Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Woningbouw Omgevingswetgeving

Alice in flex-wonderland

Auteur Hans Broekman

28 januari 2024 om 21:25, Leestijd ca. 3 minuten

Het schiet niet echt op met de broodnodige tijdelijke huisvesting voor onder meer buitenlandse arbeidsmigranten en statushouders. Veel initiatieven stranden. De top drie van doodlopende paden en met toch wat lichtpuntjes aan het eind.

Deze column in de serie Privaat Perspectief door gebiedsontwikkelaars bij Heijmans en AM staat in ROm december 2023. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Meld u hier aan voor een abonnement voor het maandelijkse papieren of digitale magazine.

Soms komt iets op het werkpad waarvan je denkt: hier is yin-yang in evenwicht. Zo werden we vanuit het Rijk benaderd om oplossingen te vinden voor tijdelijke huisvesting van statushouders. Dit met het treurige beeld van Ter Apel op het netvlies. En nog voor de Oekraïne-crisis. 

We bedachten vervolgens het concept “Buurtschap Ons Dorp”. Geen rocket science. Einddoel: een (h)echte gemeenschap met mix van “dragers” en “vragers”. Daarop werd het terrein van ‘flexwonen’ betreden, ondersteund door Rijk en zijn taskforces. Met als resultaat: projecten aangejaagd, flexwoningen geplaatst. Zo leverden we bescheiden bijdragen aan projecten in Nijmegen en Vlaardingen. Toch strandden te veel initiatieven, ondanks de nog steeds urgente vraag naar huisvesting voor aandachtsgroepen onder wie starters. Ik ga niet zeggen dat ik dé oplossing heb, maar wil wel de ervaringen delen, verwoord in de top drie van doodlopende paden.

Doodlopend pad nummer 1: Het is een ruimtelijke/vastgoed-opgave

De vaak gekozen oplossing voor flexwonen: een locatie – liefst bouw- en woonrijp; de woningcorporatie financiert en plaatst een bestelling bij de flexbouwer; en met behulp van de Crisis- en hertstelwet staan ze er binnen een jaar. Natuurlijk gaat dit mis. Als we vergeten dat “vragers” ook echt ondersteuning vrágen ten aanzien van scholing, inburgering, schuldsanering en dergelijke. En dat begeleiding van deze kwetsbaren noodzakelijk is om het buurtschap beheersbaar te maken. Dus vanaf dag één: het sociale domein aan tafel met opstellen van beheers- en participatieplannen gericht op omgeving.

We moeten ook beseffen dat de oplossing om suboptimale oplossingen vraagt. Dus loslaten van kwaliteitseisen die horen bij een definitieve oplossing, zowel ten aanzien van openbare ruimte als de bebouwing. Dat betekent niet “slecht”, maar wel “anders”. In ieder geval projecten niet financieel doodslaan door verder te willen denken dan een exploitatieperiode van tien tot vijftien jaar. Dus de “schoenendozen van Hugo” zijn een prima alternatief.

Doodlopend pad twee: Het mag geen geld kosten

Accepteer dat dit sociale probleem publieke bijdragen vraagt. Van het Rijk, maar ook van de provincie en de gemeente. De overheid mag niet van grondeigenaren verwachten dat ze gratis gronden ter beschikking stellen en infrakosten “wel even” voor hun rekening nemen. Accepteer dat dit probleem inzet van overheidsmiddelen vraagt, dus ook die van gemeenten.

Doodlopend pad drie: De woningbouwcorporatie gaat dit wel oplossen

De flexbal wordt veelal neergelegd bij woningbouwcorporaties. Logisch gezien de doelgroepen, de sociale component en beschikbare rijkssubsidies. Maar dit onttrekt geen enkele partij aan de verantwoordelijkheid om samen te zoeken naar oplossingen. Die zijn te vinden vanuit andere perspectieven, zoals de ontwikkeling van flexwonen als placemaking van grotere gebieds- en transformatie-opgaven. Zie het flexwonen daarbij als kans om mede sturing te geven aan gebiedsopgaven waardoor er andere krachten én middelen ter beschikking komen.

Rest de vraag – dwalend als Alice in het Labyrint van flex-land – “is er hoop op de uitgang?”. Dat is er zeker. Kijkend naar gerealiseerde projecten, kijkend naar de maatschappelijke relevantie, maar ook door de wil om – met polsen vooruit – ervaringen te delen. Alleen zo krijgen we yin-yang in evenwicht. En ja, ook wij als marktpartij delen graag.

Hans Broekman is senior ontwikkelmanager bij Heijmans

Gerelateerde Artikelen