West-Brabant op weg naar een regionale energiestrategie

| 27 juli 2017

bPRAKTIJK Energiestrategie West-Brabant Breda_Zonneveste1 kopie 2Goede ideeën voor duurzame energieopwekking zijn er genoeg. Toch lopen kansrijke initiatieven nog te vaak vast als het aankomt op realisatie. Het opzetten van een realistische business case vergt kennis en een klein startkapitaal. Dat constateerden deelnemers aan de pilot regionale energiestrategie in de regio West-Brabant. Zij bedachten een oplossing: een regionaal investeringsfonds dat helpt met kennis, kracht en kapitaal. Met de overheid bewust op armlengte afstand.

Dit is een verkorte versie van het artikel in ROm 7/8, juli 2017

Vier bouwstenen vormen het fundament van de regionale energiestrategie West-Brabant: getallen en feiten, communicatie en bewustwording, regionale energieprojecten, geld en organisatie. Per bouwsteen ging een werkgroep aan de slag om de strategie te bedenken en alvast projecten op te starten. Een denkspoor en een doespoor noemen ze dat in West-Brabant. Uit de koker van de werkgroep voor geld en organisatie kwam het plan voor het investeringsfonds: financiële middelen om kansrijke energie-initiatieven op weg te helpen. Initiatiefnemers Jan Schouw, zelfstandig adviseur en oprichter van energiecoöperatie BRES,  en directeur Rabobank Ger de Weert geven tekst en uitleg.

Power to the people

‘De energietransitie ís economie en een bank is met kredietverlening en betalingsverkeer de Haarlemmerolie van die economie.’ Dat antwoordt De Weert op de vraag waarom zijn bank zich betrokken voelt bij de regionale energiestrategie. ‘We staan voor een gigantische opgave. Ons oud-directielid Herman Wijffels herhaalde het laatst nog in een artikel in het AD. Hoe kom je af van fossiele brandstoffen en stap je over op duurzame energie? Dat is vooral een economische kwestie en daar zit je dus middenin als bank.’

‘Als je business case klopt, is de financiering geen enkel probleem’

Jan Schouw heeft al de nodige ervaring met het oprichten van energiefondsen. Hij was indertijd betrokken bij provinciale fondsen gevuld met geld uit de verkoop van energiemaatschappijen als Nuon en Essent. ‘Vroeger was het energieverhaal echt een overheidsprobleem’, stelt hij. ‘Nu komen de initiatieven uit de samenleving. Het bedrijfsleven ziet dondersgoed dat je nu beter in duurzame energie kunt investeren..Er speelt ook maatschappelijke onrust: mensen zijn beducht geworden voor hele grote bedrijven. Ze hebben het gevoel dat ze geen invloed meer hebben op hun eigen voorzieningen. Power to the people: zelf invloed hebben op je eigen energievoorziening, is een emotionele en sociale factor die heel duidelijk een rol speelt.’

Kennis, kracht, kapitaal

Lokale duurzame energieopwekking en -opslag heeft de toekomst; daarvan zijn De Weert en Schouw overtuigd. Toch kennen ze te veel voorbeelden van goedbedoelde initiatieven die grote moeite hebben met de uitwerking van idee naar realisatie en exploitatie.

‘In de ideefase is er veel enthousiasme, maar om er een sluitend projectplan van te maken heb je expertise nodig’, stelt Ger de Weert. ‘Veel lokale ideeën komen niet tot wasdom, en dat is jammer. Als het plan goed is doorgerekend, als er een heldere business case is waarin je het rendement kunt laten zien, dan is er geen enkel probleem om het te financieren.’

