Inschrijven voor nieuwsbrief
Energietransitie

Energietransitie kun je leren

Auteur Ymkje de Boer

09 september 2022 om 14:00, Leestijd ca. 8 minuten


Overal in Nederland experimenteren bewoners, ambtenaren, energiebedrijven, woningcorporaties en andere actoren met regionale energietransitie. Er zijn al talloze lessen beschikbaar, die vragen om verdere toepassing en opschaling. In Noord-Brabant werken onderzoekers, beleidsmakers en praktijkpartijen samen om de optimale omstandigheden hiervoor uit te vinden. Een rijk boek met ervaringen en lessen verscheen alvast in juni. Nu de opschaling nog.

De energietransitie is een complex samenspel van overheden, inwoners en marktpartijen. Het programma Sociale Innovatie in de Energietransitie (SIE) dat de afgelopen vijf jaar in Noord-Brabant is uitgevoerd door onder meer de provincie en het voormalige Enpuls heeft waardevolle lessen opgeleverd voor elk van hen. De onderzoekers van ORAKLE (zie kader) hielpen bij het structureren van deze praktijklessen en voorzagen deze bovendien van wetenschappelijke onderbouwing.

De volgende stap is hoe dit type lessen te borgen en over te dragen aan anderen die met regionale energietransitie bezig zijn. Met andere woorden: wat zijn de voorwaarden waaronder stakeholders zoals met name ambtenaren bij overheden kunnen leren hoe je regionale transitieprocessen verder helpt?

Warmtecollectief

De spin in het web die de in het consortium samenwerkende partijen en kennis samenbrengt, is Lotte Meijer-Tolkamp. Ze heeft een achtergrond in onderzoek naar duurzaamheidstransities en is als projectmanager verbonden aan ORAKLE. Toen de pilots in het programma SIE werden afgerond, lag er een schat aan ervaring en lessen, die op de een of andere manier moest worden vastgelegd. Meijer dacht na over de structuur en ontwikkelde samen met Martijn Messing en Erik van Stokkum een raamwerk waar de lessen in gevat konden worden. Elke les werd voorzien van ervaringen uit de praktijk. De zeven hoofdlessen kregen bovendien een wetenschappelijke onderbouwing. In juni werd het boek Waar een wil is, is een (om)weg gepresenteerd.

Waar een wil is, is een (om)weg
De 34 lessen uit vijf jaar praktijkpilots met energietransitie in Noord-Brabant zijn onderverdeeld in drie thema’s: energieopwek, energiebesparing en warmte. Ook is gekeken naar de belangrijke spelers in de samenleving waar de lessen vooral op van toepassing zijn: maatschappij (bewoners), markt (energiebedrijven, woningcorporaties) en macht (overheid, wet- en regelgeving). Bovendien zijn er zeven overkoepelende lessen opgesteld en voorzien van praktische toelichtingen. Het handboek is gratis als doorklikbare PDF te downloaden op de website www.energiewerkplaatsbrabant.nl.

1. Er zit synergie in samenhang;
2. Zet vertrouwen op een voetstuk
3. Alles is maatwerk. One size seldom fits all;
4. Geld is een middel en geen doel;
5. Lef en moed zijn nodig om doorbraken mogelijk te maken;
6. Tussen droom en daad zitten wetten en regels (en soms de gemeenteraad …);
7. De energietransitie heeft regie nodig.

‘Doel van het boek is natuurlijk om de resultaten van vijf jaar werken aan energietransitie te borgen en over te dragen’, legt Meijer-Tolkamp uit. Het boek is officieel door minister Rob Jetten aangedragen aan nieuwe gemeenteraadsleden in Noord-Brabant. ‘Maar het is vooral nuttig voor professionals die in de praktijk werken aan bijvoorbeeld duurzame opwek, isolatie van woningen of de warmtetransitie.’

Een voorbeeld is les 30: ‘Zet bij nieuwbouwprojecten in op een warmtecollectief’. De auteurs geven aan dat uit alle pilots blijkt hoe financieel complex het is om een collectief warmtesysteem aan te leggen. Dit geldt voor bestaande wijken, maar ook voor nieuwbouwprojecten. Er zijn hoge aanloopkosten om onderzoek te doen en er is geld nodig om risico’s te beheersen en de bewoners goed bij de plannen te betrekken.

Tot slot is er kapitaal nodig voor de aanleg van het systeem. Bij nieuwbouwprojecten kunnen gemeenten en ontwikkelaars een samenwerking opzetten met toekomstige bewoners. Hierbij kan de gemeente vooraf sturen, voorwaarden bepalen en mogelijke risico’s afdekken.

De pilot Fabriekskwartier in Tilburg kan als voorbeeld dienen: hier loopt een experiment met het inrichten van een coöperatieve vereniging die eigenaar van het warmtesysteem wordt. In het appartementsrecht is dit soort zaken goed geregeld via een vereniging van eigenaren. Voor coöperatieve verenigingen die samen warmte exploiteren echter nog niet. En zo zijn er nog 33 andere lessen met voorbeelden, klaar voor gebruik in soortgelijke situaties.

Dit artikel is de zesde in een serie over Energietransitie en participatie en staat in ROm september 2022. ROm is het vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Meld u hier aan voor een thuisabonnement voor het maandelijkse papieren of digitale magazine. Beeld: Tijdens het Energiecafé in juni 2022 werd het boek ‘Waar een wil is, is een (om)weg’ gepresenteerd met een levendige uitwisseling over lessen rond energietransitie. Beeld: GetekendVerslag.nl

Mindsets en routines

De gestructureerde lessen uit het SIE-programma waren een uitstekende start voor PhD-onderzoeker Jasper van Dijk, sinds september 2021 is betrokken bij ORAKLE. ‘Iedereen die met regionale of lokale energietransitie bezig is, loopt veelal tegen dezelfde problemen aan. De vraag is hoe je kunt voorkomen dat mensen steeds opnieuw het wiel moeten uitvinden. En dan gaat het niet alleen over het vastleggen en proberen te delen van kennis en ervaringen elders.

