Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Verstedelijking

‘Provincies tasten in het duister’: PBL wil scherpe ruimtelijke keuzes Rijk

Auteur Kasper Baggerman

10 maart 2023 om 09:42, Leestijd ca. 8 minuten


Als het Rijk geen fundamentele keuzes maakt over de ruimtelijke inrichting van Nederland, lopen de provincies vast bij het leggen van hun ruimtelijke puzzel. Dat zeggen onderzoekers van het Planbureau voor de Leefomgeving. In de Ruimtelijke Verkenning Nederland 2023 schetst het planbureau vier uiteenlopende scenario’s voor Nederland in 2050, waarmee de politiek ruimtelijke knopen kan doorhakken. Het is huiswerk voor het kabinet.

Frans Willem Blok / iStock.com

‘De ruimtelijke puzzel leggen is niet eenvoudig, want het Rijk heeft een aantal belangrijke keuzes nog niet gemaakt’, zegt PBL-onderzoeker David Hamers. ‘De provincies tasten in het duister zolang het Rijk geen hoofdkeuzes maakt voor de ruimtelijke ordening in Nederland op de lange termijn.’ 

Die keuzes zijn er te maken op vele fronten, want de grote maatschappelijke transities die Nederland nu ondergaat brengen talloze ruimteclaims met zich mee. Denk aan de woningbouwopgave, het versterken van de natuur, de energietransitie, de circulaire economie, klimaatadaptatie en infrastructurele verbindingen. 

‘Het moet allemaal tegelijk en vraagt allemaal ruimte. Kiezen is nu nog niet aan de orde. We willen de politiek dus oproepen om scherpere keuzes te maken voor een functionele ruimtelijke ordening’, zegt Hamers. De puzzel en de nieuwe Nota Ruimte die daar in 2024 uit moet volgen, was dan ook één van de aanleidingen voor de verkenning.

‘Past het wel? Dat is geen zinvolle vraag’ 

In het huidige beleid is ‘past het wel’ nog te vaak het uitgangspunt, vindt het PBL, terwijl dat volgens de onderzoekers eigenlijk niet zo’n zinvolle vraag is. Hamers: ‘Het gaat om: wat wil je? Dingen passen als je ervoor kiest. Nederland is een druk land, maar als je keuzes maakt, is er ruimte genoeg.’

Daarbij hoeft het Rijk niet alle knopen in één keer door te hakken. PBL-onderzoeker Rienk Kuiper: ‘Er zijn misschien wel honderd keuzes te maken en iedereen wacht ondertussen op elkaar. Als je begint met een ruimtelijke hoofdstructuur en kiest waar wordt verstedelijkt, kan je daarna keuzes maken voor bijvoorbeeld infrastructuur. Zo zorgt een hoofdkeuze door het Rijk voor makkelijkere vervolgkeuzes en krijg je versnelling.’ 

‘Pijnlijke keuzes’ 

Hoe de ruimtelijke opgaven concreet kunnen botsen, zagen we de laatste jaren bij de polder Rijnenburg bij Utrecht, illustreert Kuiper. ‘Moeten er woningen komen, windmolens, een mix? Dat soort dilemma’s hebben we overal in Nederland.’ 

Dit soort keuzes moeten voor heel Nederland worden gemaakt, stelt het PBL. Neem bijvoorbeeld de verstedelijkingsopgave. Daarin komen wonen, economie, het opvangen van water, bodemkwaliteit, mobiliteit, leefbaarheidsvraagstukken en de relatie tussen stad en platteland samen. 

Om de provincies en het Rijk op weg te helpen bij de ruimtelijke vraagstukken, presenteert het PBL vier normatieve toekomstscenario’s: ‘Mondiaal Ondernemend’, ‘Snelle Wereld’, ‘Groen Land’ en ‘Regionaal Geworteld'.

Een circulaire en klimaatneutrale samenleving in 2050 is in alle scenario’s het streven, maar verder liggen aan elke beleidslijn uiteenlopende waarden ten grondslag. Dat levert wezenlijk andere resultaten op voor de ruimtelijk inrichting van Nederland in 2050.

Kaarten van Nederland in 2050 in verschillende scenario's. Links Groen Land, rechts Mondiaal Ondernemend. Beeld via PBL

Neem bijvoorbeeld woningbouw en verstedelijking. In Groen Land is groen het grootste goed en wordt 70 procent van de woningbouwopgave binnenstedelijk en rond ov-knooppunten ingevuld. OV-netwerken, energienetwerken en netwerken van lopen en fietsen vormen ‘kralensnoeren', aldus het PBL. De bouw is relatief evenwichtig gespreid over het land en het aantal woningen groeit met maximaal anderhalf miljoen. 

Een flink contrast met bijvoorbeeld Mondiaal Ondernemend. Daarin is de samenleving individualistisch en domineert het marktdenken in de economie. Dat zorgt voor een Nederland met grotere ruimtelijk en sociaaleconomische verschillen tussen de Randstad en de rest van Nederland. Woningbouw concentreert zich in het westen en er wordt meer buitenstedelijk gebouwd. De woningvoorraad groeit met maximaal 2,2 miljoen. 