‘Je moet niet afhankelijk zijn van de vierjarige cyclus van overheidsbeleid’

Jan Schouw loopt als coördinator van een lokale energiecoöperatie nog wel eens aan tegen technische en juridische haken en ogen. ‘Dan moet je specialisten kunnen inhuren, die helpen om je verhaal kloppend te krijgen.’

bPRAKTIJK West-Brabant Energiestrategie Denkspoor_Doespoor kopie 2

En daar komt stichting Support ONS 2050 om de hoek kijken. Deze stichting gaat lokale initiatieven in de regio West-Brabant helpen met kennis (over regelgeving en financieel-administratieve zaken), kracht (een relatienetwerk en ondersteuning bij communicatie) en kapitaal. Dat laatste wordt beschikbaar gesteld door de Rabobanken in de regio en Enpuls, een werkmaatschappij van Enexis. Met een derde partij zijn vergaande besprekingen. Energie-initiatieven uit de regio kunnen bij dat fonds een bedrag aanvragen om het idee zo te professionaliseren dat financiers er vertrouwen in krijgen. Het ontwikkelbedrag moet bij de realisatie en financiering van het project weer terug in het fonds; dat blijft zo revolverend en kan steeds weer andere initiatieven op gang helpen.

Overheid op armlengte

De regiegroep voor de regionale energiestrategie was direct enthousiast over de plannen voor de stichting en het revolverende fonds. Theo Schots heeft als bestuurder van Waterschap Brabantse Delta zitting in de regiegroep. ‘Het is een heel goede manier om projecten snel startklaar te maken. Het fonds kan start-ups in de regio een zetje geven.’

Zelf kan het waterschap geen geld steken in het investeringsfonds, zegt Schots. ‘Als overheidsinstelling mogen wij alleen projecten financieren die direct met onze kerntaken te maken hebben. Bovendien is er nog de kwestie van staatssteun. Vanuit Europese regelgeving mag de overheid niet zomaar geld steken in projecten van marktpartijen. Uiteraard kunnen we wel helpen met advies en delen we graag onze kennis.’

Bijdragen aan het fonds vanuit de overheid zijn helemaal niet nodig, denken de initiatiefnemers. Wel maakte de regio West-Brabant de voorbereidingen mogelijk en blijven ze wellicht betrokken voor een deel van de proceskosten. De overheid houdt nog wel een rol in het publieke domein, laat Ger de Weert weten. Ze zijn aanjager, zorgen voor de kaders van wet- en regelgeving, voor de omgeving en ruimtelijke ordening. Maar op het moment dat een project naar de markt gaat, gelden er andere regels.’

‘We houden de overheid bewust op armlengte’, zegt Jan Schouw. ‘Het is de expertise van deze stichting om goed te kijken naar de realiseerbaarheid van projecten. We kijken met een ondernemersbril of een project kans van slagen heeft. Daarnaast speelt de maatschappelijke opgave dat zo veel mogelijk mensen in de regio meeprofiteren van deze transitie. Dergelijke projecten hebben vaak een wat langere looptijd. Dan kun je niet afhankelijk zijn van de vierjarige cyclus van overheidsbeleid. Het is in het verleden bij subsidieverordeningen wel voorgekomen dat regels veranderden bij wisseling van politiek bestuur. Dat kunnen we vanuit een ondernemingsperspectief niet hebben. We moeten zekerheid kunnen bieden dat bij uitvoeren van een project de randvoorwaarden gerespecteerd blijven.’

Regio West-Brabant is een van de pilotregio’s uit de Deal Regionale Energiestrategie. De deelnemende regio’s werken aan een langetermijnstrategie met een stappenplan voor de kortere termijn om uiterlijk in 2050 energieneutraal te zijn. De strategie wordt opgesteld met en door ondernemers, bewoners, overheden en kennisorganisaties in de regio.

De Deal Regionale Energiestrategie is een samenwerking van de ministeries van Economische Zaken, Infrastructuur en Milieu, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Unie van Waterschappen en het Interprovinciaal Overleg. Partners in pilotregio West-Brabant zijn 18 gemeenten, provincie Noord-Brabant en de waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland.

Meer informatie:
Pilots Regionale Energiestrategie: http://regionale-energiestrategie.nl
Energiestrategie West-Brabant: http://www.energiestrategiewb.nl

 

Auteur: Christine van Eerd/tekst@christinevaneerd.nl