Advertentie
Landelijk gebied

Natuur als uitgangspunt en nieuwe verdienmodellen voor boeren

Auteur ROmagazine.nl

24 juni 2022 om 14:03, Leestijd ca. 10 minuten


In de strijd om ruimte delft de natuur vaak het onderspit. Dat kan anders, vinden onder meer de Friese natuur- en milieuorganisaties It Fryske Gea en de Friese Milieufederatie. In de visie Natuerlik Fryslân 2050 pleiten zij ervoor natuur als uitgangspunt te nemen voor ruimtelijk handelen, en willen ze natuur en landschap zelf een stem geven. Eentje die spreekt over een robuuste aanpak, in plaats van over vluchtige, kortetermijnoplossingen. Een stem die niet tegen de natuur in, maar met de natuur meebeweegt.

Door Chris Bakker en Sytske Rintjema, respectievelijk hoofd natuurkwaliteit en ecoloog bij It Fryske Gea, landschapsarchitect Peter de Ruyter, Hans van der Werf, directeur Friese Milieufederatie, en ecoloog Eddy Wymenga.

Dit artikel staat in ROm juni 2022. ROm is het maandelijkse vakmagazine over de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren, bestuurders en politici in dat domein. Word abonnee of neem een thuisabonnement. Meld je hier aan

Het borrelt en bruist in het Friese landschap. Er zijn veel initiatieven op het gebied van natuurherstel. Van de aanleg van een bijenlint, naar een effectiever weidevogelbeheer tot verbetering van de waterkwaliteit. De initiatieven tonen een grote betrokkenheid en zorg om de kwaliteit van het Friese landschap. Maar zij zijn vaak ook ad hoc en tijdelijk. Wat ontbreekt, is een overkoepelende en bestendige regionale visie hoe we de grotere opgaven van deze tijd – klimaat, stikstof, woningbouw, bodemdaling in de veenweide, waterkwaliteit én verlies aan biodiversiteit – in samenhang kunnen uitwerken.

Juist in die samenhang liggen kansen om de draagkracht van bodem- en watersysteem, en het draagvlak bij boeren en burgers te koppelen aan de daadkracht van bestuurders. We kunnen ook niet anders. We zullen wel moeten. Als we elke opgave in Nederland afzonderlijk zouden benaderen, is er onvoldoende ruimte, tijd en geld beschikbaar. Bovendien kan dan efficiënter worden gewerkt. Met meer resultaten. Dan is wel een duidelijke basis nodig. Een visie voor de middellange termijn, zodat de natuur de tijd heeft zich te herstellen en te ontwikkelen, en jonge boeren met meer zekerheid duurzame investeringen kunnen doen. En, misschien nog wel het belangrijkste: het bodem- en watersysteem zelf is ook gebaat bij een bestendige aanpak en kan ons helpen die duurzame toekomst te realiseren.

Impressie kansrijke maatregelen in de Noordelijke Friese Walden en in de Zuidoosthoek. Beeld Peter de Ruyter

Natuurlijke processen

Bodem en water hebben ons landschap gedurende duizenden jaren gevormd. De mens kwam en ging en zette zijn leefomgeving meer en meer naar zijn hand. Tot de grootschalige ruilverkavelingen van na de Tweede Wereldoorlog ging dat min of meer in harmonie met de natuurlijke omstandigheden. In Friesland heeft dit geleid tot een landschap met een grote diversiteit aan landschapstypen: van de zandige uitlopers van het Drents plateau met de beekdalen van Tjonger en Linde in het zuidoosten tot de opgeslibde klei aan de waddenkust. Daartussenin het venige Lage Midden, als een CO2 uitstotende badkuip waarvan de bodem steeds lager komt te liggen.

In Natuerlik Fryslân 2050 proberen we de natuurlijke processen die hebben geleid tot die enorme rijke diversiteit aan landschapstypen, te herstellen en de interactie van de mens daarop aan te passen. De klimaatverandering dwingt ons daartoe. Hoe kunnen we weer meebewegen met de seizoenen en ons neerslagoverschot beter vasthouden? Waarom zouden we gebiedseigen water, dat er tientallen jaren over heeft gedaan om als kwelwater omhoog te komen, binnen twee weken via de Friese boezem in de Waddenzee lozen? Hoe kunnen we kwelders en het proces van sedimentatie gebruiken om de kusten veiliger te maken tegen de zeespiegelstijging en daarmee ecologisch waardevolle zoet-zoutovergangen creëren en, als bonus, koolstof opslaan in uitgestrekte schorren en slikken?

Als we de ruimtelijke ordening in Nederland veel fundamenteler vanuit het bodem- en watersysteem zouden benaderen, dan zijn dat de natuurlijke, vanzelfsprekende knoppen waar we aan kunnen draaien met elkaar.

Toekomstbestendige basis

In Friesland heeft deze integrale systeembenadering geleid tot een kaartbeeld voor 2050 op basis van de bodemsoorten klei, veen en zand en vijf regionale uitwerkingen van cultuurlandschappen. In elk van deze landschappen zijn de opgaven te combineren. Daarbij krijgen oude patronen, karakteristiek voor deze landschappen met houtwallen, slenken, zomerpolders en watergangen, een nieuwe betekenis.

Onze manier van denken heeft geleid tot nieuwe landschapstypen en nieuwe ‘medebewoners’

Het interessante is dat onze manier van denken heeft geleid tot nieuwe landschapstypen en nieuwe ‘medebewoners’. Zij zijn degenen die het verhaal vertellen van de staat van ons landschap en de kansen die besloten liggen in ‘nature based solutions’. Geelgors, otter, Spaanse ruiter, dotterbloem, grutto en zwarte ibis – om er maar een paar te noemen – vertellen ons meer over het landschap in het licht van een veranderend klimaat. 

Dit betekent dat er soorten zullen verdwijnen. Maar dat er ook ruimte is voor nieuwe soorten in het Friese landschap. En in nieuwe landschapstypen, als we bewust kiezen voor een robuust bodem- en watersysteem als toekomstbestendige basis. Een aansprekend voorbeeld daarvan is de mogelijke vestiging van de zwarte ibis in nieuwe overstromingsmoerassen op de overgang van zand naar veen, in de randveenzone.

Klimaatadaptief

Die randveenzone heeft in Natuerlik Fryslân meerdere functies en betekenissen. Waar de veengroei ooit in de randveenzone zorgde voor dikke veenlagen, is nu in de lage delen perspectief voor natte natuur. Door het hogere waterpeil neemt de invloed van schoon grondwater in de overgangszone van zand naar veen toe. Tal van bijzondere soorten profiteren hiervan.

De laagste delen bieden ruimte aan waterberging. Hier kunnen vloedbossen ontstaan met kolonies van broedende vogels zoals zilverreigers en de eerdergenoemde zwarte ibis. Dit kan een prachtig nieuw landschap opleveren met grote recreatieve belevingswaarde. Natte teelten als grote en kleine lisdodde bieden er mogelijkheden voor de productie van grondstoffen voor de bouw, als bijdrage aan een duurzame, circulaire economie en een verbreed verdienmodel voor de boer.

Tegelijkertijd is de randveenzone als beekoverstromingsvlakte onderdeel van het beeksysteem in de zuidoosthoek van Friesland. Door in de benedenloop water vast te houden wordt het grondwater in het hele systeem aangevuld en zal er minder sprake zijn van wegzijging in de boven- en middenloop. Dit is gunstig voor de natuur bovenstrooms en in de zijdalen, maar zeker ook voor de landbouw in de zuidoosthoek. Een landbouw die in de zomer van 2018 nog te kampen had met verdroging en volledig afhankelijk is van gebiedsvreemd IJsselmeerwater.

Impressie kansrijke maatregelen in de Noordelijke Friese Walden en in de Zuidoosthoek. Beeld Peter de Ruyter

Wederkerigheidsgronden

Door integraal te kijken naar het grond- en oppervlaktewatersysteem kan er wederkerigheid ontstaan tussen landbouw en natuur. Grondwaterstromen zouden in die zin stromen van solidariteit kunnen zijn, waarbij de natuurgebieden als sponzen het gebiedseigen water langzaam ten goede laten komen aan onder andere de landbouw in overgangszones. In het nieuwe regeerakkoord worden deze overgangsgebieden landschapsgronden genoemd. Wederkerigheidsgronden is misschien een betere en meer specifieke benaming die aangeeft dat landbouw en natuur elkaar – in bepaalde landschapstypen – echt nodig hebben en elkaar kunnen versterken.

Integraal en systematisch kijken naar het grond- en oppervlaktewatersysteem

De overgangsgebieden tussen natuur en landbouw zijn essentieel in de systeembenadering van Natuerlik Fryslân 2050. Hier liggen vaak grote opgaven op het gebied van ecologie en hydrologie. Juist in die overgangsgebieden zal de komende jaren ‘de strijd om de ruimte’ invulling kunnen krijgen met aangepaste vormen van natuurrijke landbouw. Zo kunnen we samen opgaven op het gebied van klimaat en stikstof inhoud geven. Ook het herstel van voormalige cultuurhistorische landschapselementen in specifieke landschapstypen kan daarbij helpen. Bomen, bos en struweel leggen toch ook koolstof vast en dragen bij aan een rijkere biodiversiteit.

De wederkerigheid tussen natuur en landbouw kan tot uiting komen in ecosysteemdiensten, als onderdeel van een breder verdienmodel voor onze agrariërs. Als we de boer als maatschappij breder gaan waarderen en niet alleen meer als voedselproducent zien, maar ook als producent van maatschappelijke diensten, zoals het zorgen voor een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, dan kan de boer een beter belegde boterham krijgen en komen we tot nieuwe vormen van samenwerking. Zeker als we die samenwerking kunnen organiseren in langjarige pacht- en beheercontracten, waar boer en natuur ook echt iets aan hebben.

Als we het bodem- en watersysteem en de natuurlijke processen die zich daar afspelen als uitgangspunt nemen, werken we vanuit de kracht van de natuur, meer dan vanuit de kwetsbaarheid. De veerkracht die het landschap daarmee krijgt om met problemen op het gebied van biodiversiteit, waterbeheer en klimaatverandering om te gaan biedt hoop. Hoop voor onze generatie en hoop voor onze kinderen en kleinkinderen én – misschien nog wel het belangrijkste – hoop voor onze medebewoners.

Het coalitieakkoord geeft in algemene termen de richting en ruimte om het bodem- en watersysteem centraal te stellen. Met ons perspectief in Natuerlik Fryslân 2050 laten we zien hoe dat kan uitwerken.

‘Een vitale natuur is geen luxe’ - Douwe Hoogland, gedeputeerde provincie Fryslân
‘Bodem en water vormen het fundament van de ruimtelijke ordening en maken ons duidelijk dat integraal werken aan grote opgaven zoals stikstof en klimaat noodzakelijk is. Daarbij zullen natuur, landbouw, wonen en recreëren dus meer in samenhang moeten worden bekeken. De conceptuele aanpak, zoals in Natuerlik Fryslân 2050 is toegepast, spreekt mij ontzettend aan. De denkrichting sluit heel goed aan bij onze Provinciale Omgevingsvisie.

Samen met de Friese samenleving – de Mienskip – zijn er in de Friese omgevingsvisie vier urgente en integrale thema’s benoemd, waarvan het versterken van biodiversiteit er een is. Met dit thema is inmiddels een programmateam hard aan de slag, met onderwerpen als kennisontwikkeling en bewustwording. De ‘Natuurverkenning 2050’ van de WUR en ook het rapport van de Rli Natuurinclusief Nederland, dat recent verscheen, herhalen de boodschap keer op keer: een vitale natuur is geen luxe, maar broodnodig om de urgente opgaven van deze tijd het hoofd te kunnen bieden! Aan de ambities en de doelstellingen ligt het niet. Het is nu een kwestie van doen.’
‘Natuurgrond kunnen wij ook beheren’ - Jan Teade Kooistra, bestuurder LTO Noord
‘Het is ons bekend dat deze partijen wensen hebben met onze grond. Wij willen de natuur dichter bij de boer krijgen. Zij willen de boer dichter bij de natuur krijgen. In Den Haag is de term ‘landschapgronden’ gedropt, er komt geld beschikbaar en daar zijn natuurorganisaties direct mee aan de slag gegaan.

Het rapport is een wensenlijstje. Doen wij ook weleens. Het is jammer dat ze ons niet bij het rapport hebben betrokken. Natuurgrond kunnen wij ook beheren. Misschien wel beter. Wij hebben heel veel kennis en ervaring met elk natuurtype waar het woord ‘gras’ in voorkomt. We hopen dat de partijen ons boeren snel uitnodigen om samen een rapport te maken.’
Water en bodem sturend bij ruimtelijke planvorming’ - Luzette Kroon, dijkgraaf Wetterskip Fryslân
‘We zijn er allemaal bij gebaat als we in onze ruimtelijke ordening kiezen voor logische locaties voor functies op basis van het bodem- en watersysteem. NF2050 geeft hier goede handvatten voor. De verdeling naar bodemsoorten, klei, veen en zand gebruiken wij ook voor de Blauwe Omgevingsvisie (BOVI).’

‘Wij onderkennen het belang van water meer vasthouden en willen minder afhankelijk zijn van IJsselmeerwater in de zomerperiode. Daarnaast zien wij ook de belangrijke rol die de lage veenpolders in de overgangszone naar de zandgronden spelen: de polders waar we kwelwater snel afvoeren naar de Friese boezem. Wij werken eraan om water en bodem sturend te laten worden bij ruimtelijke planvorming, samen met de andere overheden. Gericht op een waterveilig Fryslân met voldoende zoetwater en een klimaatbestendige inrichting.’
Gerelateerde Artikelen
Link gekopieerd naar klembord