Weg in eigen land…drie tips

| 2 juli 2020

Het leuke van de ondergrond is dat het letterlijk én figuurlijk de drager is onder elke strategische visie, gebiedsontwikkeling of ruimtelijk project. Ondergrond doet er altijd toe. Ondergrond betekenis geven in visies en projecten begint bij begrijpen hoe de ondergrond is opgebouwd, hoe het (stads)landschap in de loop der (geologisch) tijd gevormd is en hoe de bewoningsgeschiedenis is verlopen. Begrijpen betekent dat je ter plekke moet gaan kijken. In een aantal projecten in Limburg kreeg ik afgelopen jaar die kans en ontdekte zo prachtige projecten en verhalen in mooie landschappen. Ik geef drie voorbeelden.

De herinrichting van de Lingsforterbeek en Straelensbroek ten noordoosten van Venlo. Het Straelensbroek ligt in het Natura2000-gebied de Maasduinen. Instandhouding en uitbreiding van de vennen en natte heide zijn belangrijke doelen. Straelensbroek is een eeuw geleden in cultuur gebracht als landbouwgebied. De Lingsforterbeek is hierbij gekanaliseerd waarbij de beekbodem is betegeld en voldoet nu niet aan een gewenste ecologische functie. De landbouwgronden hebben altijd marginale opbrengsten gekend door relatief natte omstandigheden. Het gebied is kansrijk als het gaat om de realisering een natuurkern met vennen en overgangen naar heischrale en bloemrijke graslanden.

Lingsforterbeek en Straelensbroek (Noord-Limburg): natuurherstel en -ontwikkeling, water langer vasthouden en zo verdroging tegengaan

Dat heeft geresulteerd in enkele projecten waarvan de herinrichting van de Lingsforterbeek en het Straelensbroek de kern vormen. De inzet is natuurherstel en -ontwikkeling, water langer vasthouden en zo verdroging tegengaan. Nu meandert de Lingsforterbeek weer door het landschap, is een gebied ontstaan met vennen, heischrale zones, natte schraallanden en riet- en wilgenstruweel. Zeldzame soorten planten, libellen, amfibieën en water- en moerasvogels zijn al teruggekeerd. Het landschap en de cultuurhistorie is beter beleefbaar gemaakt mede door de nabijgelegen schans Fort Hazenpoot en de restanten van het kanaal Fossa Eugeniana, in de 17e eeuw bedacht als verbinding tussen Maas en Rijn, zijn via een aantrekkelijke wandelroute vanaf kasteel Arcen te ontsluiten.

In het project Corio Glana is het Geleenbeekdal tussen Sittard en Heerlen opnieuw ingericht. De Geleenbeek is in de vorige eeuw verdiept, rechtgetrokken en in beton gelegd om de afvoercapaciteit te vergroten voor de verwerking van afvalwater uit de mijnen, industrie en huishoudens in de Oostelijke Mijnstreek. Vijftig jaar later leidde dat tot veel nadelen. Water wordt te snel afgevoerd en de beek draineert het ommeland met ongewenste verdroging van natuur en landbouwgrond tot gevolg. Stuwen vormen migratiebarrières voor vissen. Verdergaande verstedelijking leidde tot meer verharding, minder infiltratie en snellere afvoer van regenwater met meer kans op wateroverlast en overlopende riolen. De landschappelijke en ecologische kwaliteit van beken verslechterde en karakteristieke beekdalflora en -fauna verdween.

Corio Glana (Geleenbeekdal tussen Sittard en Heerlen): beekherstel en gebiedsontwikkeling stimuleren natuur en toerisme

