Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Klimaatadaptatie Landelijk gebied Energietransitie

Landschap Overijssel werkt met boeren aan duurzame toekomst platteland

Auteur Marko Faas

03 maart 2023 om 13:33, Leestijd ca. 7 minuten


Met 24 Natura2000-gebieden, een grote verscheidenheid aan landschappen, uitdijende steden en veel boerenland spelen veel belangen in Overijssel. Terwijl de Haagse polarisatie over stikstof, waterkwaliteit en biodiversiteit niet groter lijkt te kunnen, zijn op het platteland in Overijssel boeren en natuurliefhebbers met elkaar in gesprek over oplossingen. Een van de partijen met een sleutelpositie is Landschap Overijssel.

Karakteristiek Overijssels coulisselandschap. Beeld Landschap Overijssel

‘We zijn er voor de hele samenleving’, verklaart directeur Michael Sijbom van Landschap Overijssel zijn verzoenende opstelling. ‘We hebben als stichting de opdracht om niet alleen voor onze 10.000 donateurs, maar ook de 1,9 miljoen inwoners Overijssel te laten genieten van de natuur.’ Dat doet Landschap Overijssel als eigenaar van natuurgebieden en met beheertaken. Dat is vrij uniek in Nederland.

Dit artikel staat in ROm maart 2023, een themanummer gewijd aan de rol van provincies en waterschappen bij de ruimtelijke inrichting van Nederland. ROm is het vakmagazine voor ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Meld u hier aan voor een thuisabonnement voor het maandelijkse papieren of digitale magazine.

Samen optrekken

‘We zijn eigenaar, maar doen ook ongelooflijk veel in het landschap’, zegt Sijbom. Zo zetten honderden vrijwilligers zich via de stichting in voor het verfraaien van velden en bossen. Denk aan het knotten van wilgen, snoeien van hoogstamfruitbomen, steken van boompjes op de heide of opschonen van poelen. Ze helpen de stichting met een van de grote opgaven voor Overijssels Landschap in de komende jaren: het herstellen van de biodiversiteit.

Want daar is actie nodig, zegt Sijbom. Door efficiënte landbouwpraktijken van de afgelopen decennia heeft de biodiversiteit ernstig te lijden gehad. ‘Het creëren van een strak grasland is heel efficiënt, maar heeft op biodiversiteit een vernietigend effect gehad. Zo zijn er veel minder hazen en insecten’, zegt hij. ‘Als je ziet dat stikstof en verdroging de grootste hedendaagse uitdagingen zijn en je ziet tegelijkertijd dat er diepe sloten zijn gegraven om het water snel af te voeren …’

De staat van de natuur is teruggehold. Dat is een onderwerp waar natuurliefhebbers én boeren elkaar op vinden

Dat is niet het enige. ‘Prachtige landschappen zijn doorsneden door wegen en spoorlijnen. De afgelopen tientallen jaren was er heel weinig aandacht voor effecten op het landschap. De staat van de natuur is teruggehold’, zegt hij. Dat is alvast een onderwerp waar natuurliefhebbers en boeren elkaar vinden. ‘De aanleg van de noordtak van de Betuwelijn, de inwerkingtreding van Lelystad Airport en de uitbreiding van Twente Airport: allemaal onderwerpen waar we samen optrekken met boerenorganisatie LTO Noord.’

Liefde voor het landschap

Landschap Overijssel en de boeren komen elkaar tegen in de gezamenlijke liefde voor het landschap. ‘Als je aan een tukker vraagt wat is mooi aan Twente, zal hij de heggen en houtwallen noemen. Terwijl die er nauwelijks meer zijn’, zegt Sijbom. Hij denkt dat er in een paar decennia zo’n 100.000 kilometer aan natuurlijke afscheidingen verdwenen is. Inmiddels werkt hij samen met een deel van de 160 pachters van Landschap Overijssel om die terug te brengen. ‘Tussen de natuurgebieden Boetelerveld en Sallandse Heuvelrug hebben we een plan voor zeven kilometer houtwal dwars door boerenland. Boeren staan in de rij. Ze krijgen niet alleen dat mooie landschap terug, we betalen ze ook een vergoeding.’

Landschap Overijssel zoekt naar meer mogelijkheden om boerenbedrijven te laten floreren en partner te maken in landschapsbeheer. ‘We zijn ook een kennisinstituut’, zegt Sijbom. De organisatie beschikt over specialistische kennis over de verschillende oerlandschappen die Overijssel rijk is en kan adviseur zijn over hoe deze landschappen het beste te beschermen en beheren. Ook aan boeren die zelf een beheersorganisatie willen opzetten. ‘Dat is niet eenvoudig, want natuurbeheer is een vak. Net als boeren een vak is’, zegt hij. ‘Ik verwacht wel wat discussie over wat onder natuur wordt verstaan. De biodiversiteit is complex en sommige maatregelen die nodig zijn voor herstel, zullen ingrijpend zijn. De boeren moeten zich ook niet rijk rekenen, want de natuursubsidies zijn niet toereikend om de kosten te dekken.’

