Inschrijven voor nieuwsbrief
Beleidsnota’s Omgevingswetgeving

Uitpuilend programmaboekje van de nationale overheid

Auteur Marcel Bayer

06 mei 2024 om 15:48, Leestijd ca. 5 minuten

Op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) doen ze hun best om de ruimtelijke ordening stevig in handen te krijgen. Rijksbreed wordt gewerkt aan het in beeld krijgen van de ruimtelijke implicaties van departementale visies en beleid. Ze vormen input voor en zijn tegelijk praktische uitwerking van de Nota Ruimte, dit najaar in concept verwacht, waarmee het nieuwe kabinet eindelijk knopen moet doorhakken. De vooruitzichten daarop zijn wisselend.

Het is een hybride operatie voor de verschillende departementen en BZK als regisseur. Werken aan de plannen voor de toekomst van Nederland, waarbij zo’n beetje alles wat ruimtelijke gevolgen heeft op een integrale wijze om afwegingen vraagt. 

Allesomvattende reikwijdte

Het lijstje nationale programma’s geeft een indruk van het uitgebreide scala van ruimtelijke claims dat eraan komt of dat er al is, met onder meer het Deltaprogramma, programma’s voor energiehoofdstructuur, regionale energiestrategieën, industriële clusters, datacenters, circulaire economie, verstedelijking en wonen, bodem en ondergrond, gezonde leefomgeving en landelijk gebied. 

De Nota Ruimte heeft als vanouds een vrijwel allesomvattende reikwijdte, waarin al die claims een plek moeten gaan krijgen en gekozen moet worden wat voorgaat. Waarmee niet gezegd is dat die keuzes daadwerkelijk en op tijd worden gemaakt. 

Een van de meest heikele onder de programma’s is het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), dat de minister van LNV onder haar hoede heeft. De natuur leidt onder de overmatige neerslag van stikstof, voornamelijk uit de intensieve landbouw en veeteelt, en de draagkracht van het bodem- en watersysteem staat op veel plekken onder druk.

Stikstofhoofdpijn 

In essentie komt het erop neer dat grote delen van het landelijk gebied op de schop moeten, agrarische activiteiten verder moeten verduurzamen en de Natura 2000-gebieden de gelegenheid krijgen zich te herstellen. Nederland is daartoe verplicht vanwege Europese regelgeving, maar het is net zo belangrijk voor de gezondheid van mens, dier en in het algemeen de natuurlijke leefomgeving. 

Dit programma steunt sterk op regionale gebiedsgerichte uitwerking, waarvoor de provincie in de lead is, maar dit vanzelfsprekend niet kan zonder ruggensteun van het Rijk en samenwerking met de regionale overheids- en maatschappelijke partners. Aangezien de aanpak van deze problemen sterk is verbonden met de uitkoop van agrariërs, in het bijzonder van de piekbelasters, is meteen zichtbaar waar de angel zit. Geld is er in ruime mate, ter beschikking gesteld door het kabinet: 1,5 miljard euro was al gereserveerd en begin dit jaar vroeg de minister aan de Kamer nog eens om 850 miljoen euro. 

De aanvankelijke planning van de minister bleek erg optimistisch. Dan had er medio 2023 al een vastgesteld NPLG moeten liggen. In de praktijk is de ontwerpversie “pas” afgelopen december ter inzage gelegd en worden de zienswijzen nu verwerkt. Er zijn inmiddels een paar honderd boeren die daadwerkelijk van de gunstige uitkoopregeling gebruikmaken. Nog veel te weinig en bovendien zijn het over het algemeen niet de grote piekbelasters. Het verzet van boerenorganisaties en de agro-industrie is massief en met de nieuwe politieke realiteit in het parlement is het de vraag of dit programma nog wordt uitgevoerd zoals beoogd. 

Verzet

Het politieke debat over de stikstofaanpak is op een droevig niveau beland. In het Kamerdebat van 17 april jongstleden reageerden vertegenwoordigers van PVV, NSC en BBB variërend, van het compleet ontkennen van de problemen tot het belachelijk maken van de aanhangers van ‘dit D66-beleid’. Als dit de lijn van denken en werken wordt de komende jaren, dan gaat er in het landelijke gebied weinig gebeuren. Maar gelukkig blijken gemeentelijke en provinciale vertegenwoordigers van genoemde partijen in veel gevallen realistischer, tot samenwerking geneigd en in staat om te zoeken naar gezamenlijke oplossingen. Dat stemt dan weer hoopvol.

Bij een aantal andere nationale programma’s is verzet verzekerd; van omwonenden, belangen- en maatschappelijke organisaties, soms ondersteund door lokale en provinciale politici. Niet dat dit een probleem hoeft te zijn, want dat is in onze sociaalpolitieke en sociaaljuridische cultuur: business as usual. We zijn nu eenmaal een land van opkomen voor je eigen belangen of voor die van entiteiten, zoals de natuur of de dieren, die dat niet zelf kunnen. Beroep en bezwaar zijn hecht verankerd in onze wet- en regelgeving, juist voor de leefomgeving, en dat is een groot goed. Maar het schiet niet op, hoe graag marktpartijen en sommigen in de politiek hier ook aan willen morrelen.

Balanceren 

Het blijft balanceren en debatteren, zelfs waar het gaat om onze veiligheid. We hebben in ROmagazine de afgelopen maanden uitgebreid aandacht besteed aan de discussie of we nou wel of niet moeten bouwen in laaggelegen gebieden. De uitwerking van het principe “water en bodem sturend”, bij vakgenoten bekend onder het acroniem WBS, biedt de nodige nuance, want het debat werd gekaapt door de preciezen die helemaal niets meer willen in dit land behalve verdichten en ophogen. Minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat) laat in het Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving zien dat hij begrijpt voor welke complexe opgaven Nederland staat. Kort door de bocht zegt hij: ontwikkelen in lage delen van het land kan, op een paar uitzondering na, maar doe het behoedzaam en met verstand. 

Toen het Ministerie van Defensie een tipje van de sluier oplichtte van de ruimteclaims die het legt in verband met de compleet veranderde veiligheidsdreiging in Europa, waren de rapen gaar in met name Noord-Brabant, Flevoland en Friesland. Uitbreiding van oefengebieden voor land- en luchtmacht, met grotere corridors in het luchtruim, nieuwe kazernes, waaronder een mogelijke megakazerne in Zeewolde; omwonenden reageerden direct afwijzend op vragen van de uitgerukte journalisten. 

Het zijn slechts de meest in het oog springende dossiers van wat ze bij BZK eufemistisch “de ruimtelijke puzzel” noemen. Majeure vraagstukken werpen hun schaduw vooruit. Een nieuw kabinet mag ermee aan de bak. 

 

 

 

 

 

Gerelateerde Artikelen