Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Beleidsnota’s Woningbouw

Met spierballentaal los je geen wooncrisis op

Auteur Jaco Boer

27 november 2023 om 18:34, Leestijd ca. 3 minuten

Henk en Ingrid willen gewoon een betaalbare woning, of die nu door de markt of de overheid wordt geleverd. Het is pijnlijk om te zien hoe zij zich met een kluitje in het riet laten sturen door de schuld van de wooncrisis bij nieuwkomers te leggen. Dat is misschien wel het grootste drama van deze verkiezingsuitslag en zeker niet het medicijn voor een gezonde woningmarkt.

Tientallen nieuwe grootschalige wijken buiten de (Rand)stad. Afspraken voor de bouw van 350.000 extra huurwoningen door woningcorporaties. En overal straatjes-erbij in dorpen en kleine kernen. Als we de verkiezingsprogramma’s van de gedoodverfde coalitiepartners en gedogers-in-spe moeten geloven, gaan de komende jaren alle remmen los om Nederland uit de wooncrisis te halen. De rechtse partijen buitelen over elkaar heen in hun plannen voor de bouw van honderdduizenden nieuwe woningen voor alle Nederlanders die al jaren wachten op een huis. 

Wie zich de afgelopen jaren een beetje in het woondossier heeft verdiept, zal waarschijnlijk met gefronste wenkbrauwen naar deze spierballentaal hebben gekeken. Als alle woondeals, woningbouwimpulsen en nationale programma’s van Rutte IV iets hebben laten zien, is het wel de onmacht van de Rijksoverheid om de woningmarkt in beweging te krijgen. 

Na jaren van neoliberaal woonbeleid ligt de bal vooral bij projectontwikkelaars en huizenkopers. Zij bepalen de dynamiek in de woningbouw. Als de prijzen van bouwmaterialen en werknemers te hoog oplopen en de ECB door de hyperinflatie wordt gedwongen om de rente te verhogen, wordt er simpelweg niet gebouwd. Projecten sneuvelen door een haperende voorverkoop.  

Anticyclische woningbouw

Kan een nieuw kabinet dan niets voor elkaar krijgen als het om wonen gaat? Natuurlijk wel. Maar dat vraagt om een andere visie op het speelveld. 

In de jaren vóór de verzelfstandiging van de woningcorporaties speelde de Rijksoverheid met goedkope leningen en subsidies nog een dominante rol op de woningmarkt. Als de conjunctuur tegenzat en commerciële ontwikkelaars het lieten afweten, konden woningbouwverenigingen en stedelijke woningdiensten met dank aan al dat geld doorbouwen en aannemers plus architecten aan het werk houden. Ja, het was duur en bureaucratisch, maar leverde in goede én slechte tijden wel een continue stroom van nieuwe betaalbare woningen op die ook toegankelijk waren voor mensen die meer verdienden dan modaal. 

De stad Wenen bouwde door aan haar gemeentelijke woningvoorraad. Niet-commerciële ontwikkelaars kregen subsidies om betaalbare wooncomplexen neer te zetten

Een stad als Wenen heeft nooit afscheid genomen van zo’n activistische woonpolitiek. Terwijl andere steden en landen hun sociale huurwoningen in de uitverkoop deden, bouwde de Oostenrijkse hoofdstad de afgelopen decennia vrolijk door aan haar gemeentelijke woningvoorraad. Niet-commerciële ontwikkelaars kregen subsidies om betaalbare wooncomplexen neer te zetten. En dankzij slimme grondaankopen ontstonden uitbreidingswijken met een gezonde mix aan voorzieningen en woningen voor iedere beurs. 

Kluitje in het riet

De rechtse coalitie-op-komst zal gruwen van zo’n woonoffensief waarin de overheid de lakens uitdeelt en zelf woningen bouwt. Of hun kiezers hen in die afkeer volgen, is nog maar de vraag. Henk en Ingrid willen gewoon een betaalbare woning, of die nu door de markt of de overheid wordt geleverd. Het is pijnlijk om te zien hoe zij zich met een kluitje in het riet laten sturen door de schuld van de wooncrisis bij nieuwkomers te leggen. Dat is misschien wel het grootste drama van deze verkiezingsuitslag en zeker niet het medicijn voor een gezonde woningmarkt.

Gerelateerde Artikelen