De herinrichting is opgepakt als een integrale gebiedsontwikkeling en voor de uitvoering in twintig deelprojecten geknipt. Negentien deelprojecten zijn al gerealiseerd. De Geleenbeek is nu een meanderende natuurlijke beek, die de historische loop volgt met variaties in stroomsnelheden en erosie waardoor er allerlei (micro)habitats zijn ontstaan. Bestaande natuurgebieden zijn met elkaar verbonden; de oevergronden zijn ingericht als aaneengesloten natuurgebied. Het beekherstel en de daaraan gekoppelde gebiedsontwikkeling hebben vernieuwing en een aanmerkelijke verbetering van het landschap laten zien. De kansen voor recreatie en toerisme worden benut nu ook de routes voor wandelaars, fietsers en ruiters zijn aangelegd en van informatieborden zijn voorzien. Door meer ruimte voor waterberging te creëren, hemelwater af te koppelen en bergbezinkbassins in te passen, is een klimaatbestendig gebied gerealiseerd met een betere waterkwaliteit. In het project was er veel aandacht voor cultuurhistorie. Heel veel archeologisch onderzoek is verricht. De vondst van een Romeinse munt, uitgegeven door keizer Constantijn, met het portret van de godin Roma en op de keerzijde de wolvin met de tweeling Romulus en Remus, is terug te vinden in een archeologisch monument lans de beek.

Dakpannenfabriek De Valk in Echt: herinrichting versterkt de ecologische verbinding en recreatiemogelijkheden

Wat heeft een vervallen gebouw van een voormalige dakpannenfabriek in het centrum van Echt te maken met een oude spoorbrug en een natuurgebied met enkele waterplassen een paar kilometer verderop? Dat is het verhaal van dakpannenfabriek De Valk, die in de topjaren (kort na 1945) werk bood aan 350 mensen. De leem voor de productie van dakpannen, stenen en tegels kwam uit nabijgelegen afzettingen van de Maas. Leemwinning vond in De Doort, een oude Maasmeander, plaats. Voormalige winningsputten zijn nu als plassen herkenbaar in dit natuurgebied. Letterlijk werd de verbindende schakel tussen De Valk en De Doort gevormd door de trambaan. De klei uit De Doort werd met het ‘leimtremke’ getransporteerd over de trambaan Roermond – Maaseik naar de fabriek van De Valk. Eerst met een paardentram, later met een dieseltreintje. Na de herinrichting van de beek Middelsgraaf heeft het Waterschap Limburg de oude trambrug over deze beek weer op zijn originele plaats gezet. De herinrichting van de Middelsgraaf versterkt een ecologische verbinding en is uit recreatief oogpunt aantrekkelijk. Ook de zichtbaarheid van cultuurhistorische elementen in het landschap zoals de oude trambrug in combinatie met een aantrekkelijke fietsroute maakt de omgeving toeristisch-recreatief aantrekkelijk. De restauratie van het pand van De Valk en de herinrichting van het fabrieksterrein in de komende jaren maakt het ensemble weer compleet en versterkt de centrumfunctie van Echt en de toeristische en recreatieve potentie van Midden-Limburg. 

Low profile-projecten op het raakvlak van cultuurhistorie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en landschap met een sleutelrol voor het  waterschap

Wat hebben deze projecten gemeen? Ze worden niet aan de grote klok gehangen, maar leveren wel een prachtig resultaat op. Het zijn complexe projecten met veel betrokkenen, belangen en opgaven, die een lange adem vragen, maar door een gefaseerde aanpak relatief snel resultaat laten zien. Slimme oplossingen voor eigentijdse opgaven zoals klimaatadaptatie en stimuleren van biodiversiteit worden verbonden met cultuurhistorie en versterking van de regionale economie. Het waterschap speelt een belangrijke rol en laat in alle voorbeelden zien oog te hebben voor gebiedskwaliteiten, die waterveiligheid, – kwantiteit en -kwaliteit overstijgen. De voorbeelden hebben een belangrijke cultuurhistorische component in zich: ze vertellen een verhaal over het gebiedseigene met de ondergrond als drager. Dit is een belangrijk bindmiddel voor de betrokken partijen. Er is gezocht naar een ruimtelijke inrichting waarin dit eigene tot uiting komt. De identiteit van een gebied is versterkt en dat wordt gewaardeerd door bewoners en bezoekers. Met een financiële zet in de rug vanuit de EU en/of de provincie en grote inzet van vele partijen blijkt regionaal heel veel mogelijk.

Het zijn voorbeelden die zelden de vakliteratuur halen. Wat mij betreft een vorm van valse bescheidenheid. Nu coronavakantie in eigen land een stimulans geeft, kunnen bovenstaande voorbeelden gezien worden als tips voor ‘weg in eigen land’.  

Henk Puylaert