Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Omgevingswetgeving

Nood breekt wet, of toch niet?

Auteur Marcel Bayer

30 mei 2023 om 11:01, Leestijd ca. 5 minuten

Grote opgaven vragen om grote besluiten. Terwijl we moeten constateren dat het niet opschiet met het politieke soebatten over wat wel en niet te doen bij een aantal urgente ruimtelijke thema’s, dringt de vraag zich op of het geen tijd wordt om radicale besluiten te nemen. Nood breekt wet, zou je denken.

Neem de woningbouw. Over de redenen waarom de markt tegen- en vastzit, is genoeg gezegd en geschreven. Eigenlijk weet elke ingewijde, aan de markt- of overheidskant, wel zo’n beetje waar het aan schort, en waar de oplossing moet worden gezocht. En toch durft niemand het uit te spreken. Althans, niet in het publieke debat. Er wordt wel op gezinspeeld, al dan niet in bedekte termen. Door minister Hugo de Jonge bijvoorbeeld.

Stapeling

In een reactie op het nieuws dat de tijdelijke woningen zich opstapelen bij de fabriek omdat er geen locaties zijn om ze te plaatsen, terwijl het prima woningen zijn, degelijk van kwaliteit en klanten staan te springen. Gemeenten aarzelen met het aanwijzen van voldoende plekken en als ze dat wel doen, kunnen ze rekenen op stevig verzet van omwonenden en andere belanghebbenden. Het lijkt wel alsof het recht op uitzicht belangrijker is dan het recht op wonen, reageerde de minister.

Het lijkt wel alsof het recht op uitzicht belangrijker is dan het recht op wonen

Tijdens twee recente lezingen, in Groningen voor een gehoor van planologiestudenten en medewerkers van de Rijksuniversiteit Groningen en in Barneveld tijdens het NOVI-congres, hield De Jonge zijn gehoor voor dat de uitdagingen immens zijn. Terwijl het steeds onwaarschijnlijker wordt dat we de doelen voor de woningbouw vanwege alle vertragingen gaan halen, stapelen andere ruimtelijke opgaven zich op. Hij noemde de demografische groei, stelselmatig onderschat door onderzoekers en politiek, maar de feiten liegen er niet om: vooral door de toestroom van migranten tellen we volgend jaar de 18 miljoenste inwoner, in 2034 naar verwachting de 19 miljoenste en in 2050 tikken we de 20 miljoen aan.

Hij noemde het uitputten van de bodemvruchtbaarheid en de degradatie van de natuur door de wijze van boeren, én hij wees op de gevolgen van klimaatverandering, die de vraag oproept of we nog wel moeten doorgaan met alle kaarten op de laaggelegen Randstad te zetten.

De minister huldigt voor de aangekondigde nieuwe Nota Ruimte het principe van de verdelende rechtvaardigheid. ‘Heel Nederland’ is daarbij zijn motto. ‘We kunnen het ons niet meer permitteren om uitsluitend in de Randstad te bouwen’, zei hij in Barneveld. Noord-, Oost, Zuid-Nederland zullen een substantieel deel van de nationale investeringen krijgen, waarbij we ons niet te veel meer moeten laten leiden door wat De Jonge noemt ‘MKBA-fetisjisme’. Hij haalde daarbij de Lelylaan aan, die een enorme impuls zou kunnen zijn voor zowel Noord- als Oost-Nederland.

Wederombouw

Gelukkig kunnen we bogen op een ‘geweldige RO-traditie’, waar we weliswaar ‘tien jaar geleden mee zijn gestopt’, maar die we met vereende krachten weer gaan oppakken, belooft de minister. ‘We waren wereldkampioen RO’, wat heeft geresulteerd in een ‘keurig aangeharkt’ landschap als ‘een schilderij van Mondriaan’. We kunnen het en we gaan het doen, ook al hebben we nu niet meer te maken met een tabula rasa, een onbeschreven blad, in de tijd van de wederopbouw na de oorlog, maar met een ‘tabula scripta’, een beschreven blad: de ‘wederombouw van Nederland’

‘RO zit in onze genen’, is een ‘toonbeeld van onze scheppingsdrang’ en het is hard nodig dat ‘we, als Rijk, de regie weer gaan terugpakken’. Het enthousiasme van minister De Jonge werkt aanstekelijk en is een zegening. Eindelijk hebben we weer een minister die de noodzaak ziet van ruimtelijke ordening en die daarop wil acteren. Hij laat geen gelegenheid onbenut om duidelijk te maken dat hij wil doorpakken, bereid is om álle instrumenten daarbij te gebruiken, én nieuwe ontwikkelt.

Zo wil de minister met de Wet versterking regie volkshuisvesting kunnen ingrijpen als provincies en gemeenten er samen niet uitkomen waar, wat en voor wie te bouwen. Hij heeft aangekondigd dat te gaan doen in het geval van Gnephoek bij Alphen aan de Rijn en Rijnenburg bij Utrecht.

Inmiddels gaan er ook steeds meer stemmen op om te morrelen aan het zo langzamerhand ingeslepen burgerrecht om tot aan de hoogste bestuursrechter procedures aan te spannen tegen onwelgevallige bestuurlijke besluiten.

Langzamerhand komen we dus aan bij een van de grondbeginselen van onze democratische rechtsstaat, bij de hardware van het ruimtelijke spel. Moeten democratisch vastgestelde spelregels buiten werking kunnen worden gesteld als het algemeen belang daarom vraagt en samen zoeken naar consensus, dat andere beproefde mechaniek uit onze samenleving, zeg maar de software, niet meer werkt?

Software

Deze fundamentele vraag is tot nu toe niet opgeworpen door onze minister voor RO.

Ja, we hebben een traditie van polderen, maar zeker bij issues in het ruimtelijke domein blijkt dat niet meer zo te werken. Wellicht wil de minister daar zijn vingers niet aan branden omdat het gaat om een trend in de samenleving waar zelf hij geen grip op heeft: de doorgeschoten individualisering en verbubbeling, versterkt door ressentiment en boosheid bij een fors deel van de burgers over een dralende, onkundige en naar hun gevoel onrechtvaardige overheid.

Daar kun je met grof geschut, met aanpassingen in de hardware, proberen doorheen te breken. Maar naar alle waarschijnlijkheid zal dat leiden tot nóg meer afstand tussen overheid en burger, met alle gevolgen van dien.

Kunnen we de oplossing niet beter zoeken in de software, door verandering te brengen in de manier waarop we in dit land met elkaar omgaan? De overheid – politiek, bestuur, ambtenaren – kunnen niet anders dan daarbij het voortouw nemen.

Dat vraagt wel een andere wijze van werken, minder gebaseerd op het navolgen van regeltjes en meer op persoonlijke betrokkenheid en gevoel. Het vraagt allereerst om vertrouwen en verantwoordelijkheid geven en nemen. En dat is best moeilijk, als we daar in het openbaar bestuur en in de samenleving de afgelopen decennia voor zijn weggelopen.

Gerelateerde Artikelen