Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Beleidsnota’s

De regie teruggepakt, althans …

Auteur Marcel Bayer

02 december 2022 om 13:48, Leestijd ca. 5 minuten

Ongetwijfeld kennen we hem nog, de slogan Take back control, waar de Britse Conservatieve Partij het Brexit-referendum mee inging … en won. We maken in de Nederlandse praktijk van de ruimtelijke ordening een soortgelijke beweging mee. Na decennia van laissez faire en decentralisatie, geloof in marktwerking en de kracht van provincies en gemeenten, de afbraak van nationale instituten als de Rijksplanologische Dienst, de Rijksdienst voor het Landelijk Gebied, het ministerie van VROM pakt de Rijkoverheid voorzichtig de controle terug.

Dit commentaar staat in ROm december, vakmagazine voor de fysieke leefomgeving en ruimtelijke ontwikkeling. ROm is gratis voor ambtenaren en politici in dat domein. Klik hier voor een print- of digitaal abonnement.

Of je nou een fan bent van Hugo de Jonge of niet, je zult toch moeten toegeven dat hij als minister van Wonen én Ruimte de daad bij het woord voegt en aanpakt waar zijn voorgangers strandden in mooie bedoelingen en politieke compromissen. Ministers van VVD-huize moeten er sowieso niets van hebben: vanuit Den Haag voorschrijven hoe we de gerezen problemen gaan aanpakken.

Maar de dossiers in het ruimtelijke en bestuurlijke domein die om een doorbraak vragen stapelen zich op. Daar gaat niet alleen De Jonge over en dat is op zich al een dilemma. Wat betreft woningbouw en verstedelijking kan de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) nu potten breken. Hij heeft juridisch instrumentarium en geld voorhanden, dat voor een deel al is toegewezen via onder meer de Woningbouwimpuls en de wonen-gerelateerde infrastructuurfinanciering.

Om te sturen op de markt voor betaalbare huur- en koopwoningen hebben we inmiddels in grote delen van onze steden en de gemeenten daar omheen de opkoopbescherming. Daarmee wordt het beleggers moelijker gemaakt om mensen die opteren voor een middenhuurwoning uit de markt te drukken en de huurprijzen verder op te trekken.

Prestatieafspraken

De middenhuur is voor de mensen die weinig andere opties hebben, is de gedachte van de minister. Daarom moeten er meer woningen in dat segment worden gebouwd.

Met alle provincies zijn half oktober prestatieafspraken gemaakt om tenminste tweederde van de 900.000 woningen die tot 2030 moeten worden gebouwd in het ‘betaalbare’ segment, dus als sociale- en middenhuur. Daarvoor zijn inmiddels 17 grote stedelijke nieuwbouwlocaties aangewezen, waar het Rijk geld voor ter beschikking stelt om een deel van de onrendabele top én de noodzakelijk aanleg van nieuwe infrastructuur aan te leggen.

De prestatieafspraken moeten de komende tijd hun beslag gaan krijgen in 37 regionale woonagenda’s. Provincies en gemeenten vullen daarvoor de programma’s in, samen met corporaties en marktpartijen. Om ook de bestaande markt voor huurwoningen te reguleren komt er een puntensysteem en prijsplafond.

Al met al een lijstje waar je mee kunt thuiskomen. Wat nog niet betekent dat al die mooie plannen ook meteen worden uitgevoerd. Inmiddels heeft de woningbouw te kampen met tekorten aan arbeidskrachten, peperdure bouwmaterialen en belemmeringen door de stikstofregels.

Beleggers zijn de afgelopen maanden opmerkelijk minder actief op de woningmarkt. Dat kan te maken hebben met de turbulentie veroorzaakt door al die beperkende overheidsplannen, maar ook met de onzekerheden als gevolg van een dreigende recessie in Europa door de oorlog in Oekraïne en de fossiele energiecrisis. In dat geval is het de vraag of die onzekerheden snel minder worden. Als particuliere beleggers afhaken is dat nog niet zo erg, want dat is ook de bedoeling van de minister. Althans voor het betaalbare segment van de woningmarkt.

Ook de corporaties moeten nu aan de bak om de afgesproken hoeveelheid nieuwbouwwoningen te halen 

Verontrustender is als ook de institutionele beleggers voor langere tijd terughoudend worden met investeren in de woningbouw, en met name het betaalbare deel. De minister weet dat hij institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeraars, nodig heeft om zijn plannen te realiseren en begrijpt dat zij een zeker rendement moeten halen.

Ook de corporaties moeten nu aan de bak om de afgesproken hoeveelheid nieuwbouwwoningen te halen. Met 15.000 woningen per jaar zitten ze op een helft van wat ze in prestatieafspraken met De Jonge hebben afgesproken. Serieuze excuses zijn er niet meer.

Ruimtelijk verbinden

Een stap vooruit naar meer sturing op ruimtelijke ontwikkelingen vanuit het Rijk is de verbinding van het woningbouwprogramma met investeringen in de lokale en regionale infrastructuur. Vanuit het Mobiliteitsfonds en het Groeifonds samen gaat daar maar liefst 12,5 miljard euro naartoe. Zo krijgen de geplande grote woningbouwprogramma’s extra impulsen met onder meer de bouw van voorhaltes en ontbrekende verdubbeling op het spoor, en ook het doortrekken en sluiten van metro-tramlijnen.

Een pluim voor de ambtelijke top op BZK en bij IenW

Het is voor het eerst in onze ruimtelijke ordening dat dit op deze schaal gebeurt. De ambtelijke top op BZK en bij IenW verdienen hier een pluim voor, omdat ze laten zien hoe het Rijk breed en in samenhang aan uitdagingen als woningbouw, stedelijke vernieuwing en regionale economische structuurversterking kan werken.

Waar in dit verband nog een fikse uitdaging ligt, is de energietransitie en de transformatie van het landelijk gebied. Ook hier zijn aanzetten voor een samenhangende en doortastende aanpak. Neem de aangekondigde maatregel om het beheer van de warmtenetten onder te brengen bij gemeenten. Verhogen van de capaciteit op het stroomnetwerk is een volgende stap, vanzelfsprekend gevoed met duurzame energie. Ook dat vergt strakke sturing op nationaal niveau, in samenspraak met regionale en lokale overheden. Niet direct de verantwoordelijkheid van de minister voor ruimtelijke ordening, maar toch …

Hetzelfde geldt voor de transformatie van het landelijk gebied. Ontegenzeglijk is dat een opgave voor het hele kabinet. Maar het raakt nauw aan het ruimtelijke ordeningsbeleid. Zonder nieuw perspectief voor de agrarische sector, inclusief de rol van de boer in een gezonde plattelandssamenleving en voedselvoorziening, gaan we alle mooie doelen voor het klimaat, de natuur en de leefkwaliteit niet halen. Onder dat laatste valt zeker ook het voorzien in genoeg betaalbare woningen. 

Voor een deel is de controle terug, maar er wacht nog een heidens karwei om de plannen en ambities te realiseren, en niet alleen in stedelijk gebied.

Gerelateerde Artikelen