Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Omgevingswetgeving

Mister Omgevingswet: ‘We hadden de governance aan de voorkant scherper moeten regelen’

Auteur Marcel Bayer

10 mei 2023 om 16:45, Leestijd ca. 7 minuten


Op 1 januari 2024 moet de Omgevingswet ingaan. Ambtenaar Arjan Nijenhuis, voor velen ‘mister Omgevingswet’, heeft het traject van begin af aan meegemaakt, op twee departementen en onder een drietal ministers. Over een paar maanden gaat hij met pensioen. Een reden om met hem nog eens terug en vooruit te kijken.

Dit artikel verscheen eerder in ROm, het vakblad voor de RO-professional. ROm is gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Klik hier voor een papieren of digitaal abonnement.

‘Fantastisch dat het nu echt gaat gebeuren’, zegt Nijenhuis. Ook al kent menigeen hem als een optimistisch ingesteld mens, hij was er persoonlijk ‘wel een beetje klaar mee’ dat de invoering van de Omgevingswet keer op keer werd uitgesteld en steeds weer dezelfde twijfel over de werking van de wet naar voren kwam.

Hij wil die kritiek overigens niet wegwuiven. ‘Neem de Mkb-toets (die moest uitwijzen of het DSO voor initiatiefnemers uit het midden- en kleinbedrijf gaat werken, red). Voor het bedrijfsleven moet het klip-en-klaar zijn dat alles goed geregeld is op het moment dat de wet ingaat, en dat met name het DSO naar behoren werkt.’

‘De deskundigen hebben er vertrouwen in, de koepels zijn daar nu ook van overtuigd. De komende maanden is er nog tijd voldoende om de laatste technische hobbels op te ruimen.’

Roze bril?

Blijft toch de vraag de invoering niet sneller was gegaan als marktpartijen, met name planadviesbureaus en softwareleveranciers eerder bij de voorbereiding betrokken waren geweest.

‘Ons werd als verantwoordelijke programmadirectie verweten dat we te lang een ‘roze bril’ hebben opgehad over de voordelen van de nieuwe wet. En dat we ons te weinig hebben beziggehouden met wat er met name op gemeenten af kwam, en hoe we ze konden ondersteunen bij de voorbereidingen.’

 Stad en land zijn we afgereisd om verbinding te zoeken

‘Ik ben het daar niet mee eens. Daarbij onderscheid ik twee fasen. De eerste betrof de jarenlange voorbereiding van de wet. We hebben collega’s van gemeenten, provincies en waterschappen een jaar, soms iets langer, soms iets korter, naar onze directie gehaald. Om mee te denken vanuit hun ervaring over hoe je het wettelijke instrumentarium het beste kon inrichten om aan het hogere doel – eenvoudiger en beter - te voldoen.’

‘Niet als belangenbehartiger, maar vanuit hun positie in de uitvoeringspraktijk. Daarnaast zijn we stad en land afgereisd om de verbinding te zoeken, te vertellen wat we aan het doen waren en om te horen wat voor mensen in de praktijk belangrijk was. Overal waren de reacties overwegend positief over wat de nieuwe wet zou gaan brengen. Ik weet voor die fase niet wat we beter hadden kunnen doen.’

‘De tweede fase startte in 2015 met de inrichting van een interbestuurlijke implementatiedirectie. Gevolg van een bestuursakkoord dat ondertekend was door VNG, IPO, Unie van Waterschappen en het Rijk. Heel logisch, want de Omgevingswet heeft grote betekenis voor alle overheidslagen.’

‘Van meet af aan was de kern van onze besprekingen wat de wet voor de verschillende bestuurslagen zou gaan betekenen en welke ondersteuning wij als implementatiedirectie zouden kunnen bieden.’

‘Of we eerder de softwareleveranciers erbij hadden moeten betrekken kan ik niet beoordelen. Wel is het zo dat we ons destijds onvoldoende hebben gerealiseerd dat een interbestuurlijke directie inherente problemen in zich draagt. Vroeg of laat komen de belangen tegenover elkaar te staan, bijvoorbeeld over wie voor de kosten gaat opdraaien.’

Governance beter regelen

‘Bij dit soort grootschalige wetgevingsprojecten, waar vier overheden bij betrokken en verantwoordelijk voor zijn, moet je scherper aan de voorkant samen bepalen hoe je de governance regelt.’

‘Die governance had een onderscheid moeten maken tussen enerzijds het gezamenlijk implementeren van de wet en het zoeken naar nieuwe manieren van werken. En anderzijds het behartigen van de eigen belangen, én dus de financiering. Dit geldt voor de decentrale overheden, maar net zo goed voor de rijkspartijen. Ik ben twee jaar verandermanager voor het Rijk geweest.’