Elk van de vier scenario’s is realistisch en er zit geen hiërarchie in, benadrukken de onderzoekers. ‘Het is niet liegen met een viltstift. We hebben concrete ruimteclaims doorgerekend', zegt Kuiper. Voor elk scenario zijn gedetailleerde interactieve kaarten van het bijbehorende Nederland van 2050 gemaakt. 

Het PBL wil met de scenario’s een ‘wenkend toekomstperspectief’ bieden, zegt Hamers. ‘Een toekomstperspectief in viervoud. We willen de patstellingen doorbreken, door de te maken keuzes positief te benaderen. Waarbij we wel de pijnpunten benoemen en niet wegmasseren. Want er valt wat te kiezen, maar het is niet vrijblijvend. Sommige keuzes zullen pijnlijk zijn.’ 

Huiswerk voor kabinet 

Minister Hugo de Jonge voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening onderkende eerder min of meer het belang van scherpe ruimtelijke keuzes. ‘We staan aan de vooravond van een nieuwe manier van werken waarin we cruciale keuzes gaan maken over de inrichting van Nederland’, zei hij toen hij de provincies de opdracht voor de ruimtelijke puzzel gaf. ‘Op alle betrokkenen rust de verantwoordelijkheid om goed samen te werken, want keuzes die we nu gaan maken, bepalen welk land we doorgeven aan de generaties na ons.’

Nu krijgen hij en zijn kabinetsgenoten dus zelf huiswerk van het PBL. Want de ruimtelijke inrichting gaat niet alleen De Jonge aan, maar bijvoorbeeld ook Rob Jetten voor Energie en Klimaat, Mark Harbers van IenW en Christianne van der Wal voor Stikstof en Natuur. 

Het afgelopen jaar hebben deze ministers al verschillende beleidslijnen ingezet voor de ruimtelijke toekomst van Nederland. En met bijvoorbeeld de provinciale en regionale woondeals, de regionale energiestrategieën en het BO MIRT wordt al invulling gegeven aan de verschillende ruimteclaims. Maar met deze aanpakken werkt het Rijk volgens het PBL nog te sectoraal.

‘Het zijn allemaal losse keuzes. Het voorbereidend werk is in silo’s gedaan. Nu is het zaak om de dingen over elkaar heen te leggen’, zegt Hamers. ‘Verder wordt veel beleid nu gemaakt voor 2030. Wij kijken nadrukkelijk naar 2050. Voor klimaatadaptatie kijken we naar 2100. Dat vergt een ander soort planning.’ 

De verkenning wordt 29 maart aan De Jonge overhandigd. 
 

De vier scenario's, zoals beschreven in het rapport 

Mondiaal Ondernemend
In het scenario Mondiaal Ondernemend is de samenleving individualistisch en domineert het marktdenken in de economie. Grote bedrijven nemen het voortouw. Eigen verantwoordelijkheid staat voorop, ook om te verduurzamen. Een van de kenmerkende ontwikkelingen in dit toekomstige Nederland is een groter contrast tussen verdergaande verstedelijking in het westen en midden van Nederland en rust elders in het land.

Snelle Wereld
In het scenario Snelle Wereld valt de samenleving uiteen in allerlei leefstijlgroepen. Deze ‘bubbels’ vinden het belangrijk zich van elkaar te onderscheiden. Het leven speelt zich grotendeels af in het digitale domein; de fysieke ruimte boet aan belang in. Allianties van kleinere, innovatieve bedrijven en leefstijlgroepen nemen in deze toekomst het voortouw. Zij vinden keuzevrijheid en flexibiliteit belangrijk. Een van de gevolgen hiervan is een wat rommelige en veranderlijke ruimtelijke inrichting van het land.

Groen Land
In het scenario Groen Land zien mensen zich als onderdeel van de natuur. Ze beschouwen vergroening als een collectieve publieke opdracht en sporen de Rijksoverheid aan om daarbij het initiatief te nemen. In deze toekomst staat het respecteren van ecologische grenzen bovenaan, ook als dit ten koste gaat van de vrijheid om te consumeren. Natuurlijke oplossingen domineren, bijvoorbeeld door water meer ruimte te geven. Bebouwing vindt in deze toekomst zoveel mogelijk plaats binnen de bestaande stad en geconcentreerd rond openbaarvervoerknooppunten.

Regionaal Geworteld
In het scenario Regionaal Geworteld maken lokale en regionale gemeenschappen de dienst uit. Mensen kennen elkaar, voelen zich onderling verbonden en zijn trots op de buurt, de wijk en het landschap. Samen dragen ze zorg voor hun nabije omgeving. In deze toekomst is de verstedelijking verspreid over het land; grote steden zijn kleinschalig uitgebreid, kleinere steden en dorpen zijn organisch gegroeid. Kleinschaligheid en lokale en regionale functiemenging zijn de norm. Het uitgangspunt is zoveel mogelijk regionale zelfvoorziening (waar mogelijk). 
Gerelateerde Artikelen