Verdozing landschap vraagt om out of the box denken

| 19 februari 2020

Vorig jaar is in ons land een recordaantal mega-distributiecentra gebouwd, zo berichtte Buck Consultants vorige week. Enorme en doorgaans kleurloze hallen links en rechts van de snelweg. En dat vooral als gevolg van alsmaar groeiende internetverkopen. Daardoor ‘verdoost’ ons landschap in rap tempo. Reden voor het College van Rijksadviseurs (CRa) om vorig jaar de noodklok te luiden en te waarschuwen voor deze lintbebouwing van de 21e eeuw.

Waar René Buck vorig jaar nog kritische kanttekeningen plaatste bij het rapport van het CRa, pleit hij er nu voor om een Nationale Taskforce in het leven te roepen. Zo’n taskforce zou als doel moeten hebben álle effecten van deze XXL-distributiecentra in beeld te brengen. Niet alleen die voor het landschap, de natuur en het milieu, maar evenzeer de economische en arbeidsmarkteffecten en de gevolgen ervan voor mobiliteit, verkeer en vervoer. 

Toen ik hierover afgelopen week bij toeval sprak met een groep van experts op het gebied van energietransitie en circulair bouwen waren we het er al snel over eens dat het vermoedelijk heel moeilijk is om ons als duurzaamheidsexperts te verzetten tegen de verdozing van het landschap. We zouden wel kunnen proberen het in ons voordeel te keren. ‘Als we dan toch verdozen, dan in ieder geval energieneutraal en circulair’, bedachten we. Dat kan bijvoorbeeld door deze logistieke gebouwen uit te roepen tot proeftuin voor zowel de energieopgave als de transitie van een lineaire naar een circulaire bouweconomie. Het meeste beleid op dit gebied richt zich immers vooral op woningen en kantoren, maar nauwelijks op logistiek. 

‘Als we dan toch verdozen, dan in ieder geval energieneutraal en circulair’

Logistieke gebouwen zijn voor de energietransitie vaak een blinde vlek. En dat terwijl ze bij uitstek geschikt zijn voor bijvoorbeeld zonnepanelen. Op het dak wel te verstaan en dus niet in de wei, al moet je daar dan bij de constructie natuurlijk wel rekening mee houden. Maar wie aldus investeert in het dak spaart het landschap en draagt bovendien bij aan de klimaatdoelstellingen van Parijs. En wanneer je bedenkt dat zo’n gebouw er in veel gevallen niet langer staat dan vijftien jaar, dan ben je toch gek als je ze niet circulair ontwerpt en bouwt. Denk aan standaard maatvoeringen en losmaakbare constructies. Dan kunnen materialen gemakkelijk worden hergebruikt en blijft de waarde ervan behouden. Gezien de relatieve eenvoud en eenvormigheid van deze bouwwerken hoeft dat niet ingewikkeld te zijn. Het is in ieder geval veel gemakkelijker dan voor woningen en kantoren. 

Het College van Rijksadviseurs concludeerde al eerder in het genoemde advies dat het minder, compacter, geconcentreerder en multifunctioneler moet. Als het dan toch gebeurt, laat het dan in ieder geval duurzamer zijn. 

Hoe moeilijk kan het zijn om daar beleid op te formuleren en als vergunningverlener eisen aan te stellen? Of vraagt dat om nu eens echt out of the box proberen te denken? 

Bas van de Griendt

bas@stratego-advies.nu