Advertentie
Archief

Politieke correctheid in de ruimtelijke ordening

Auteur ROmagazine.nl

04 november 2016 om 10:28, Leestijd ca. 4 minuten


[caption id="attachment_8976" align="alignright" width="150"]Jos Gadet Jos Gadet[/caption]

De Engelse politiek-econoom Philip Legrain begon zijn betoog met een schitterende reactie op een eerdere constatering dat Amsterdam nu toch wel echt te druk is geworden. “Londen overspoeld door toeristen? Nou, afgezien van het gebied rond de Big Ben, merk je daar niks van. Daarvoor is Londen te groot!”. Tijdens de bijeenkomst De staat van de Stad in de Amsterdamse Stadschouwburg op 25 oktober jongstleden, kreeg ik het gevoel de enige te zijn die aan de lippen van deze Engelsman hing. Een naar mijn inziens helder betoog over de essentie van groei, de kansen die dit biedt, het voordeel van migranten, de positieve effecten van ruimtelijke menging, de noodzaak van stedelijk bouwen, bouwen, bouwen.

Tijdens de pauze in de rij voor de koffie stonden enkele ‘witte’ Amsterdamse vrouwen achter me te klagen over die saaie Brit, ze ‘waren hem al snel kwijt’. Nee, dan het verhaal van Gloria Wekker en Domenica Ghidei Biidi, hoogleraar Gender en Etniciteit respectievelijk lid van de Council of Europe. Dát vonden de dames inspirerend en confronterend. Ik beoordeelde het eerder als een Zwarte Pietendiscussie op Stadschouwburg-niveau. Want: de oorzaak van de discriminatie en segregatie in steden was het onverwerkte koloniale verleden van de witte grijze mannen die ‘ook vanavond weer zijn oververtegenwoordigd’. Die mannen, waaronder ik dus, discrimineren! “En waarom is er geen goede boekhandel in de Bijlmer?” Ja, waarom dames, waarom? De ene platitude na de andere. Ik ben me persoonlijk niet bewust van een onverwerkt koloniaal verleden. Komt dat door de nog niet afgeronde Nederlandse Vergangenheitsbewältigung? Dit laatste is inderdaad amper begonnen, maar ik denk dat de deplorabele situatie van veel Nederlanders met een etnische afkomst vooral te maken heeft met (1) de stelselmatige bevoogding van deze groepen in de sociaaldemocratie van de laatste decennia van de vorige eeuw en (2) hen en passant en masse laten wonen in de monofunctionele naoorlogse uitbreidingswijken. Misdadig, inderdaad. En dat treft de witte Nederlanders zeker blaam. Precies! Maar onverwerkt koloniaal verleden? De oorzaken (niet politiek) correct benoemen is de helft van de oplossing. En daarin spelen ruimtelijke invloeden een beslissende rol. Overigens ook een gevaarlijk statement, want het benoemen van ruimtelijke invloeden voor sociale problemen riekt naar fysiek determinisme. Not done in de planologie en stedenbouw der lage landen. Politiek correct denken overheerst het (ruimtelijk) debat en troebleert ruimtelijke planning. Je mag niet constateren dat stedelijke groei essentieel is voor economische groei (toename van werkgelegenheid). Het debat gaat dan in het gunstigste geval erover dat steden van de groei profiteren, ten koste van de krimpgebieden. In de meeste nationale, provinciale en lokale discussies over groei en krimp is het nog steeds niet doorgedrongen dat steden (die aan bepaalde condities voldoen) groei genereren. Nee, de stad profiteert, en dat is oneerlijk in de bevoogdende democratie van vandaag de dag. In het ongunstigste geval denk je megalomaan en arrogant. Je moet weer terug op aarde en genieten van de romantische Hollandse stadjes, o zo typerend voor het Nederlandse landschap. En die stadjes moeten vooral klein blijven. Bouwen, dat moet op een nieuwe Vinex-wijze, aldus de altijd en overal weer opduikende apologeet van bouwen in het weiland Friso de Zeeuw. Amsterdam is de laatste tien jaren met meer dan 100.000 inwoners gegroeid. Bijna een stad als Maastricht is er aan bevolking bijgekomen. Dit alles ondanks een stagnerende woningproductie (en daardoor oververhitte woningmarkt). Stel dat de woningproductie gelijke tred had gehouden. Dan was de hoofdstad misschien nu al een miljoenenstad geweest (waar de stad voor de oorlog gestaag naar op weg was: meer dan 930.000 inwoners). Het gaat niet om die miljoen an sich, maar om de omvang en variatie van de (beroeps)bevolking, die in tijden van kenniseconomie als een magneet werken op (internationale) bedrijvigheid en talent. Wat weer banen genereert. Maar zelfs deze door internationale en Nederlandse economen beschreven werkelijkheid wordt niet geaccepteerd in menige planologische en stedenbouwkundige discussie. Empirisch onderbouwde bevindingen worden op de vreemdste manieren weggewuifd. Heel bont maakte Paul Scheffer, toch niet de minste, het in zijn kritiek op het boek De toekomst van de stad. Een pleidooi voor de metropool van hoogleraar Zef Hemel (UvA). Miljoenensteden, zei hij, zijn de ideale voedingsbodem voor totalitaire systemen. Is dat zo? Nee natuurlijk! Pas op 6 maart 1933, een dag na de fatale Rijksdagverkiezingen, toen de bewoners het mes letterlijk op de keel werd gezet, vielen de miljoenensteden Keulen en Berlijn voor de nationaalsocialistische dictatuur. Daarvóór kreeg Hitler geen poot aan de grond in deze ook nu nog meest tolerante steden van Duitsland. Het is niet voor niets dat How Our Greatest Invention Makes Us Richer, Smarter, Greener, Healthier and Happier de ondertitel is van Edward Glaesers beroemde boek Triumph of the City. Maar de grootste uitvinding wordt Nederlanders niet gegund. Daarom kent ons land sinds de Woningwet van 1901 een anti stedelijk ruimtelijk beleid. Ik ben er niet gerust op dat daar verandering in gaat komen. Jos Gadet Hoofdplanoloog gemeente Amsterdam Lees hier meer blogs van Jos Gadet
Gerelateerde Artikelen
Link gekopieerd naar klembord