Ervaringen met omgevingsvisies
Zonder visie geen plan

| 30 juni 2016

De wetgever heeft overheden zes kerninstrumenten aangereikt om de fysieke leefomgeving te verbeteren, waaronder de omgevingsvisie. Deze integrale visie met strategische keuzes voor de fysieke leefomgeving wordt in 2019 verplicht voor Rijk, provincies en gemeenten. Uit praktijkervaringen op meerdere plekken blijkt hoe belangrijk die omgevingsvisie is als basis voor het omgevingsplan en programma’s, en als katalysator voor cultuurverandering.

Om de uitvoeringspraktijk al vertrouwd te maken met de omgevingsvisie heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) de Bond van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen (BNSP) opdracht gegeven negen pilots op te zetten. Dat zijn de Provincie Groningen, negen gemeenten in de regio Leiden, de Vereniging Markdal en de gemeenten Meerssen, Oirschot, Uden, Utrecht, Voorst en Zoetermeer geworden. Daarnaast was er nog een tweede ring met negentien organisaties. In deze pilots hebben professionals bij die verschillende bestuursorganen en gebiedspartijen – samen met planologische en stedebouwkundige adviseurs – kennis en ervaring opgedaan met dit nieuwe instrument. Dat heeft waardevolle lessen opgeleverd voor het ministerie.

Nuttige lessen

In de pilots, die liepen van 2014 tot en met 2015, zijn thema’s aan de orde gekomen als participatie, cultuurverandering, gerichtheid, integraliteit & samenhang, planvormingsproces en digitalisering. De actuele onderwerpen, die betrokkenen bij de pilots zelf konden inbrengen, varieerden van woonzorglandschappen tot energietransitie. De geleerde lessen zijn kernachtig opgetekend in de eindrapportage ‘Vertel het niet verder; doe het gewoon’.

‘Vertel het niet verder; doe het gewoon’

Hierin is ook een aantal (algemene) aanbevelingen gedaan. Zo is er meer duidelijkheid nodig over de relatie van de omgevingsvisie met de andere instrumenten van de Omgevingswet. Dit geldt met name voor het omgevingsplan en het programma. Verder moet de opsteller van de omgevingsvisie afstemming zoeken met andere bestuurslagen, partners en gebruikers, en bestaat er grote behoefte om vervolg te geven aan de opgebouwde community rondom de omgevingsvisie.

Werken met de omgevingsvisie

In het boek ‘Werken met de omgevingsvisie; visievorming onder de Omgevingswet’ (G.B. Gabry, Berghauserpont Publishing, 2016) zijn de ervaringen van het leertraject meegenomen en verder uitgewerkt tot een handboek waarmee gemeenten direct aan de slag kunnen. Naast de lessen uit de pilots zijn de jarenlange ervaring met visievorming en de eerste omgevingsvisies verwerkt, net als interviews met specialisten juist buiten de RO (milieu, water, verkeer en natuur).

Het boek laat zien hoe een krachtige omgevingsvisie met interne en externe projectpartners kan worden opgesteld, maar erkent dat visievorming ook kan – en zal – plaatshebben in het omgevingsplan, beleidsregels en het programma. Maar zelfs als gemeenten besluiten geen omgevingsvisie maar direct een omgevingsplan te maken, is een visie op de toekomst van de gemeente en haar deelgebieden nodig om tot succesvol omgevingsbeleid te kunnen komen. Visievorming gaat daarbij over het uitzetten van een koers (zie het voorbeeld van Tilburg) én over de rol die de gemeente aanneemt en de ruimte die zij laat voor initiatief.

‘Elke reis begint met de eerste stap’

Het is in elk geval van belang dat overheden het hele ‘bouwwerk’ van instrumenten op orde hebben, om straks te kunnen voldoen aan de wettelijke eis om binnen acht weken op een initiatief te reageren. Alleen dan kunnen zij inschatten of de ontwikkeling bijdraagt aan de primaire doelstelling van de Omgevingswet om een hoogwaardige fysieke leefomgeving te waarborgen. In het boek is aangegeven hoe hierop kan worden geanticipeerd.

Gerwin Gabry (KuiperCompagnons) en Maarten Hoorn (Platform31)

Dit is in ingekorte versie van het artikel in ROmagazine 7-8, juli-augustus 2016

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *