Advertentie
Archief

Lelystad geeft lucht

Auteur ROmagazine.nl

30 januari 2012 om 12:38, Leestijd ca. 6 minuten


Actuele globale en flexibele bestemmingsplannen

Lelystad is een stad die mensen en bedrijven fysieke en mentale ruimte biedt. Naast vierkante meters behoren een gevoel van vrijheid, rust en zelfbeschikking tot het Lelystadse karakter. Met andere woorden: ’Lelystad geeft lucht’. Dit betekent dat Lelystad ruimte biedt aan bewoners, ondernemers en bezoekers.

Om dit imago kracht bij te zetten en daadwerkelijk meer ruimte aan particulier initiatief te kunnen bieden, worden in Lelystad 14 bestemmings­plannen voor de wettelijke datum van 1 juli 2013 globaal en flexibel gemaakt. Inmiddels zijn diverse bestemmingsplannen in procedure gebracht: waaronder één voor een bestaande woonwijk en één voor een groot bestaand bedrijventerrein. Parallel aan deze opgave bekijkt de gemeente de werking van welstandstoezicht en het gebruik van beeldkwaliteitplannen. In deze bijdrage een beschrijving hoe bij twee pilot-bestemmingen (wonen en bedrijventerrein) in diverse werkateliers de hoofdkeuzes voor de bestemmingsregels en de plankaart tot stand zijn gekomen.

De gemeente Lelystad heeft de bestuurlijke wens om bewoners en ondernemers meer ruimte te bieden en sneller mee te kunnen werken aan nieuwe initiatieven. Met deze lijn speelt Lelystad in op actuele en toekomstige maatschappelijke tendensen: de voorkeur voor verbouw of vergroten van de eigen woning, zorg aan huis, bedrijf aan huis, functieverbreding, multifunctioneel gebruik van gebouwen, alternatieve functies voor kantoorgebouwen. Daarnaast wil Lelystad aan ondernemers die willen groeien en investeren de ruimte bieden op aantrekkelijke bedrijfslocaties.

De principes

Bij de start van dit traject heeft de gemeenteraad van Lelystad een Plan van Aanpak vastgesteld, waarin de hoofdprincipes voor globaal en flexibel zijn vastgelegd:
- de maximaal toelaatbare eindsituatie in plaats van de bestaande situatie vormt de basis voor bestemmingsplannen;
- streng aan de voorkant, meer ruimte aan zij- en/of achterkant;
- redenen om bij hoge uitzondering van het systeem globaal en flexibel af te wijken:
  • behoud bijzondere stedenbouwkundige / architectonische identiteit;
  • beleid (gemeentelijk, provinciaal, rijk);
  • milieuwet- en regelgeving;
  • voorkomen aantasten economisch profiel;
  • planschaderisico’s.
In het Plan van Aanpak zijn de ruimtelijke en functionele opgaven van de meest voorkomende bestemmingen geformuleerd. De uitdaging was op basis van dit document een realistische manier van bestemmen te ontwikkelen, waarbij het zoeken naar gelijke mogelijkheden voor iedere Lelystedeling en het voorkomen van willekeur belangrijke voorwaarden waren.

De woonwijk

Voor ‘Wonen’ was de hoofdvraag: ‘Welke uitbreidingsruimten kunnen alle Lelystadse woningen standaard krijgen, zonder dat de identiteit van de wijk en het woonklimaat van bewoners wordt aangetast?’ Deze vraag hebben we op een pilot-gebied geprojecteerd: het eerste, te actualiseren bestemmingsplan voor twee bestaande woonwijken in Lelystad (Zuiderzeewijk en Atolwijk). Dit zijn de eerste woonwijken van Lelystad. Ze zijn in een hoog tempo gebouwd en vertonen een grote mate van seriematigheid. De stedenbouwkundige eenheden bestaan uit rijenwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen. De ruimtelijke opbouw rondom hofjes met veel ruimte en groen zijn kenmerkend voor deze zogenaamde stempelwijken. In deze wijken gelden beperkte welstandscriteria.

