Inschrijven voor nieuwsbrief
Omgevingswetgeving

‘Na de peptalk en inspiratiesessies nu laten zien hoe je het moet doen’

Planadviesbureaus schieten samen met VNG en BZK gemeenten te hulp

Auteur Marcel Bayer

16 september 2022 om 12:42, Leestijd ca. 7 minuten


Vooral kleine en middelgrote gemeenten hebben grote moeite met de omschakeling naar de ‘harde’ instrumenten, zoals omgevingsplannen en de vergunningverlening, in de nieuwe omgevingswetgeving. Dat blijkt uit recent onderzoek door Antea Group. Om die gemeenten te helpen gaan de planadviesbureaus, met budget van de VNG, gezamenlijk een praktische leergang aanbieden. “Eindelijk zijn we zover dat we gemeenten kunnen aanbieden: als je slim bent doe je het zo”, aldus Koos Seerden, directeur bij Rho Adviseurs.

Na alle commotie en onheilstijding over de komst van de Omgevingswet afgelopen maanden klinken er eindelijk ook positieve geluiden over de invoering. De Eerste Kamer heeft groen licht gegeven voor de inwerkingtreding op 1 januari 2023. Er is nog een voorbehoud gemaakt, namelijk dat de rapportage dit najaar over de voortgang met het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) geen al te grote knelpunten meer laat zien. Betrokken experts verwachten dat niet, mede omdat er sinds een half jaar goed wordt samengewerkt tussen overheden, planadviesbureaus en softwareontwikkelaars.

‘In het begin moesten we een beetje aan elkaar wennen, maar ik kan niet anders zeggen dan dat de samenwerking constructief is. We streven hetzelfde doel na: een zo soepel mogelijke invoering van de nieuwe wetgeving’, aldus Robert Forkink, namens Antea Group nauw bij de implementatie betrokken. De voortgang met het DSO komt ook naar voren in een enquête onder 93 gemeenten. 85 procent van de bevraagde gemeenten is bezig met het ontwikkelen van een werkwijze om met het DSO om te gaan, 8 procent is helemaal klaar en ‘slechts’ 8 procent is nog aan het verkennen, zo laat Forkink weten.

Dit is een ingekorte versie van het artikel in ROm september 2022. ROm is het vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Meld u hier aan voor een thuisabonnement voor het maandelijkse papieren of digitale magazine.

Kennis en menskracht

Het probleem bij de invoering van de Omgevingswet zit vooral bij de implementatie van de nieuwe wetgevingsinstrumenten, en dan met name bij de voorbereiding van omgevingsplannen. Die vormen de juridische basis voor de vergunningverlening en die zou er dus begin volgend jaar moeten liggen.

Bijna de helft van de gemeenten is nog bezig met verkenning van de mogelijkheden met het omgevingsplan

Uit de enquête komt naar voren dat bijna de helft van de gemeenten (48 procent) nog bezig is met de verkenning van de mogelijkheden met het omgevingsplan. Pas 43 procent is daadwerkelijk bezig met de ontwikkeling van de basis van het plan. Negen procent heeft nog niets gedaan.

Voor Forkink is dit geen verrassing. Hij is al twaalf jaar betrokken bij de implementatie van de nieuwe omgevingswetinstrumenten en ziet waar bij veel gemeenten de schoen wringt. ‘Het gaat om kennis van zaken en voldoende menskracht om de nieuwe wetgeving te implementeren. De kleinere en middelgrote gemeenten worstelen daar het meest mee.’

‘Er ligt op dit moment veel druk op de gemeentelijke organisatie vanwege de hoeveelheid plannen en vergunningen die in procedure worden gebracht’, is de ervaring van Harry van Duijnhoven, directeur bij Kragten. Zijn bureau adviseert en levert omgevingsvisies en programma’s, inclusief het hele participatiedeel, aan overheden van uiteenlopende omvang. Ze maken ook ontwikkelgerichte plannen voor zowel de markt als de overheid. 'In combinatie met uitval van ambtenaren verschuift door dit capaciteitsprobleem bij veel gemeenten de implementatie van de Omgevingswet steeds naar achteren.'

Hoe het heeft kunnen gebeuren dat gemeenten nu met de handen in het haar zitten, terwijl ze al ruim tien jaar weten dat de nieuwe wet eraan komt; betrokken experts willen er niet te veel woorden aan vuil maken. Dirk van de Wetering, adviesgroepmanager Planvorming bij Antea Group, vindt het te makkelijk om de schuld bij het Rijk en met name bij de wetgevingsambtenaren van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) te leggen. ‘Het ministerie heeft een heel programma opgetuigd en bijeenkomsten georganiseerd om gemeenten uit te leggen wat ze met de Omgevingswet konden doen. Het is te makkelijk om te stellen dat men nog niet op de hoogte is.’ De berichten over intimidaties en bagatellisering van de problemen op het ministerie van BZK, breed uitgemeten in sommige media, kwamen voor hem volledig uit de lucht vallen. ‘We kennen die geluiden niet, ook niet uit de contacten met andere adviesbureaus en de softwareleveranciers. Het is gewoon niet de sfeer die wij aantreffen. Dat is er een van: we gaan ervoor en we gaan het halen.’

