vaak dichterbij dan je denkt. Er is al eens over nagedacht!’

Als je redelijk blunt binnenkomt bij de RCE en als je ziet met hoeveel ziel en zaligheid gewerkt wordt aan de toepassing van een werk uit de 16de eeuw om Nederland te helpen met serieuze overlast die er is en die door klimatologische verandering steeds vaker voor zal komen… Dan ben je een beetje… verbaasd.

Ed Ligthart, communicatie adviseur voor het project Atlas water in de stad