Minimale sturing
Heel verfrissend was het om uit te zoeken welke risico’s op de loer liggen als we voor deze pilot-woonwijk niets meer regelen. Wat gebeurt er als we bijvoorbeeld geen eisen meer stellen aan de plaatsing van woningen? Of aan maximale goothoogten? Wat betekent dit voor de opzet en de kwaliteit van de wijk? Hoe vaak zal dat in de praktijk voorkomen? In de meeste buurten bleken de risico’s minder groot zijn dan verwacht. Naar onze mening zijn met name de plaatsing en de bouwhoogte van de bebouwing bepalende ruimtelijke factoren voor de stedenbouwkundige identiteit van een wijk. In kader 1 is voor een woonwijk aangegeven voor welke minimale sturingsinstrumenten in de Lelystadse bestemmingsplannen (regels en plankaart) is gekozen.

Maximaal toegestane uitbreiding en functieverandering
Bij dit onderdeel hebben we gezocht naar de maximaal toelaatbare eindsituatie. Per woningtype - vrijstaand, twee-onder-een-kap, rijtjes - hebben we bekeken waar extra uitbreidingsmogelijkheden bovenop de vigerende planologische regimes gewenst en mogelijk zijn. Te denken valt aan extra bouwlagen, hogere bouwhoogtes, uitbreidingsmogelijkheden van het hoofdgebouw aan zij-, voor- en achterkant, het oprekken van erfbebouwingsmogelijkheden. De afwegingen hebben we in verband met de discussie over rechtszekerheid voor de burger steeds vanuit twee richtingen gemaakt: de maatschappelijke versus de individuele belangen. Daar waar we vonden dat de maatschappelijke belangen voor extra ruimte zwaarder wogen, én stedenbouwkundig aanvaardbaar waren, én er vanuit wet- en regelgeving en planschaderisico’s geen negatieve gevolgen aan de orde waren, is de beoogde ruimte bij recht in het bestemmingsplan opgenomen (zie kader 2). Daar waar de individuele belangen van omwonenden zwaarder wogen, hebben we óf de beoogde ruimte weer ingeperkt óf de ruimte via een flexibiliteitsregeling (afwijking of wijziging) in de planregels opgenomen. Ook zijn bij de afweging de ruime mogelijkheden voor het vergunningsvrij bouwen betrokken.

Zwaarwegende redenen voor beperkingen
Nadat de belangrijkste hoofdkeuzes waren gemaakt, is nagegaan of er zwaarwegende redenen waren om vanwege stedenbouwkundige kwaliteiten, vastgesteld beleid, wet-en regelgeving en mogelijke planschaderisico’s de beoogde ruimte in te perken. Voorbeelden:
  • Het welstandsregime heeft aanleiding gegeven om de beoogde extra ruimte in bepaalde delen van de Zuiderzeewijk in te perken. Gedeelten van de oudste wijk van Lelystad zijn vanwege de cultuurhistorische waarde en de stedenbouwkundige opzet in de welstandsnota voorzien van het hoogste welstandsregime. Voor deze delen van de wijk is van het globale en flexibele systeem afgeweken en zijn de vigerende planologische regelingen opnieuw van toepassing verklaard.
  • Vanwege de oorspronkelijk ruime stedenbouwkundige opzet en de historische ontstaansperiode van Lelystad (‘nieuw land’), heeft het globale systeem relatief weinig problemen op het gebied van milieuonderzoeken (archeologie, geluidshinder etc) opgeleverd.

Het bedrijventerrein

Voor de bestemming ‘Bedrijventerrein’ stond de volgende hoofdvraag centraal: Hoe kunnen we aan ondernemers meer ruimte bieden, met behoud van het beoogde economisch profiel van bedrijventerreinen? Voor deze vraag is het bedrijventerrein Oostervaart als pilot gebruikt. Het bedrijventerrein richt zich met name op zware, industriële bedrijvigheid.

Door de goede bereikbaarheid (ligging aan A6) en de grote afstand tot gevoelige bebouwing is het een toplocatie voor zware en/of grootschalige bedrijvigheid. Een groot gedeelte van dit terrein is welstandsvrij verklaard.

Ruud Luchtenveld, wethouder ruimtelijke ordening, gemeente Lelystad
Anneke van der Meer, coördinator bestemmingsplannen, gemeente Lelystad (namens AXON Adviseurs)

Voor de kaders, blader door onderstaand artikel [issuu width=550 height=389 embedBackground=%23fff pageNumber=3 printButtonEnabled=false backgroundColor=%23222222 documentId=120131091318-c46daed2486f4de7a5909dcd4bc0a654 name=rom_1_2_2012_art_lelystad username=romagazine tag=lelystad unit=px id=782eeeac-60ff-db91-a04c-34ce56ed3224 v=2]
Gerelateerde Artikelen
Link gekopieerd naar klembord