Verduurzaming van bedrijventerreinen: de basis op orde krijgen

| 10 september 2020

De verduurzamingsopgave op bedrijventerreinen is groot. Het energieverbruik is hoog en er wordt veel afval geproduceerd, terwijl er bijvoorbeeld veel ruimte is op daken voor vergroening of grootschalige energieopwekking.

Al twintig jaar is verduurzaming van bedrijventerreinen een ambitie in gemeentelijke beleidsnota’s. Maar er is vrij weinig gebeurd. Op enkele succesverhalen na zien we vooral marketingverhalen over intenties, pilots en groene ondernemers. Uit onderzoek blijkt dat 94 procent van de geschikte bedrijfsdaken nog niet is benut voor zonnepanelen. Na twintig jaar beleid een schrikbarend hoog percentage. In dat tempo realiseren we de klimaatdoelstellingen nooit. Maar waar ligt het aan? Er wordt al jaren geleurd met energiescans. Met weinig succes. Omgevingsdiensten kunnen of willen niet handhaven.

Hagelschieten

Voor de verduurzaming van bedrijventerreinen zullen vooral de ondernemers en vastgoedeigenaren moeten investeren. Echter, het is voor hen niet verplicht, afgezien van energiebesparing, om te investeren in de duurzaamheidsambities van de overheid zoals energieopwekking, klimaatadaptatie, mobiliteit, circulair of biodiversiteit. Dit betekent dat de condities voor bedrijven aantrekkelijk genoeg moeten zijn, wil er op vrijwillige basis worden geïnvesteerd. Na twintig jaar mogen we gerust concluderen dat die condities er gewoonweg niet zijn.

De keten van ‘ambitie’ naar ‘uitvoering’ is namelijk nog niet op orde. Het is voornamelijk hagelschieten. Ondernemers worden benaderd met verschillende proposities, terwijl de basis eigenlijk ontbreekt. Zo zijn op rijksniveau bedrijventerreinen niet opgenomen in het Klimaatakkoord. Daarnaast werken lokale overheden de visie op duurzaamheid in de bedrijventerreinenstrategie beleidsmatig onvoldoende uit. Verder ontbreekt er bij gemeenten financieel beleid waarbij er middelen structureel beschikbaar worden gesteld voor proces, gebiedsorganisatie en onrendabele toppen. Kortom, de rol van een ‘ondernemende’ gemeente als aanvulling op de faciliterende rol ontbreekt.

What’s in it for me?

Dergelijk beleid is wel wenselijk omdat duurzaamheid bij het merendeel van de ondernemers simpelweg door de portemonnee gaat. COVID-19 laat duidelijk zien dat inkomstenderving van vier maanden al zeer problematisch is voor de financiële positie van een onderneming. Ter referentie: het risico op vier maanden vertraging bij een gebiedsontwikkeling wordt niet eens meegenomen in de risicoanalyses. Daar hebben we het over jaren. Een daling van de omzet heeft voor een ondernemer daarentegen direct effect op de herfinancieringsmogelijkheden. Bedrijven zijn daarom kritisch op investeringen die niet direct bijdragen aan de kernactiviteiten van de onderneming. Kortom, what’s in it for me? als het gaat om duurzaamheid.

COVID-19 biedt overheden qua tijd en planning wel de mogelijkheid om eerst de basis op orde te krijgen, voordat ondernemers wederom worden benaderd met enquêtes, interactieve workshops of energiescans. Zij hebben op dit moment wel andere zaken aan hun hoofd. Gelukkig bieden de RES, de Omgevingswet en de Transitievisie Warmte voor gemeenten in de komende jaren de mogelijkheid om de verduurzamingsopgave op bedrijventerreinen beleidsmatig te verankeren. Ik roep overheden en regio’s daarbij op om te werken aan financiële instrumenten. Zonder extra inzet vanuit overheden is vrijwillig investeren op grote schaal een utopie. Daarnaast zouden gemeenten meer regie moeten nemen op investeringen in de openbare ruimte. Door thema’s als duurzame warmtevoorzieningen, klimaatadaptatie en biodiversiteit naar voren te halen, verbeteren we de uitstraling en aanlokkelijkheid van bedrijventerreinen om bijvoorbeeld jong talent in de regio te binden. Zo kunnen maatschappelijke investeringen aanjager zijn voor private investeringen op pandniveau.

Door Ferdinand Michiels. Onder de titel Nieuwe Energie schrijven Michiels en een tweetal collega consultants bij Over Morgen maandelijks in ROm een column over de uitdagingen die de energietransitie stelt aan de inrichting van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Deze column staat in ROm 9, september 2020.