Je kunt op talloze plekken lezen hoe je een goed participatietraject met bewoners kunt opzetten. Maar het gaat bij transities ook om het veranderen van mindsets en routines.’ Van Dijk verwijst naar een ander MARET-project (RETSI, zie ROm juli 2022) waarin gekeken is naar wat er nodig is voor een integrale aanpak van verschillende maatschappelijke opgaven tegelijk. ‘Ook uit dat project is gebleken dat een andere manier van kijken naar problemen nodig is. En durf! Je moet andere paden dan de normale bewandelen om iets voor elkaar te krijgen.’

Je moet andere paden dan de normale bewandelen om iets voor elkaar te krijgen

Hoe dit in de praktijk kan, gaat Van Dijk onderzoeken in een aantal nieuwe praktijkexperimenten. Als actieonderzoeker loopt hij mee en zorgt hij in eerste instantie vooral voor reflectie en leren. ‘Neem een vergadering. Je kunt gewoon de agenda afwerken met elkaar, maar dan mis je een kans. Als je de tijd neemt om te reflecteren op hoe je de dingen anders kunt doen of al gedaan hebt, dan ben je met elkaar aan het leren. Het werkt goed om een facilitator te hebben die het leren expliciet centraal stelt. En wat ook werkt: de dagelijkse bubbel waar iedereen in zit een beetje doorbreken door een perspectief van buiten naar binnen te brengen door andere mensen ‘dan normaal’ erbij uit te nodigen.’

Van Dijk gaat reflectie organiseren door regelmatig individuele interviews en groepssessies te houden met de mensen in de experimenten. Uit andere ervaringen met dit type actieonderzoek blijkt dat deze rol van onderzoekers enorm wordt gewaardeerd. ‘Er is normaal gesproken vaak geen tijd of geld om even stil te staan bij waarmee je gezamenlijk bezig bent.’

Al doende leren

Een van de manieren waarop professionals in de praktijk kunnen leren, is door zelf aan den lijve te ondervinden wat transities betekenen voor burgers. In het SIE-programma werd dit gedaan met de pilot ‘Thuis energie besparen doe je zo’. Van Dijk: ‘Ambtenaren die meededen aan deze pilot lieten ook hun eigen huis isoleren. Zo konden ze direct ervaren wat er in de praktijk allemaal bij komt kijken, waarbij deze inzichten ook een plaats zouden kunnen krijgen in het beleid en de warmtevisie.’

Van Dijk realiseert zich dat de SIE-pilots in een relatief veilige en goed ondersteunde omgeving tot stand kwamen. Een van zijn hoofdvragen is daarom wat de voorwaarden zijn waaronder mensen bereid zijn om zelf aan nieuwe experimenten deel te nemen, en ook welke vaardigheden dit vereist. Een andere vraag is hoe je kunt bepalen of mensen ook daadwerkelijk leren. ‘Dit is waarom we echt voor een wat langere periode willen meelopen in het energietransitienetwerk. Want leren gaat niet van de een op de andere dag.’

Isoleer het huis van de transitieambtenaar

En dan het punt van de opschaling. Van Dijk: ‘Degene die de kar trekken, kunnen onmogelijk de volledige kennisdeling richting andere partijen op zich nemen. We moeten middelen vinden om kennis en ervaring duurzaam over te dragen. Natuurlijk spelen individuele personen daar een grote rol in – als een soort kennisgeweten of knowledge broker. Daar moeten er als het ware meer van komen. Hoe zorg je daarvoor? Uiteindelijk gaat het om het veranderen van de cultuur in hele organisaties. Die moeten als het ware meer lerend worden.’

Organising knowledge and learning for the regional energy transition (ORAKLE)
ORAKLE draait om het organiseren van leren en de uitwisseling van kennis rond energietransitie in de provincie Noord-Brabant. Hiertoe ontwikkelt, test en valideert het team in een cocreatief proces verschillende interventies die bijdragen aan het verzamelen, borgen en laten landen van nieuwe inzichten en kennis binnen de regionale energietransitie. Op deze manier hopen de onderzoekers bij te dragen aan een duurzaam leerklimaat bij actoren die (mede) verantwoordelijk zijn voor de regionale energietransitie. ORAKLE is een samenwerking van onder andere Technische Universiteit Eindhoven, Universiteit van Tilburg en Provincie Noord-Brabant. Daarnaast wordt binnen het project actief samengewerkt met verschillende partijen die direct betrokken zijn bij het opzetten en organiseren van praktijkpilots binnen de provincie.
Onderzoeksprogramma Maatschappelijke Aspecten van de Regionale Energietransitie (MARET)
Dit is de zesde en voorlopig laatste bijdrage in een serie over regionale energietransitie naar aanleiding van onderzoeksprogramma MARET, erop gericht meer kennis en inzichten te ontwikkelen over maatschappelijke aspecten van de regionale energietransitie en deze te implementeren in beleid en praktijk. Het programma is een initiatief van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), het Nationaal programma Regionale Energietransitie (NP RES) en de provincies Groningen, Noord-Brabant, Overijssel, Zeeland en Zuid-Holland. Binnen MARET zijn zes onderzoeksprojecten actief die een looptijd hebben van twee tot vier jaar. Eerdere afleveringen stonden in ROm maart, april, mei, juni en juli van dit jaar.
Gerelateerde Artikelen