De stichting heeft het daarover met de boeren. Dat gesprek gaat Landschap Overijssel relatief goed af. ‘Een derde van onze 65 werknemers heeft een agrarische achtergrond. Soms hebben ze zelf nog een boerenbedrijf. Dus gevoel voor boeren is er wel.’ Dat maakt het gesprek makkelijker, al blijven er tegengestelde belangen. ‘Soms begrijpen we elkaar niet. Toch moeten we altijd het gesprek aangaan’, aldus Sijbom. ‘Gelukkig spreek ik veel jonge mensen die het boerenbedrijf van hun vader willen voortzetten, en een andere weg willen inslaan. Daar krijg ik energie van. Die help ik graag met kennis.’ Zo biedt zijn stichting erfadviseurs die deze ondernemers advies geven voor het herstellen van historische beplanting zoals houtwallen.

Samen met de boeren zoeken naar nieuwe verdienmodellen

De stichting zoekt samen met de boeren naar nieuwe verdienmodellen. ‘In enkele gebieden zetten we heidekoetjes in. Die zijn goed in het begrazen van heide. We hebben de koetjes aangeschaft en een boer neemt de verzorging op zich. Hij verkoopt het vee voor het vlees en mag de opbrengsten houden. Heel kleinschalig, maar zo brengen we de balans terug.’ Ook zijn er, samen met de waterschappen, projecten om slootjes weer te laten meanderen. Zo houden boeren langer water vast in droge perioden.

Grote financiële rol overheid

De overheid speelt een belangrijke rol bij die zoektocht naar duurzame en natuurvriendelijke verdienmodellen voor boeren. ‘Er is overleg nodig met landgoederen en andere partijen met een lange horizon, om te kijken hoe landbouw bijdraagt aan het behoud van het landschap. Er is ruimte nodig voor innovatie, zoals het gebruik van voedselbossen en initiatieven als Herenboeren, dit zijn kleine corporaties om te boeren.’ Er is geld beschikbaar van CO2-compensatie en het aanplanten van landschapselementen, zoals bomen, maar dat is lang niet genoeg.

Daarvoor is hulp nodig van Provincie Overijssel. Die claimt voor de transitie naar extensieve landbouw, maar ook voor natuurbeheer, leefbaarheid van het platteland en werkgelegenheidsprojecten, alvast vijf miljard euro van het Rijk. Dat is ruim twintig procent van de 24,3 miljard die voor heel Nederland beschikbaar is. De provincie loopt daarmee voor op andere provincies, die hun plannen nog niet hebben gepresenteerd.

Het Rijk moet volgens Overijssel aan drie belangrijke voorwaarden voldoen: voldoende tijd voor de ingrijpende en complexe gebiedsprocessen, ruimte voor gebiedsgericht maatwerk en een fonds voor langjarige vergoedingen om beheer van bijvoorbeeld landschapselementen te kunnen verstrekken aan boeren. Bovenal moet het Rijk over de brug komen om PAS-melders (bedrijven en ondernemers die voor het Programma Aanpak Stikstof een melding deden bij de overheid, bijvoorbeeld van een uitbreiding) te compenseren. Deze boeren hebben buiten hun schuld geen natuurvergunning gekregen.

Grotere rol boeren

Bij de uitwerking van het PPLG (Provinciaal Programma Landelijk Gebied) staat het belang van inwoners en (agrarisch) ondernemers centraal, aldus de provincie. Het programma moet een duurzaam en langjarig toekomstperspectief aan agrarisch ondernemers bieden. Dat betekent onder meer een toename van grondgebonden landbouw, herstel van beekdalen in Twente en vermindering van bodemdaling in het veenweidegebied in Noordwest-Overijssel. De provincie wil boeren een belangrijke rol geven in het beheer van die landschappen.

Daarmee sluit de visie van de Provincie Overijssel aan bij die van Sijbom. De oplossing is niet dat er minder boeren komen, zegt hij, maar de landbouw zal wel veranderen. ‘Met meer aandacht voor duurzaamheid en lokale voedselproductie. Het gaat erom dat het evenwicht met de natuur terugkeert. Agrariërs willen naar de toekomst kijken en het gesprek voeren over hoe die vorm te geven.’

Hij is optimistisch over de relatie tussen boeren en Landschap Overijssel. ‘We hebben elkaar nodig. Zoals het gezegde luidt: no nature no food.’ Natuur is essentieel voor boeren voor de bestuiving van hun gewassen en de natuurliefhebbers hebben boeren nodig voor het onderhouden van de natuurgebieden, benadrukt Sijbom. Volgens hem zal er altijd een vraag zijn naar voedsel, dus er is zeker toekomst voor agrariërs, mits ze rekening houden met impact op de omgeving. ‘Door de combinatie van kennis over landschap en landbouw kunnen we oplossingen vinden die zowel vruchtbaar als ecologisch verantwoord zijn.’

Gerelateerde Artikelen