Inschrijven voor nieuwsbrief
Ruimtelijke economie Omgevingswetgeving Verstedelijking

Provinciale verordeningen moeten wildgroei tegengaan

Verdozing landschap door distributiebedrijven aan banden

Distributiecentrum Jumbo bij Beilen, Drenthe Beeld iStock/Remke Luitjes
Auteur Marcel Bayer

10 april 2024 om 14:56, Leestijd ca. 7 minuten


De vestiging van nieuwe distributiebedrijvigheid wordt afhankelijk van de economische meerwaarde en de effecten op onder meer de plaatselijke woningmarkt. De minister heeft met de provincies afgesproken om dat in de provinciale verordeningen op te nemen. Gebeurt dat niet of onvoldoende dan deinst minister Hugo de Jonge er niet voor terug om dat via een Rijksinstructieregel af te dwingen.

Distributiecentrum Jumbo bij Beilen, Drenthe Beeld iStock/Remke Luitjes

Dit antwoordde minister Hugo de Jonge (ruimtelijke ordening) gisteren op vragen uit de Tweede Kamer over de verdozing langs de snelwegen. Kamerlid Geert Gabriëls stelde de vraag hoe het demissionaire kabinet gaat sturen op dit soort ruimtelijke ontwikkelingen. 

Directe aanleiding was de berichtgeving in de media dat er in Nederland inmiddels 51 miljoen vierkante meter aan logistieke dozen langs de weg staat, en dat daar de komende jaren nog 3 miljoen vierkante meter bij komt. Dit wordt een steeds groter ruimtelijk probleem, dat niet alleen zorgt voor ‘landschapspijn’, maar ook voor knelpunten in de energievoorziening, nu al geplaagd door netcongestie, en op de woningmarkt. ‘Want hoe gaan we de veelal buitenlandse arbeidsmigranten die er werken huisvesten’, vraagt Gabriëls zich hardop af. Dat worden er namelijk ook steeds meer blijkt uit actuele cijfers van het Centraal Planbureau, ook gisteren gepresenteerd in het rapport Economische dynamiek en migratie. Daaruit blijkt dat de migratie in sterke mate wordt gestuurd door de vraag naar arbeid en dus het economisch beleid. Er ontbreekt dus regie op de ruimte, constateert Gabriëls.  

‘We kunnen niet anders dan hier meer regie op nemen’

Minister De Jonge zegt de zorg over de verdozing te delen en kwam zelf met aanvullende cijfers. De afgelopen vijf jaar, tussen 2016 en 2021, is het aantal logistieke dozen met 5.000 hectare toegenomen. En daar komt dus nog 1.800 hectare bij, omdat die al zijn vergund. ‘We kunnen niet anders dan hier meer regie op nemen’, aldus De Jonge. Hij verwijst daarbij naar de motie van CDA-er Henri Bontenbal in september 2022, die op een grote Kamermeerderheid kon rekenen, en een eerder pleidooi nog van het College van Rijksadviseurs (2019).

De Jonge geeft aan dat hij met de provincies heeft afgesproken dat zij restricties op de vestiging van nog meer distributiecentra gaan opnemen in de provinciale omgevingsverordening. Provincie Noord-Brabant heeft zelf al dergelijke restricties ingevoerd. 

Het nieuwe distributiecentrum van Wehkamp fase 1, bij Zwolle. Beeld Wehkamp 

Afwegingscriteria

‘Het is de bedoeling dat er in alle provincies dergelijke beperkingen komen’, geeft de minister aan. Hij noemt vervolgens een aantal afwegingscriteria om nog wel vergunningen af te geven.

‘Ten eerste. Nieuwe vestigingen van grootschalige distributiebedrijven mogen alleen worden ondersteund als die bedrijven een aantoonbare meerwaarde hebben. En daarbij kijken we ook naar de effecten op de komst van arbeidsmigranten. Heel vaak zijn dit type logistieke dozen weer een magneet voor nieuwe arbeidsmigratie. Die vervolgens weer een extra druk opleveren op de woningmarkt in de regio.’

Distributiebedrijvigheid moet een aantoonbare meerwaarde hebben

Ten tweede moeten we beter kijken of we voor dergelijke vestigingen dan niet bestaande bedrijventerreinen beter kunnen benutten, zegt De Jonge. ‘Door transformatie bijvoorbeeld. Waarom zou je open landschap gaan bebouwen als je ook op bestaande bedrijventerreinen terecht kunt?’

‘Ten derde, moeten we kijken of we dergelijke bedrijvigheid niet beter kunnen clusteren, zodat we de ruimte zuiniger gebruiken. En ten vierde moeten we zorgen voor maximale ruimtelijke kwaliteit. Dus wat kunnen we doen om te zorgen dat nieuwe bedrijfsvestigingen goed zijn ingepast in het landschap?’ Als voorbeeld van slim combineren noemt hij nog het gebruiken van het ‘enorme dakoppervlak’ van distributiehallen voor duurzame energieopwekking. ‘Dat is inmiddels verplicht in alle provincies.’

