Vuurwerkvacuüm mag in Hilversum!

| 21 december 2016

Na een reeks uitspraken  deed de Afdeling op woensdag 14 december jl. einduitspraak over het omstreden vuurwerkverbod in het centrum van Hilversum. De Afdeling oordeelde dat het college van burgemeester en wethouders  bevoegd was om een deel van de stad aan te wijzen als vuurwerkvrij. Het vuurwerkverbod blijft daarmee overeind.

Rb. Midden-Nederland 19 december 2014

In 2014 besloot het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum om vuurwerk rond de jaarwisseling gedeeltelijk in het centrum te verbieden. Een aantal ondernemers maakte bezwaar tegen dit zogenoemde Aanwijzingsbesluit en diende hangende bezwaar een verzoek om voorlopige voorziening in bij de rechtbank. Het besluit werd vanwege het ontbreken van bevoegdheid aan de kant van het college geschorst. Het besluit had namelijk volgens de voorzieningenrechter betrekking op de openbare orde, een taak die in de Gemeentewet is opgedragen aan de burgemeester.

Voorzieningenrechter Afdeling 21 december 2015

Een jaar later oordeelde de voorzieningenrechter van de Afdeling anders. De Afdeling was namelijk voorlopig van oordeel dat het college wel de bevoegdheid had om het besluit te nemen. In het kader van de spoedeisendheid mocht het college daarnaast de belangen ter voorkoming van gevaar, schade en overlast zwaarder laten wegen dan de geringe financiële belangen van de ondernemers. De voorzieningenrechter van de Afdeling wees daarom het schorsingsverzoek af.

De Afdelingsuitspraak van 14 december 2016

Op woensdag 14 december jl. deed de Afdeling definitief uitspraak op het hoger beroep in dit langlopende geschil. De ondernemers hadden aangevoerd dat het college niet bevoegd was om het besluit te nemen en  het genomen besluit onverenigbaar is met het landelijk Vuurwerkbesluit. Ook verweten zij de gemeente dat onvoldoende rekening s gehouden met hun financiële belangen.

Bevoegdheid

De Afdeling is van oordeel dat het college wel bevoegd was om het vuurwerkverbod in te stellen. Het besluit ziet immers op het stellen van nadere regels op het terrein van de openbare orde, in plaats van het herstellen of bewaren van de openbare orde, en die bevoegdheid komt – onbetwist – aan het college toe.

Vuurwerkbesluit

Wat betreft het Vuurwerkbesluit is de Afdeling van oordeel dat het landelijke besluit geen nadere regels kent over het aanwijzen van plaatsen waar geen vuurwerk mag worden afgestoken. Het landelijke besluit beoogt derhalve niet uniform noch uitputtend te zijn. Het besluit is daarom niet in strijd met het Vuurwerkbesluit.

Belangenafweging

De ondernemers voeren tot slot aan dat zij vrezen voor omzetverlies en stellen dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met hun financiële belangen. Tot slot oordeelt de Afdeling dat het college meer gewicht mocht toekennen aan het voorkomen van gevaar en overlast in het aangewezen gebied dan aan het relatief beperkte omzetverlies van de ondernemers.

Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?

Er zijn inmiddels ruim 80 gemeenten die dit jaar vuurwerkvrije zones hebben aangewezen met een besluit. Deze uitspraak bevestigt de juridische ruimte die de colleges hebben om het gebruik van vuurwerk rond de jaarwisseling op locatie te beperken.  Daarnaast bevestigt de uitspraak dat dergelijke besluiten verenigbaar zijn met het landelijke Vuurwerkbesluit. Uiteraard dient er wel een zorgvuldige belangenafweging plaats te vinden, waarbij de belangen van omwonenden en ondernemers worden meegewogen.

en , Pels Rijcken

Dit artikel verscheen eerder op www.blogomgevingsrecht.nl.