Advertentie
Archief

De wooncoöperatie als ‘derde smaak’

Auteur ROmagazine.nl

28 januari 2022 om 11:07, Leestijd ca. 3 minuten


De timing had niet beter gekund. Amper een week nadat Hugo de Jonge tot minister voor Volkshuisvesting en RO was benoemd, kreeg hij van Arie Lengkeek en Peter Kuenzli het eerste exemplaar van hun onderzoek naar de opschaling van wooncoöperaties. Een slimme zet van beide auteurs, want een CDA-minister staat meestal positief tegenover maatschappelijke initiatieven. Toch waren Lengkeek en Kuenzli oprecht verrast door het enthousiasme waarmee De Jonge hun pleidooi omarmde en de wooncoöperatie als een volwassen segment van de woningmarkt wil behandelen. Er zijn wel eens voorstellen minder warm ontvangen door een lid van het kabinet. 

Inspiratie uit Midden-Europa


In hun onderzoek naar de potentie van coöperatief wonen ergeren Lengkeek en Kuenzli zich vooral aan de ondergeschoven positie van deze woonvorm in Nederland. Sinds coöperatieve verenigingen in de Woningwet van 1901 werden uitgesloten van overheidsfinanciering worden woningbouwinitiatieven van burgers niet serieus genomen door banken en gemeenten. Met als resultaat dat coöperatieve woningbouwprojecten niet of nauwelijks van de grond komen. Hoe groot de potentie kan zijn van deze vorm van burgerinitiatief, laten beide auteurs overtuigend zien in hun uitgebreide beschrijving van inspirerende coöperatieprojecten in Wenen, München en Zürich. Stadsbestuurders en banken stimuleren daar al vele decennia wooncoöperaties via een mix van betaalbare kavels, revolverende overheidsfondsen en overname van aandelen. In een stad als Zürich konden coöperatieve woningbouwverenigingen daardoor uitgroeien tot de belangrijkste samenwerkingspartners van de gemeente met een aandeel van twintig procent in de stedelijke woningvoorraad. Innovatieve woningplattegronden, een inclusieve mix aan bewoners, uiteenlopende buurtvoorzieningen en niet te vergeten duurzaam lage huren: jonge wooncoöperaties in de Zwitserse stad realiseren het allemaal.

In Zürich hebben coöperatieve woningbouwverenigingen een aandeel van twintig procent in de stedelijke woningvoorraad


Om ook in Nederland van de coöperatieve woonvorm een volwassen woningmarksegment te maken, naast het huren en kopen, moeten er volgens Lengkeek en Kuenzli nodig een paar dingen gebeuren. Met een eenduidige definitie van het niet-commerciële karakter van de wooncoöperatie kan bijvoorbeeld de onduidelijkheid over deze woonvorm bij banken, overheden en bewoners worden weggenomen. Kaveluitgifte en leningen kunnen zo gemakkelijker op het coöperatieve karakter van nieuwbouwprojecten worden afgestemd. Met de instelling van een landelijk revolverend fonds kunnen ook de plankosten en het financiële gat tussen maximale bankfinanciering en ingebracht ledenkapitaal worden overbrugd. Veel goede initiatieven struikelen nu nog over deze (tijdelijke) financiële hobbel.

Minister De Jonge geeft aan met alle aanbevelingen aan de slag te willen gaan


In hun boek hekelen de auteurs ook de opstelling van woningcorporaties die sinds 2015 bezit kunnen overdragen aan wooncoöperaties maar dit in de praktijk nauwelijks doen. Ze vroegen De Jonge bij hun boekpresentatie daarom nadrukkelijk om dit alsnog onderdeel te maken van de prestatieafspraken in het kader van de afschaffing van de verhuurdersheffing. De minister gaf aan met alle aanbevelingen aan de slag te willen gaan. Ook nodigde hij zichzelf alvast uit bij een veelbelovend coöperatief woningbouwproject om te kijken welke knelpunten er opgelost moeten worden. Het is voor alle initiatiefnemers te hopen dat De Jonge haast maakt met zijn goede voornemens en niet voortijdig struikelt over de erfenis van zijn vorige baan. Er komt immers nog een parlementaire enquête naar de bestrijding van de coronacrisis aan.

Door Jaco Boer, columnist en publicist

Gerelateerde Artikelen
Link gekopieerd naar klembord