Wie wil verantwoordelijk zijn voor de nieuwe woningnood?

| 19 mei 2015

Jos Feijtel

Jos Feijtel

Er zijn veel argumenten om veel woningen te realiseren in de steden. Maar zal het voldoende zijn? Wie nu alleen koerst op binnenstedelijk bouwen, is, als dat onvoldoende woningen oplevert, verantwoordelijke voor de nieuwe woningnood. Nu al stijgen de woningen in Amsterdam de pan uit. Dat is omdat er te weinig woningen worden aangeboden. Daar moeten we iets aan willen doen.

In hun bijdrage in ROmagazine van 4 mei jl. verzetten Hein Struben en Bart Vink, respectievelijk Statenlid in NH en raadslid in Amsterdam, zich tegen mijn pleidooi om meer ruimte te reserveren voor woningbouw buiten de steden. Zij ontkennen niet de megavraag naar woningen, niet 200.000 duizend de komende 25 jaar maar mogelijk zelfs (Primos) 300.000 woningen. Maar zelfs die vergrote vraag kan naar hun mening vrijwel helemaal binnenstedelijk worden opgelost.

Een paar cijfers: de provinciale woningmonitor van eind 2014 (onder verantwoordelijkheid van D66 gedeputeerde tot stand gekomen) laat zien dat voor de komende jaren slechts ruimte is voorzien voor 167.000 woningen. Dat afgezet tegen de door Struben/Vink genoemde 300.000 woningen die nodig zijn, geeft een immens tekort: 133.000 woningen te weinig. Dat alleen moet al een schrikreactie geven. Maar het is nog veel erger: van die 167.000 woningen waarvoor locaties zijn genoemd, blijken er slechts 64.000 te liggen in min of meer “harde” locaties. Meer dan 100.000 woningen moeten komen in gebieden die, volgens de provinciale monitor, “zacht” zijn. Dat zijn locaties waarvoor nog niets planologisch is geregeld, waarvan betrokken eigenaren vaak nog van niets weten, kortom niet meer dan eerste vrijblijvende ideeën. Anders gezegd: het tekort is hoe dan ook zo groot dat alle zeilen moeten worden bijgezet.

Binnenstedelijk bouwen is in de laatste 10 jaar belangrijker geworden. Maar het resultaat laat zien dat van de ca. 60.000 woningen die zijn gerealiseerd, de helft binnenstedelijk zijn gebouwd en de andere helft buitenstedelijk. Volgens de Monitor kunnen er 167.000 woningen worden gerealiseerd op de harde en zachte locaties samen. Van deze 167.000 woningen zijn er 140.000 voorzien in binnenstedelijke locaties. En 27.000 woningen in buitenstedelijke locaties. Ofwel: we zouden moeten gaan van een verhouding 50% – 50% naar een verhouding: 80% versus 20%. Hoe realistisch is zo’n spectaculaire bijstelling? En dat terwijl we weten dat de gemakkelijkste locaties, het laaghangend fruit, als eerste aan bod komen. Ofwel: de volgende locaties zullen vaak nog lastiger, nog duurder, nog trager zijn en tot nog hogere prijzen van de woningen leiden.

Het D66-duo noemt het pleidooi om ook buitenstedelijk aan de slag te gaan gedateerd. Hun pleidooi voor vrijwel uitsluitend focussen op de stad is zeer riskant te noemen. Zij noemen voorbeelden van buitenstedelijke locaties niet tot ontwikkeling komen “omdat bouwers en beleggers er geen brood in zien, gegeven de veranderde vraag uit de samenleving”. Als ze werkelijk overtuigd zijn van het feit dat de vraag zich vrijwel uitsluitend richt op binnenstedelijk wonen, zouden ze niet bang hoeven zijn om buitenstedelijke locaties aan te wijzen (in een correctie op de provinciale structuurvisie) want beleggers en ontwikkelaars zouden daar dan toch geen brood in zien. Benieuwd of ze die uitdaging aan durven.

De tunnelvisie van focussen op de stad is levensgevaarlijk. Nu al dreigt onbetaalbaarheid. Die kan alleen bestreden worden door meer nieuwbouw tegelijk aan te bieden. Dat vereist een ruimere aanwijzing van ook buitenstedelijke locaties. Als mensen daar niet naar toe zouden willen, krijgen Vink en Struben gelijk. Maar de grote tevredenheid die blijkt onder bewoners van Vinexwijken maakt dat niet waarschijnlijk, zeker niet als we Vinexfouten weten te vermijden. Ik gun het duo dat ze gelijk zouden krijgen maar als ze met hun tunnelvisie ruimere buitenstedelijke oplossingen uitsluiten, zijn ze daarmee verantwoordelijk voor onbetaalbaarheid en woningnood.

Jos Feijtel,
eerder betrokken bij het dossier Wonen als gemeentebestuurder, corporatiedirecteur en ontwikkelaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *