Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Vergroening Gebiedsontwikkeling Verstedelijking Woningbouw

Onderzoek naar ruimtelijke en financiële impact van buitenstedelijk groen

Gezonde stedelijke groei, zo doe je dat

  Groenopgave in verschillende steden. Beeld Bureau BUITEN
Auteur Anneke van Mispelaar

10 augustus 2023 om 09:14, Leestijd ca. 7 minuten


Nederland staat voor een forse woningbouwopgave. De komende decennia zijn er zo’n miljoen nieuwe woningen nodig. Naast de woningbouwopgave hebben klimaatadaptatie, biodiversiteitsherstel, de energietransitie en de transitie naar natuurinclusieve(re) landbouwvormen ook een grote ruimtevraag. Dit zorgt voor een ongekende druk op de alsmaar schaarser wordende ruimte. Die druk mag niet resulteren in minder groen. Sterker, voor gezonde verstedelijking is meer groen onontbeerlijk. Een groene omgeving is belangrijk voor de mentale en lichamelijke gezondheid, het vermindert hittestress en draagt bij aan een klimaatadaptieve en natuurinclusieve leefomgeving.

 
Groenopgave in verschillende steden. Beeld Bureau BUITEN

Bij groene verstedelijking groeien natuur, recreatie en water mee met de bouw van woningen, infrastructuur en bedrijventerreinen. Maar hoe zorgen we voor gezonde groei, waar groen in samenhang met de verstedelijkingsopgave wordt gerealiseerd? Zijn er verschillen tussen steden en tussen provincies? En wat zijn de kosten voor deze groenopgave? Kortom: wat is de ruimtelijke en financiële impact van de buitenstedelijke groenopgave van verstedelijking tot 2050? Bureau BUITEN en Flux onderzochten dit in opdracht van Staatsbosbeheer. Het ministerie van LNV heeft mede namens ministerie BZK aan Staatsbosbeheer de opdracht gegeven om de kennisbasis voor de opgave “groene verstedelijking” te verstevigen.

Buitenstedelijke groenopgave in relatie tot woningbouw

Het rapport dat de onderzoekers onlangs presenteerden, biedt inzicht in de buitenstedelijke groenopgave in relatie tot bevolkingsgroei en woningbouw. Het onderzoek baseert zich op de eerder uitgevoerde 30-stedenstudie en groencriteria uit literatuuronderzoek, en richt zich op de ontwikkeling van het buitenstedelijk groen tussen 2022 en 2050. Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier groentypen: 

de ontwikkeling van nieuw uitloopgebied;
het versterken van bestaande natuur- en recreatiegebieden;
natuur- en recreatie-inclusieve landbouw;
de ontwikkeling van groen-blauwe verbindingen. 

Veelal zal het groen openbaar en toegankelijk zijn. Maar nieuw groen kan ook ten dienste staan van kwetsbare natuur in de directe omgeving van de stad en uitsluitend beleefbaar zijn, bijvoorbeeld vanaf de randen. Om inzicht te verkrijgen in de benodigde financiële en ruimtelijke opgave hebben Flux en Bureau BUITEN de opgave vanuit twee complementerende routes benaderd, een ruimtelijke en een cijfermatige aanpak. 

Kansenkaarten brengen groene ruimte in beeld

De ruimtelijke aanvliegroute baseert zich op kansenkaarten van de dertig verschillende steden uit de 30-stedenstudie. Op deze kaarten is in beeld gebracht welke kansen verstedelijking biedt voor extra groen- en natuurgebieden rondom de steden. De kansenkaarten zeggen iets over waar het groen, ruimtelijk en qua ambities, mogelijk kan komen. 

De cijfermatige aanvliegroute gaat uit van criteria voor groen om de stad per woning, waar voor elk huishouden een bepaalde oppervlakte groen om de stad gewenst is. In deze studie wordt gerekend met criteria van 350 vierkante meter natuur- en recreatieterrein per woning en met 500 vierkante meter groen per woning, bestaand groen wordt hierin meegerekend. Deze criteria sluiten aan bij de normen uit de literatuur en de evaluatie van het beleid. De criteria geven inzicht in de hoeveelheid groen die er idealiter zou moeten komen. Door de resultaten van beide aanvliegroutes met elkaar te vergelijken, ontstaat een completer beeld van de groenopgave. 

Tot 2050 tussen 23 en 37 miljard euro nodig voor groenopgaven

Dit is vervolgens vertaald naar een bandbreedte voor de totale investerings- en beheerkosten voor alle Nederlandse steden. Deze bandbreedte ligt voor de investeringen in groen op 23 tot 37 miljard euro tot 2050. Om een eerlijk beeld te geven van de financiële aspecten van de groene verstedelijking zijn ook jaarlijkse beheerkosten berekend, deze nemen toe tot een bedrag tussen de 316 tot 529 miljoen euro per jaar in 2050. Tot slot zijn de investerings- en beheerkosten per provincie inzichtelijk gemaakt. 

