Samenwerken aan nieuwe opgaven in bijzondere gebieden
Wederopbouw, een kansrijke erfenis

| 14 december 2016

In de jaren vijftig en zestig is een groot deel van Nederland opnieuw ingericht. Over de erfenis van deze wederopbouwperiode organiseerde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed eind november een inspirerend congres. De verantwoordelijke minister en dertig wethouders van toonaangevende wederopbouwgebieden beloofden op de drukbezochte bijeenkomst het karakter van deze bijzondere plekken te behouden en verder te ontwikkelen. Bij de vernieuwing van deze naoorlogse gebieden zal intensief met bewoners en woningcorporaties worden samengewerkt.

Tussen 1940 en 1965 is een groot deel van ons land op de schop gegaan. In de steden verrezen nieuwe woonwijken volgens de modernistische principes van licht, lucht en ruimte. Het platteland veranderde in een rationeel productielandschap met moderne boerenerven. Nederland mocht nooit meer honger leiden en omarmde vol optimisme de moderne tijd.

In de afgelopen jaren heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) deze erfenis van de wederopbouwperiode breed onder de aandacht gebracht van bewoners, bestuurders en lokale erfgoedorganisaties. Er werden dertig wederopbouwgebieden van nationaal belang geselecteerd en in verschillende publicaties werd het bijzondere karakter van de naoorlogse architectuur en stedenbouw in kaart gebracht. De RCE ondersteunde ook verschillende projecten waarin de betekenis van het nog jonge erfgoed werd verkend. Zo onderzochten in een prijsvraag jonge ontwerpers de rijke transformatiemogelijkheden van naoorlogse winkelstrips. In een ander project werd aangetoond hoe vijftig jaar oude scholen met respect voor het oorspronkelijke ontwerp aan hedendaagse eisen kunnen worden aangepast. In Maastricht bleken teruglopende budgetten voor groenbeheer zelfs samen te kunnen gaan met het behoud en herstel van het oorspronkelijke groenontwerp.

Dialoog tussen generaties

Eind november keek de RCE in de prachtig verbouwde Veerensmederij in Amersfoort met meer dan 250 geïnteresseerden terug op de rijke oogst van de afgelopen jaren. Verschillende initiatieven waarin de rijksdienst met andere partijen had samengewerkt, kwamen op het congres nog een keer langs en inspireerden elkaar om aan de slag te gaan met het jonge erfgoed. Zoals rijksbouwmeester Floris Alkemade in zijn openingsspeech aangaf, spelen er in de samenleving allerlei ontwikkelingen waarin de naoorlogse gebieden een betekenisvolle rol kunnen spelen. Concreet noemde hij het vraagstuk van de vereenzaming van ouderen. Ook groeit de behoefte aan kleinschalige zorg op loopafstand van de woning. Ontworpen vanuit de wijkgedachte kunnen naoorlogse wijken opnieuw een verbindende rol tussen mensen spelen, denkt Alkemade. ‘We moeten vorm en inhoud weer samenbrengen. In de afgelopen jaren zijn die hier door sociaal-economische en -culturele ontwikkelingen teveel uit elkaar gaan lopen.’ Hij riep ontwerpers op zich daarbij niet blind te staren op het oorspronkelijke ontwerp, maar een betekenisvolle nieuwe laag toe te voegen. ‘We moeten de moderne tijd niet wegmoffelen, maar een vruchtbare dialoog tussen generaties laten ontstaan.’

De meeste bezoekers waren het op het congres met de rijksbouwmeester eens dat de naoorlogse wijken zorgvuldig aan hedendaagse eisen moeten worden aangepast. In de verschillende workshops en plenaire sessies werd veel gediscussieerd over de manier waarop alle partijen hierin het best met elkaar kunnen samenwerken. De traditionele rollen van overheden, marktpartijen en bewoners zijn na de financiële crisis immers ingrijpend veranderd. Het was dan ook bijzonder inspirerend dat de wethouders van dertig toonaangevende wederopbouwgebieden en minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op de tweede dag van het congres nogmaals beloofden recht te doen aan de rijke wederopbouwerfenis. Met zijn allen ondertekenden ze een intentieverklaring om bij toekomstige transformaties het unieke karakter van wederopbouwgebieden te behouden en waar mogelijk verder te ontwikkelen. ‘We moeten mensen bewust maken van het bijzondere verhaal achter deze locaties’, verklaarde Bussemaker na het zetten van haar handtekening. ‘Het gaat om het behoud van de identiteit van een plek. Je wilt als bewoner trots kunnen zijn op je wijk’, vulde de Heerlense wethouder Jordi Clemens aan. Zijn collega Henk van den Berg uit Rhenen vond het zelfs volkomen logisch dat hij vandaag op het podium stond om de intentieverklaring te tekenen. ‘Wederopbouw zit in het DNA van onze gemeente. Daar ga je dus zorgvuldig mee om.’