Economische hoofdstructuur

Tegelijkertijd moeten we wel ruimte houden voor nieuwe economie, benadrukt minister De Jonge. ‘Bedrijventerreinen hebben wel degelijk economische meerwaarde. Daar moeten we niet de neus voor ophalen. Ruimte voor bedrijvigheid dus, anders hebben we straks geen plek meer om nog geld te verdienen.’ 

Wat voor soort economie willen we zijn? Beeld iStock/Oliver de la Haye

De Jonge: ‘We moeten ons wel afvragen wat voor soort economie we willen met het oog op een duurzame toekomst en prettige leefomgeving. Die megadistributiehallen langs onze wegen en aan de rand van onze steden hebben te maken met onze “I want it all and I want it now”- economie. Als je s' avonds iets bestelt, moet het de volgende dag voor 12 uur zijn bezorgd. Dat spul moet wel ergens worden opgeslagen. De vraag is of we dat wel willen. Dus wat is de economische meerwaarde? Ik vind dat we die vraag moeten stellen aan de voorkant van het beleidsproces. Daar moeten we keuzes in maken en op gaan sturen.’ 

‘Waarom moeten er zoveel distributiehallen voor doorvoer naar Duitsland langs de A15 staan?’

Volgens De Jonge hoort daar de vraag bij of Nederland wel zo’n groot distributiecentrum voor de rest van Europa moet blijven. ‘Waarom moeten er zoveel distributiehallen voor doorvoer naar Duitsland langs de A15 staan? De Duitsers hebben daar veel meer ruimte voor.’

De keuze voor die toekomstige economische hoofdstructuur maken deel uit van de keuzes in de nieuwe Nota Ruimte, zegt de minister. ‘Ook daarmee pakken we dus onze regierol terug op het gebied van ruimtelijke ordening. Net als bij de volkshuisvesting. Gewoon omdat het nodig is. Omdat we hebben gezien wat er gebeurt als je alles laat gebeuren en ruimtelijke ordening ziet als de optelsom van toevallige decentrale besluiten.’ 

Stok achter de deur

Kamerleden Geert Gabriëls en D66-er Jan Paternotte willen vervolgens weten wat de minister gaat doen als provincies toch niet scherp genoeg gaan sturen met vestigingsbeleid voor nieuwe distributiebedrijven. Waarom bijvoorbeeld niet op voorhand eenzelfde Rijksinstructieregel als voor hyperscale datacentra, zoals die in december 2023 is ingegaan?

De Jonge vertrouwt op wat hierover is afgesproken met provincies. ‘Net als voor mij zijn die dozen langs de weg hen ook een doorn in het oog. En ook zij hebben baat bij het in de hand houden van de effecten van de toestroom van arbeidsmigranten op bijvoorbeeld de woningmarkt.’ 

Datacentrum in aanbouw, Middenmeer (2024) iStock/Claffra

Collega-minister Karien van Gennip (sociale zaken en werkgelegenheid, red) laat die effecten momenteel onderzoeken, vertelt hij. ‘En als die effectrapportage laat zien, dat een nieuwe vestiging nauwelijks economische meerwaarde oplevert en wel een magneet is voor arbeidsmigratie op een toch al overspannen woningmarkt, dan is het antwoord dus: nee. Dan kan er dus geen nieuwe vergunning worden verstrekt. 

Ik zie dat een aantal provincies en gemeenten daar al veel restrictiever mee zijn. Straks gelden die regels in alle provincies, vastgelegd in de provinciale verordeningen. Dat hebben we afgesproken. Mocht ik zien dat die verordeningen niet overal even strak worden ingeregeld, dan kom ik alsnog met een landelijke richtlijn, zoals ik dat heb gedaan voor de XXL-datacentra en zon op land.’ 

‘Zo lang de provincies hun verantwoordelijkheid nemen, heb ik geen reden om de provincies te overrulen’

Om op voorhand instructieregels vanuit het Rijk vast te stellen, daar voelt minister De Jonge niet voor. Zo werkt het niet in het Huis van Thorbecke, memoreert hij. ‘Ik wil recht doen aan de verantwoordelijkheid die provincies hebben voor de ruimtelijke ordening. Daar zijn zij dé bestuurslaag voor. Ze nemen al meer de regie, veel meer dan de vijftien jaar ervoor. Zo sterk zelfs dat ik sommige andere overheden hoor zeggen dat het wel wat minder mag. Nou dat vind ik niet, want we hebben heel weinig tijd om al die fouten te herstellen. Maar zo lang de provincies hun verantwoordelijkheid nemen, heb ik geen reden om de provincies te overrulen.’ 

 

 

Gerelateerde Artikelen