 Bestuurlijke discussie over geld scheiden van het implementatietraject

‘Ook daar liepen het gezamenlijk implementeren en de belangen die per ministerie verschillen, nog wel eens door elkaar. Vanaf een bepaald moment begon elke discussie met de rijkspartijen met de vraag hoe de governance van het interbestuurlijke programma nou eigenlijk geregeld was.’

‘Dan had je de situatie dat de een in de modus stond van “kom op jongens we gaan ervoor” en de ander op het moment dat het over de kosten ging iets had van “ja maar wacht even. Dat gaat ons, dat gaat onze achterban, heel veel geld kosten”. ‘Je ontkomt nooit aan de discussie over geld. Van begin af aan had de bestuurlijke discussie over geld beter moeten worden gescheiden van het implementatietraject.’

'Het gaat goed komen'

Een enthousiaste minister, die er echt voor wil gaan en de ambtenaren de nodige ruimte geeft, scheelt ook. Nijenhuis voelt dat nu bij Hugo de Jonge, net als in de jaren onder Melanie Schultz-Van Haegen.

‘De komst van de Omgevingswet was een belangrijke missie voor haar. Ze was ervan overtuigd dat het de ruimtelijke besluitvorming zou verbeteren en ze gaf ons ambtenaren veel ruimte om die boodschap in het land uit te dragen en in gesprek te gaan met de andere overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, zoals Natuur en Milieu.’

Nijenhuis was vanaf het begin een groot voorstander van de Omgevingswet en dat is er niet minder op geworden met alle grote ruimtelijke opgaven die om aanpakken schreeuwen.

‘De complexiteit is evident. Alles hangt ruimtelijk met elkaar samen, dat zie je bij de energietransitie, de klimaatadaptatie, de woningbouw en de landbouwtransitie. En op het punt van integraliteit en samenhang van overheidsbeleid valt er nog veel te verbeteren, van de initiatieffase tot de uitvoeringspraktijk. Ook de betrokkenheid van bewoners kan vaak nog wel beter.’  

Maar het gaat goed komen, is zijn overtuiging, ‘ondanks de stroomversnelling waar we nog even doorheen moeten’.  ‘In het begin zal het nog zoeken zijn. Er zal lastige jurisprudentie komen. Het DSO zal vast wel eens haperen.’

‘De invoering van de Omgevingswet is een transitie waar we nog vele jaren over zullen doen. En de wet is geen panacee. Maar ik ben ervan overtuigd dat we heel goed in staat zijn om de problemen te tackelen, dat we vervolgens in rustiger vaarwater komen, en dat we na een aantal jaren constateren dat het zo veel beter werkt.’
 

Stabiele factor en boegbeeld
‘In het langlopende traject van de Omgevingswet is Arjan voor mij en ongetwijfeld talloze anderen een baken van rust, inhoudelijke kennis, nuance en overzicht geweest’ zegt Co Verdaas, hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en dijkgraaf van Waterschap Rivierenland.

‘Met ontembare inzet was hij altijd en overal bereid te luisteren en op antwoorden vragen te geven over de Omgevingswet. De betekenis daarvan kan niet worden overschat. Dat zijn pensioen samenvalt met duidelijkheid over de invoeringsdatum is een mooie samenloop. Beiden gaan een nieuwe fase in. Arjan krijgt meer tijd om de omgeving in al zijn facetten te gaan ontdekken. Aan alle professionals om te laten zien dat de Omgevingswet ons helpt bij het maken van samenhangende afwegingen. De opgaven vragen erom.’

‘Een zo omvangrijk en fundamenteel wetgevingsproces heeft mensen nodig, die steeds blijven vertellen waarom de wet noodzakelijk is om energietransitie, woningbouw en klimaatadaptatie effectief en integraal aan te pakken, zegt Jan van den Broek, Senior legal counsel VNO-NCW / MKB. ‘Arjan noemt twee enthousiaste ministers, maar hij staat zelf ook in dat rijtje mensen. Met zijn vasthoudendheid, vriendelijkheid en geen gedram heeft hij een belangrijke rol gespeeld aan de totstandkoming van de wet. Wat mij betreft verdient hij een lintje.’

Robbert Forkink, projectmanager planvorming en mobiliteit bij Antea Group, ziet hem zelfs als ‘het gezicht, het karakter en drager van het gedachtegoed van de Omgevingswet’.

‘Kenmerkend was zijn rol bij de snelle start van het wetsontwerp, vol met energie en passie, tijdens een kabbelend middendeel waarin de verhuizing van het ene naar het andere ministerie niet heeft bijgedragen aan de snelle implementatie en een roemruchtig slotstuk waarin de Omgevingswet meer dan ooit een politiek instrument is geworden. Arjan was daar te midden de stabiele factor en het boegbeeld.'

'Hij heeft bijgedragen aan de diverse onderzoeksgroepen (poule van afstudeerders) bij Antea Group, mijn talrijke Omgevingswetblogs en is een fijn klankbord gebleken.’
Gerelateerde Artikelen