Behoud de ruimtelijke samenhang

Welke rol belangrijke vastgoedeigenaren als woningcorporaties willen en kunnen spelen in de vernieuwing van naoorlogse wijken, bleef op het congres een open vraag. Slechts een enkele corporatiebestuurder was op de bijeenkomst aanwezig. Stadsbestuurders en erfgoedorganisaties zullen zich de komende jaren extra moeten inspannen om deze partijen bij de vernieuwingsopgaven te betrekken. Op het congres werden nu nog harde noten gekraakt over de soms ondoordachte verkoop van sociale huurwoningen door de corporaties. Zo lieten onderzoeker Ivan Nio en architect Wouter Veldhuis met foto’s van enkele laagbouwbuurten in Amsterdam Nieuw-West zien hoe de ruimtelijke samenhang verloren gaat als kersverse kopers rond hun tuin een eigen schutting neerzetten.

Het tweetal bleek ook ongerust over de recente verdichtingsplannen van de gemeente. Ze riepen de verantwoordelijke wethouder en zijn ambtenaren op om regie te blijven voeren op de nieuwbouwontwikkelingen. Het opportunisme van individuele (nieuw)bouwprojecten kan de eenheid van de naoorlogse buurten immers onder druk zetten. Uit hun recente studie over het stadsdeel was juist gebleken dat er in de afgelopen jaren, mede door de instroom van hoogopgeleide stedelingen, onder bewoners meer zelfbewustzijn en trots op de wederopbouwwijk was ontstaan. Het zou jammer zijn als dit door onbezonnen nieuwbouwplannen weer verloren gaat.

Zelfs in Nagele, hét wederopbouwicoon van Nederland en de bestemming van een ochtendexcursie op het congres, blijkt de verkoop van corporatiebezit een heikel onderwerp. In het verleden heeft het ‘uitponden’ van sociale huurwoningen op sommige hoven tot een ongewenste verrommeling geleid. Veel erfgoedliefhebbers waren dan ook opgetogen over de recente aankoop van een van de nog intacte hoven door stadsherstelorganisatie Hendrick de Keyser. De sociale huurwoningen zullen er op een verantwoorde manier worden opgeknapt en in collectief bezit verhuurd worden. Toch kunnen deze erfgoedorganisaties niet in iedere wederopbouwwijk complexen van woningcorporaties opkopen om de ruimtelijke samenhang te borgen.

Bewoners aan zet

Tijdens een van de workshops suggereerde Alle Albers van adviesorganisatie EMCEO in deze wijken meer te experimenteren met coöperaties van betrokken bewoners. Met name beleggers die op zoek zijn naar een stabiel rendement op langere termijn, zouden geïnteresseerd zijn in dit model. Woningcorporaties kunnen hun bezit ook verkopen aan bewoners die een complex in collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) verduurzamen. Frans van Hulten van Urbannerdam liet in een andere sessie zien tot welke grote sociale, duurzame en architectonische kwaliteiten dit kan leiden aan de hand van de verbouwing van de klusflat aan de Amsterdamse Klarenstraat en de Kleiburgflat in de Bijlmermeer. De bevlogen kopers vormen met hun VVE ook een garantie dat het pand in de toekomst goed wordt onderhouden en er prima bij zal staan.

Vernieuwing op het platteland

Hoewel er op het congres veel aandacht was voor de erfenis en de vernieuwing van de wederopbouwwijken in de steden, werden er met name op de tweede dag ook de nodige workshops en lezingen gehouden over wederopbouwerven en ruilverkavelingsgebieden. De uitdagingen zijn hier nog groter dan in de steden. Zo vertelde planoloog Huub Hooiveld van Agrarisch Erfgoed Nederland dat er als gevolg van de schaalvergroting en opvolgingsproblemen in de agrarische sector op afzienbare termijn zo’n 600 boerderijen in wederopbouwgebieden leeg komen te staan. Er zijn veel  partijen die de erven een nieuwe bestemming willen geven. Maar bij gemeenten bestaat er huiver voor het toelaten van  branchevreemde activiteiten in het buitengebied. Die zien ze liever in het dorp komen. Als een aannemer een lege stal wil opsplitsen in meerdere woningen, gaat dit bovendien ten koste van het lokale woningbouwcontingent en mag er elders niet meer worden gebouwd.

Bij het integreren van actuele beleidsopgaven in ruilverkavelingsgebieden spelen weer andere vragen. In een levendige workshop lieten Samantha Hoogewerf en Loes van der Vegt van bureau Land-id zien dat er verschillende mogelijkheden zijn om op een goede manier met de erfenis van de wederopbouwperiode om te gaan. De aanwezigen moesten achtereenvolgens in concrete gebieden plannen voor het bergen van regenwater en de aanleg van nieuwe recreatiegebieden inpassen. Een deel van het publiek koos voor een ontwerp dat zoveel mogelijk aansloot bij de strakke verkaveling van het landschap. Anderen wilden deze lijnen juist bewust doorbreken en nieuwe vormen introduceren zoals ontwerpers in de wederopbouwperiode ook hadden gedaan. Over de vraag welke ingreep nu het dichtst bij de wederopbouwgedachte stond, werd ook na afloop van de workshop nog levendig gediscussieerd. Zo’n nagesprek was op het congres eerder regel dan uitzondering. Het liet zien dat veel deelnemers na alle lezingen en workshops van deze twee dagen nog lang niet zijn uitgepraat over de kansrijke erfenis van de wederopbouwtijd.

Jaco Boer

Meer artikelen van Jaco Boer, leest u hier.