Seerden is het deels met hem eens, maar vindt dat BZK en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) veel te lang zijn doorgegaan met inspireren. ‘Te lang hebben ze vanuit een roze wolk hun boodschap verspreid over wat er allemaal wel niet mogelijk zou zijn. Nu zijn ze met de voetjes op de grond terug en zich bewust van het feit dat je de bakker écht moet leren brood te bakken. Daar hebben we als bureau vorig jaar massief op ingezet. Stop met inspireren, begin met te leren hoe je het kunt aanpakken.’

RO moet integraal

De experts zijn blij dat de Eerste Kamer groen licht heeft gegeven. Nu weet iedereen waar hij aan toe is en staat er druk op de ketel. Daar was het minister Hugo de Jonge om te doen. De koepelorganisaties VNG, IPO en Unie van Waterschappen ondersteunen hem daarin, en dus ook de meerderheid van de senatoren. Belangrijke overweging daarbij is dat opnieuw uitstel geen garantie biedt op verbetering van de situatie bij de gemeenten die nog achterlopen bij de implementatie van de nieuwe wetgeving. Bovendien tref je daarmee de gemeenten die wel al fors hebben geïnvesteerd in de implementatie van de nieuwe manier van werken. En niet te vergeten de planadviesbureaus. ‘We zijn er al jaren mee bezig en lang niet altijd betaald. We hebben het ervoor over omdat we, als die wet ingaat, plannen willen kunnen maken voor woningbouw en andere urgente ontwikkelingen’, zeggen Seerden en Van de Wetering.

Opnieuw uitstel van de Omgevingswet biedt geen garantie op verbetering van de situatie bij de gemeenten die nog achterlopen

De complexe urgente opgaven dulden geen verder uitstel, was de boodschap van de minister aan de Eerste Kamer. ‘De complexiteit van de wereld van vandaag kun je niet anders dan met nieuwe wetgeving aanpakken’, zegt Forkink stellig. ‘Alles wat je doet, heeft effect op iets anders, en de belangen van alle betrokkenen raken elkaar in meer of mindere mate. Stel je voor dat we tien jaar geleden de Omgevingswet hadden ingevoerd, dan hadden we het stikstofprobleem nu in samenhang kunnen aanpakken. We hebben de data en de modellen om te berekenen wat een ingreep op de ene plek voor consequenties heeft in de vorm van neerslag van CO2 en stikstof. Daarop kun je dan beleid maken en keuzes baseren. Bijvoorbeeld in gebied x geen woningbouw, in gebied y wel. In samenhang ruimtelijke opgaven aanpakken is het hogere doel, in mindere mate dat je in de procedures van 26 weken naar 12 weken gaat.’

Bijkomend effect van het niet weer uitstellen van de invoeringsdatum is volgens Forkink dat gemeenten in het najaar kunnen aangeven geen verzoeken voor bestemmingsplanwijzigingen door initiatiefnemers (lees: ontwikkelaars) meer te behandelen. Dat was namelijk de praktijk elke keer dat de invoeringsdatum de afgelopen jaren werd uitgesteld, waardoor gemeentelijke ambtenaren daar hun kostbare tijd weer aan moesten besteden in plaats van aan de invoering van de Omgevingswet.

Overgangsperiode

Het is nu zaak om gemeenten te ondersteunen, die het ontbreekt aan voldoende menskracht en kennis over de mogelijkheden van de nieuwe wetgeving. Forkink: ‘Het zijn vooral de beleidsmensen op het praktische niveau, bezig met de behandeling en toetsing van initiatieven en met omgevingsvergunningen, die worstelen met wat de nieuwe wetgeving vraagt. Daar hoort bijvoorbeeld de vertaalslag van regels en verordeningen in het digitaal stelsel bij.’ 

‘Het lijkt alsof iedere gemeente en regio zelf het wiel aan het uitvinden is. Los van het omgevingsplan geldt dit bijvoorbeeld voor het participatiebeleid’, constateert Van Duijnhoven. De planadviesbureaus die samenwerken in het Kennislab Omgevingswet, zo’n vijftien in getal, maken nu samen met de VNG en Geonovum praktische voorbeelden van de structuur en het gebruik van de instrumenten gericht op gebiedsontwikkeling en een complete leergang. Die bestaat uit overzichtelijke modules die gemeenten laten zien hoe ze onder de nieuwe wet ontwikkelingen mogelijk kunnen maken; met voorbeelden, handreikingen een samenhangende structuur, legt Seerden uit. ‘In tegenstelling tot wat eerst het idee was, bieden we nu toch een basisstructuur die je zou kunnen beschouwen als een standaard, want daar blijkt grote behoefte aan. Eigenlijk zoals altijd bij een ICT-traject. We merken dat gemeenten die houvast willen hebben. Ze hebben geen tijd en mensen om dat allemaal zelf te bedenken. Bovendien kunnen de softwarebureaus veel makkelijker vanuit die standaarden werken.’

Naar verwachting zal de leergang in het najaar klaar zijn. Dan denken de planbureaus de meeste gemeenten in een half jaar tot een jaar zover te krijgen dat ze kunnen omgaan met vergunningaanvragen en omgevingsplanwijzigingen in het nieuwe systeem, vertelt Van de Wetering.

 

Gerelateerde Artikelen