Warmtenet voor dummies

| 19 juli 2016
Uko Post

Uko Post

Stel: je hebt als gemeente geen warmtenet, maar je wilt er wel één aanleggen. Hoe doe je dat? In Zutphen is deze vraag actueel. We willen een duurzame gemeente zijn en hebben veel warmte over, dus gaan we onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor een warmtenet. Een duurzame gemeente word je immers niet zomaar, je mag best op meerdere paarden wedden (zon, wind, isolatie en dus ook warmte).

We zoeken eerst een bureau dat vaker met dit bijltje gehakt heeft en gaan daarmee samen op pad. We gaan bij enkele grote bedrijven langs om te beoordelen of zij warmte over hebben (de aanbodkant dus). Daarbij is natuurlijk van belang hoeveel warmte zij beschikbaar hebben, in welke temperatuur dat is, of zij die willen afstaan en of de bedrijven de komende jaren op hun plek blijven zitten. We beoordelen tegelijkertijd of geothermie – warmte uit de ondergrond – een reële optie is en of het nodig is om deze bron toe te voegen.

Daarna bekijken we de vraagkant: zijn er voldoende woningen of andere gebruikers die behoefte hebben aan warmte? Een ziekenhuis misschien, een grote tuinder met flink veel kassen, een zorginstelling of een gevangenis. Dat kunnen belangrijke vragers zijn voor een eerste start van een warmtenet. En waar liggen deze potentiële afnemers van warmte? Idealiter liggen vraag en aanbod dicht bij elkaar, want dan verlies je zo min mogelijk warmte en hoef je maar weinig buizen aan te leggen.

Onze aftastende zoektocht doen we niet alleen. We hebben Alliander en de provincie aan tafel. Het gaat bij een warmtenet wel even om een investering voor tientallen jaren van enige miljoenen en dat kan een kleine gemeente niet in haar eentje opbrengen. Partijen als Alliander en de provincie brengen daarnaast veel contacten, kennis en ervaring mee.

Onlangs presenteerde het bureau de eerste uitkomsten en dat bleek goed en slecht nieuws te zijn. Het goede nieuws is dat er veel restwarmte beschikbaar is: voor 15.000 huishoudens, dat is 75% van het aantal huishoudens in Zutphen. Bovendien is dit grotendeels natuurlijk opgewekte warmte (dus geen warmte die is ontstaan bij verbranding van fossiele brandstoffen). Het minder florissante nieuws is dat er echter maar bij 600 huishoudens vraag is naar deze restwarmte. Er is weinig gestapelde bouw die we op een net kunnen aansluiten. Veel grote wooncomplexen hebben net nieuwe ketels aangeschaft. Verder is er niet één grote afnemer die als basis kan dienen voor een net. Er lijkt een buizennet nodig met een lengte van 5,5 km; dat is een groot en dus duur netwerk. De conclusie is dat er € 9 miljoen geïnvesteerd moet worden en dat dit een laag rendement oplevert. We hadden liever andere uitkomsten gehoord.

Hoe nu verder? We kunnen de stekker eruit trekken, we kunnen kijken of er subsidie beschikbaar is, we kunnen over vijf jaar kijken hoe de vlag er dan bij hangt. Of we gaan gewoon toch nu klein beginnen met de aanleg van een net, we laten de huizen die we willen aansluiten links liggen en gaan kijken hoe de bedrijven onderling de restwarmte kunnen gebruiken via zogenoemde korte ketens. Dan zijn de afstanden een stuk kleiner en wordt het niet zo’n grote investering. We zien nu al dat bepaalde bedrijven zo nu en dan warmte uitwisselen. Dan bekijken we de komende tijd wel hoe dit net zich verder gaat ontwikkelen.

Door die buizen bovengronds aan te leggen, ontwikkel je tegelijkertijd een soort icoon en laat je aan de buitenwereld (letterlijk) zien dat je restwarmte benut. Een beetje visionair ziet dan al gauw mogelijkheden voor een langzaam verkeersroute langs die buizen, een groene high line, wat folleys voor start ups en ga zo maar door. De ruimtelijke kwaliteit krijgt zo een mooie impuls. Ik word er al een beetje warm van.

Uko Post
Adviseur ruimte, wonen en vluchtelingenzaken bij gemeente Zuthpen

Leer hier meer blogs van Uko Post.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *