Advertentie
Energietransitie

Stimuleer het open gesprek met ‘visuele praatmiddelen’

Auteur Ymkje de Boer

08 juli 2022 om 15:53, Leestijd ca. 8 minuten


Energietransitie is niet alleen een zaak van techniek. Het gaat ook om toegankelijkheid, betaalbaarheid en een acceptabele inpassing van het energiesysteem in de dagelijkse leefomgeving. Om bewoners te helpen om zich te positioneren in het debat, is het van belang om te weten hoe een eerlijk energiesysteem er volgens hen uitziet en tot stand komt. Dat kan met de inzet van visuele hulpmiddelen, die bewoners helpen met nadenken en uitnodigen tot open gesprekken, zo blijkt uit de eerste experimenten hiermee in de provincie Overijssel.

Dit artikel is de derde in een serie over Energietransitie en participatie en staat in ROm juni 2022. ROm is het vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Meld u hier aan voor een thuisabonnement voor het maandelijkse papieren of digitale magazine.

Als we een eerlijk en duurzaam energiesysteem nastreven, moeten we verder kijken dan een rekensom over kosten en de haalbaarheid van de techniek. Het concept energierechtvaardigheid helpt hierbij. Het handelt niet alleen over (financiële) verdelingsvraagstukken (hoe verdelen we de lusten en lasten?), maar ook over de procedurele kant van energietransitie (loopt het proces eerlijk?) en over het aspect erkenning (wordt de verscheidenheid aan behoeften van de verschillende type bewoners gezien?).

De onderzoekers van het project JustRES (zie kader 1) van het NWO-programma MARET (zie kader 2) voegen hier een meer sociaal-ruimtelijke dimensie aan toe. Het gaat dan onder meer over de vraag hoe de baten en lasten van duurzame energieprojecten verdeeld zijn over verschillende plekken in de provincie Overijssel en of dat als rechtvaardig wordt ervaren door de inwoners. De onderzoekers ontwikkelen een methode om inwoners met verschillende achtergronden, en dus ook verschillende mate van betrokkenheid in de energietransitie, hierover gesprekken met elkaar te laten voeren.

Praatkaarten

Om het voor sommige mensen abstracte begrip ‘rechtvaardig’ dichter bij huis te brengen, gebruiken de onderzoekers Simone Haarbosch en Bart Haagsma vaak de meer alledaagse term ‘eerlijk’. Haarbosch is postdoc-onderzoeker aan Wageningen University & Research. Ze is gespecialiseerd is sociale aspecten van de energietransitie. Bart Haagsma is PhD-onderzoeker met een achtergrond in bestuurs- en organisatiewetenschap. Samen experimenteren zij met manieren om mensen te laten nadenken over wat hen bezighoudt rond energietransitie.

‘Het gaat er daarbij om het gesprek zo open mogelijk te voeren op de schaal van de regio’, legt Haarbosch uit. ‘Als overheid streef je naar zoveel mogelijk draagvlak voor hernieuwbare energie. Dat betekent dat je zorgen en wensen van bewoners heel serieus moet nemen. Maar er rechtstreeks naar vragen werkt meestal niet zo handig omdat mensen het zelf niet precies weten als het gaat over de energietransitie.’ Visuele middelen helpen daarbij, is de ervaring van de onderzoekers. Ze experimenteren daar momenteel mee aan de hand van een set kaarten waarop data over de regio visueel zijn weergegeven. Bij die kaarten is het juist de bedoeling dat mensen zelf verhalen gaan vertellen over wat zij belangrijk vinden. Haarbosch: ‘De kaarten dienen dus echt en alleen maar als ‘praatkaarten’ en niet als plankaarten.’

‘Het is juist de bedoeling dat mensen zelf verhalen gaan vertellen over wat zij belangrijk vinden’

Verschillende aspecten in beeld

Bart Haagsma licht verder toe: ‘We leggen een vrijwel lege kaart van de provincie Overijssel neer. Vervolgens hebben we tien transparante kaarten die elk een bepaald aspect belichten dat te maken heeft met energierechtvaardigheid. Mensen kunnen de kaarten over elkaar heen liggen al naar gelang de invalshoek – of de achterliggende waarde, zoals natuur of leefbaarheid – die zij zelf belangrijk vinden.’ De aspecten die op de transparante kaarten zijn weergegeven, zijn het gemiddelde inkomen van de huishoudens, het gemiddelde elektriciteitsverbruik van de huishoudens, de plekken waar er energiearmoede is, de RES-zoekgebieden, de uitstoot van stikstofdioxide, de ecologische hoofdstructuur, de plekken van de huidige windturbines, plekken met lichtemissies en geluidsoverlast én de staat van de leefbaarheid in de verschillende gebieden.

Provincie Overijssel heeft hiervoor de data aangeleverd en experts aan de Hogeschool Saxion die gespecialiseerd zijn in het ontwerp van kaarten, hebben die verwerkt in een prototype. Na een eerste workshop rond deze set kaarten met de JustRES-consortiumpartners, heeft Haagsma een uitgebreide interview- en oefenronde gedaan met sleutelfiguren uit verschillende doelgroepen: mensen die meedoen aan een ‘protestbeweging’, leden van energiecoöperaties en bewoners uit kwetsbare milieus. Ook is gesproken met iemand die voorheen te maken had met energiearmoede en daarover uit ervaring kon spreken – en met mensen uit de zogenoemde stille meerderheid: de gewone buurman en buurvrouw.

Vragen waarmee de onderzoekers eerst nog zonder de kaarten op tafel de gesprekken openen, zijn bijvoorbeeld: Als het om energie gaat, wat is dan je grootste zorg? Wat vind je belangrijk als het gaat om de toekomst van energie? En meer specifiek: Als er meer duurzame energie moet komen, wie is er dan volgens jou vooral verantwoordelijk, en hoe ziet die verantwoordelijkheid eruit? Na deze openingsvragen komen de kaarten op tafel en worden de vragen nogmaals nagelopen. Het idee hierachter is dat mensen aan de hand van de data op de kaarten nogmaals reflecteren op wat zij rechtvaardig vinden in de energietransitie. Nieuwe informatie kan leiden tot nieuwe inzichten en andere standpunten dan tijdens de ronde zonder kaarten. Deze nieuwe inzichten helpen bij de volgende fase van het project in het najaar: de deliberatieve sessies.

Verschillende profielen, verschillende praatmiddelen

Tot nu toe is dus beperkt geoefend met de kaartenset, die overigens nog steeds wordt bijgesteld als dat beter blijkt te werken – bijvoorbeeld in de keuze van terminologie. De onderzoekers hebben daarbij gemerkt dat niet iedereen even gemakkelijk kaartleest. Een deel van de doelgroep is gewend om met kaartmateriaal om te gaan en daarop weergegeven data te kunnen interpreteren. Maar dat geldt niet voor iedereen. Haarbosch: ‘Om ervoor te zorgen dat er geen doelgroepen buiten de boot vallen, moeten we meerdere middelen gaan inzetten. Daarom gaan we ook experimenteren met plaatjes. Denk hierbij aan cartoons of een soort strip. We willen graag weten welk praatmiddel nu het beste werkt bij welke doelgroep. Bij de een zal dat de set kaarten zijn, bij de ander meer een set plaatjes.’

‘Met kaarten wordt het gesprek rijker en dieper’

Vlak voor de zomer komt er een grote enquête onder 1250 inwoners van Overijssel en 1250 inwoners van Noord-Brabant, uitgezet in samenwerking met de onderzoekers van collegaproject EXPLORE (zie ROm april 2022). Daarin komen dezelfde open vragen voor als tijdens de eerdere gesprekken. Met de resultaten kunnen de onderzoekers groepen met verschillende profielen identificeren. Met een deel van deze respondenten wordt vervolgens een aantal deliberatieve sessies georganiseerd op verschillende plekken in Overijssel.

Haarbosch: ‘De deelnemers gaan dan niet zozeer met ons of de overheid in gesprek als wel met elkaar. Het basisidee daarbij is dat mensen zelf kiezen welke aspecten ze belangrijk vinden en tegen elkaar willen afwegen. Wij willen mensen in zekere zin activeren om een standpunt in te nemen bij het maken van afwegingen rondom verschillende dilemma’s in de energietransitie. Als mensen zeggen dat er bij hen in de buurt geen windturbines mogen komen, dan is de vraag: waar dan wel? Wat zou een goede plek zijn? Ook gaat het bijvoorbeeld over hoe kwetsbare groepen die zelf misschien niet financieel kunnen mee-investeren, toch mee kunnen doen aan een vorm van lokaal mede-eigenaarschap. In feite zijn dit de dilemma’s waar bestuurders dagelijks voor staan.’

Ook voor andere ruimtelijke processen

Tijdens de een-op-eengesprekken werd al duidelijk dat de kaarten goed werken om deelnemers te laten vertellen over hun idee van een eerlijke energietransitie. Er is daarbij nu nog niet te zeggen of de gekozen kaartenset voor iedereen hetzelfde werkt of dat hierin mogelijk nog meer differentiatie zou moeten komen.

Haarbosch: ‘De kaarten zijn een neutrale derde gesprekspartner aan tafel. Over complexe dilemma’s is het niet zo gemakkelijk om rechtstreeks met elkaar van gedachten te wisselen, maar met de kaarten als hulpmiddel lukt dat wel goed. Het gesprek wordt dan rijker en dieper. De deelnemer komt zelf met allerlei gedachten die wij als onderzoekers misschien niet eens van tevoren hadden bedacht. Sommige kwesties willen wij ook niet uit onszelf zomaar aansnijden omdat ze te gevoelig liggen. De kaarten doen dat als het ware vanzelf, als dat opportuun is. Een dilemma of gevoelig punt wordt dan wat neutraler. Het gaat ook niet direct om het vinden van consensus, maar om uit te vinden wat er achter de standpunten ligt en waar de weerstand zit. Soms komen mensen ook met heel verrassende combinaties van functies op een plek!’

Kunst is dit soort open gesprekken zo vroeg mogelijk in planprocessen te voeren, stellen de onderzoekers. Komt deze methode dan niet een beetje te laat? ‘Nee, want de energietransitie is voorlopig nog niet klaar. Bovendien kun je deze methode ook inzetten voor andere ruimtelijke processen. De vraag naar wat eerlijke keuzes zijn, speelt op veel meer terreinen.’

Kader 1: Fostering social and spatial justice in regional energy strategies of Overijssel (JustRES)
JustRES levert kennis en handelingsperspectieven op die de sociaal-ruimtelijk rechtvaardige verdeling van kosten en baten van hernieuwbare energieprojecten in Overijssel versterken. De onderzoekers kijken ook naar nieuwe vormen van bestuur, beheer en participatie bij hernieuwbare energieprojecten in Nederland. Het JustRES-consortium bestaat uit Wageningen Universiteit, Hogeschool Saxion, Provincie Overijssel, Natuur & Milieu Overijssel, en Pure Energie.
Kader 2: Onderzoeksprogramma Maatschappelijke Aspecten van de Regionale Energietransitie (MARET)
Dit is de vierde ROm-bijdrage in een serie over energietransitie en participatie, naar aanleiding van onderzoeksprogramma MARET. Dat is erop gericht meer kennis en inzichten te ontwikkelen over maatschappelijke aspecten van de regionale energietransitie en deze te implementeren in beleid en praktijk.

Het programma is een initiatief van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), het Nationaal programma Regionale Energietransitie (NP RES) en de provincies Groningen, Noord-Brabant, Overijssel, Zeeland en Zuid-Holland. Binnen MARET zijn zes onderzoeksprojecten actief die een looptijd hebben van twee tot vier jaar. Eerdere afleveringen stonden in ROm maart, april en mei van dit jaar.
Gerelateerde Artikelen
Link gekopieerd naar klembord