Groenopgave in Nijmegen. Beeld Bureau BUITEN

Regionale aanpak groenopgave nodig

Op basis van deze studie trekken de onderzoekers de conclusie dat de opgave voor groene verstedelijking in het geval van grote steden – steden boven de 150.000 inwoners – alleen is te realiseren met een regionale aanpak. Dan hebben huidige en toekomstige inwoners voldoende groen in hun nabijheid. Een aanpak gericht op individuele steden of gemeenten is minder effectief en efficiënt in termen van beschikbaarheid van groen, ruimtegebruik en in inzet van schaarse middelen. Samenwerking op regionale schaal tussen steden en omliggende gemeenten is daarom essentieel. Dit geldt dus met name voor de grote steden en in de Randstad. 

Uit een quickscan van de Zuid-Hollandse steden blijkt bijvoorbeeld dat een deel van de totale groenopgave wordt opgevangen door kleinere gemeenten. Voor het resterende deel van de kwantitatieve groenopgave is nog geen ruimte. De behoefte aan groen in de Randstad is, op basis van de geplande woningbouwopgave, groter dan wat tot nu toe in beeld is. Nader onderzoek naar de ambities voor buitenstedelijk groen in alle gemeenten in de metropoolregio’s Rotterdam-Den Haag, Amsterdam en Utrecht is nodig om gedetailleerder in kaart te brengen waar het benodigde groen is te realiseren en hoe het bestaande groen beter te benutten is. 

Meekoppelen groen bij andere opgaven

Uit het onderzoek komen een aantal aanbevelingen naar voren. Ten eerste om de recreatieve waarde van groen mee te nemen bij de realisatie van andere doelen. Concreet betekent dit dat groenvoorzieningen voor recreatie, zoals langs paden om te wandelen of te fietsen, bij bruggen, voor ontmoetingsplekken, onderdeel moeten zijn van plannen voor onder meer de Europese Kaderrichtlijn Water, de Vogel- en Habitatrichtlijn, de Nationale Bossenstrategie, regionale verstedelijkingsstrategieën, de uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) en het Programma Mooi Nederland. Zo wordt efficiënt met de schaarse ruimte én middelen omgegaan. Dit geldt ook andersom: houd rekening met de brede maatschappelijke waarde van groen bij de realisatie van recreatieve voorzieningen. 

Beperkte ruimte voor groen bij grote steden vraagt om een regionale aanpak

De ruimtelijke mogelijkheden van grote en kleine stedelijke gebieden verschillen. De mogelijke ingrepen verschillen daarom ook. Bij de grotere steden en metropolitane gebieden is de ruimte beperkt en ligt een andere aanpak voor de hand. Hier is het slim om prioriteit te geven aan royale groen-blauwe verbindingen de stad uit, en aan het beter benutten van bestaand (recreatie-)groen, naast het realiseren van nieuw groen. Buiten de metropolitane gebieden, waar het buitengebied dichterbij is, zijn ommetjes naar buiten en medegebruik van het agrarisch gebied van belang, naast het op strategische plekken versterken van recreatie- en natuurgebieden. Daarnaast spelen er trends op het gebied van recreatie, sport en vrije tijd die gevolgen hebben voor de planning van groenvoorzieningen. Zo is recreatie steeds meer routegebonden, waardoor een belangrijk deel van het groen in de vorm van blauwgroene recreatieve verbindingen zou moeten worden gerealiseerd. 

Een deel van de behoefte aan groene recreatieruimte is op te vangen door het verbeteren van bestaande groengebieden. Hieraan zit echter wel een limiet. Mensen zoeken in het groen de rust op, de recreatieve opvangcapaciteit kan niet eindeloos worden opgerekt. Daarnaast hebben veel recreatiegebieden belangrijke natuurwaarden, waarvoor een bepaalde rust nodig is. 

Maak voldoende middelen vrij voor realisatie en beheer

Voor verbetering en uitbreiding van de recreatieve structuur voor gezonde verstedelijking zijn bestaande financieringsbronnen ontoereikend. Uit ander onderzoek, bijvoorbeeld van Co Verdaas (TU Delft, 2022) en Provincie Utrecht en Bureau BUITEN (Groen Groeit Mee Financiering, Provincie Utrecht 2020), blijkt dat slechts een beperkt deel van de benodigde investering gevonden kan worden door koppeling aan andere opgaven en financieringsbronnen in het landelijk gebied en de steden. Koppeling aan andere opgaven is onder meer relevant in relatie tot de klimaatopgaven (waterberging), het natuurinclusieve landbouwbeleid, het programma Natuur en stikstofgelden, en middelen vanuit volksgezondheid.

Bij de financiering van de groenopgaven is een belangrijke rol weggelegd voor de overheid, met name vanwege het feit dat landschap en groen publieke of quasi-publieke goederen zijn. Want hoewel het maatschappelijke belang van groen breed wordt onderschreven, is het een “product” waarvan het aanbod zonder overheidsingrijpen achterblijft bij de maatschappelijke behoefte. Zowel de rijksoverheid, als de provincies en de gemeenten hebben hierin een belang en daarmee een rol in de financiering en het realiseren van effectieve regionale samenwerking. 

Anneke van Mispelaar is partner en senior adviseur bij Bureau BUITEN. Lees hier het gehele onderzoek. 

 

Gerelateerde Artikelen