Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Omgevingswetgeving Beleidsnota’s

Met de Nota Ruimte werken we zowel van boven- als onderop

Rijksregie op ro terug van weggeweest

ASML Campus, Veldhoven. 'Je kunt het besluit om ASML en de Brainportregio met investeringen te helpen zien als ruimtelijke keuzes', zegt Marjolein Jansen. Beeld Paul Raats
Auteur Marcel Bayer

27 mei 2024 om 21:28, Leestijd ca. 11 minuten


Onmiskenbaar is de ruimtelijke ordening (ro) op rijksniveau terug op de agenda. De regierol wordt nadrukkelijk opgepakt met de minister van BZK als eerstverantwoordelijke in de lead en op alle departementen door de ruimtelijke opgaven in beeld te krijgen. Integraliteit en afstemming is het devies, nadrukkelijk ook mét de decentrale overheden. Marjolein Jansen, directeur-generaal (dg) ruimtelijke ordening, vertelt hoe dat vorm krijgt en over de tastbare resultaten, waarvoor we niet op de Nota Ruimte hoeven te wachten.

ASML Campus, Veldhoven. 'Je kunt het besluit om ASML en de Brainportregio met investeringen te helpen zien als ruimtelijke keuzes', zegt Marjolein Jansen. Beeld Paul Raats

Dit artikel staat in ROm juni 2024, een themanummer bij de Dag van de Ruimte op donderdag 30 mei a.s. Daarin zijn onder andere nog vijf andere DG's geinterviewd over de ruimtelijke opgaven in Nederland en de keuzes die daarbij nodig zijn. We lichten er in deze bijdrage twee kort uit.

ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor informatie over abonnementen klik hier

‘De Rijksoverheid kan niet meer om de ruimtelijke ordening heen', stelt Marjolein Jansen. 'De opgaven zijn enorm en het zijn er zoveel, dat ze niet op lokale en regionale schaal zijn op te lossen. De energietransitie vraagt meer ruimte, op land en op zee. We moeten ruimte reserveren voor de gevolgen van klimaatverandering. Het landelijk gebied gaat een grootschalige transformatie tegemoet vanwege de verduurzaming van de landbouw en veeteelt en het herstel van de natuur. We hebben nieuwe woningbouwlocaties nodig, maar wel op klimaatbestendige locaties en zonder het landschap te ontsieren. 

Kortom, nietsdoen is geen optie als we zekerheden als voldoende voedsel, drinkwater, betaalbare woningen en energie ook voor toekomstige generaties willen garanderen. Bovendien kunnen we al die zaken alleen waarborgen als we ook blijven werken aan het verdienvermogen van Nederland: bedrijvigheid vraagt om ruimte, de circulaire economie en verduurzaming van de economie ook, en de mobiliteit moet goed geregeld zijn. Voor deze opgaven zijn keuzes nodig op nationaal niveau. Dat doen we op basis van leidende principes als niet afwentelen, ruimtelijk niet en niet in de tijd, en zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik, die we in de Contourennotitie hebben vastgelegd en uitgangspunt vormen voor de dit jaar verwachte Nota Ruimte.’ 

Piketpaaltjes

De urgentie is duidelijk en het is nog even wachten op die nationale keuzes. Toch zijn er dermate nijpende kwesties die nu al om keuzes vragen. Moeten we wachten tot een volgend kabinet daar klaar voor is?

‘De grote fundamentele ruimtelijke keuze maken we in de Nota Ruimte, maar we hebben de afgelopen tijd niet stilgezeten Er is wel degelijk het een en ander gebeurd onder het kabinet-Rutte IV en met minister Hugo de Jonge. Denk maar aan het verbod op de hyperscale-vestigingen van databedrijven. En aan de afspraken die de minister met provincies heeft gemaakt om de wildgroei aan distributiebedrijven in te dammen, door dat te regelen in provinciale verordeningen. 

’Je kunt de besluiten om ASML en Tata Steel te helpen ook zien als ruimtelijke keuzes’

Minister De Jonge is sinds 2022 bezig om met andere overheden én marktpartijen de woningbouw te versnellen, met wet- en regelgeving en met extra geld. Onlangs kwam minister Mark Harbers van Infrastructuur en Water met een nadere uitwerking van de beleidsrichtlijn “Water en bodem sturend”. Je kunt het besluit om ASML en de Brainportregio met investeringen te helpen, net als Tata Steel in IJmuiden, ook zien als ruimtelijke keuzes. Daarbij hebben het verdienvermogen van BV Nederland en met name strategische keuzes in de economische structuur meegewogen.’

Wat opvalt bij deze voorbeelden is dat het om besluiten gaat met een grote ruimtelijke impact, ook op terreinen waar andere departementen dan BZK over gaan.

‘Klopt. Met minister De Jonge is niet alleen ruimtelijke ordening terug op de politieke agenda, hij heeft bovendien voor elkaar gekregen dat dit rijksbreed wordt omarmd. We hebben het er weer over met elkaar en de minister voor VRO heeft daarbij de regie. Zo is er bewindsliedenoverleg fysieke leefomgeving en ook wij als directeuren-generaal komen onder mijn leiding regelmatig bij elkaar om beleid met direct ruimtelijke impact af te stemmen.

Uiteindelijk blijven de keuzes aan de politiek, aan het kabinet en het parlement. Onze taak als departementen is om zowel de uitdagingen als de oplossingen in beeld te brengen. Daarbij proberen we beleid te verbinden, zoals voor woningbouw en klimaatadaptatie. Of bij de vestiging van logistieke bedrijven, waar veel arbeidsmigranten werken, die je ook moet huisvesten. Op veel plekken is dat niet goed geregeld. Ik merk dat het heel stimulerend werkt als je daar met collega-dg’s over praat. Ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid natuurlijk. Je probeert elkaar te informeren, te begrijpen en zoekt samen naar oplossingen. 

Zo kan de Minister van Economische Zaken en Klimaat de ondernemers aanspreken op hun verantwoordelijkheid voor fatsoenlijke huisvesting van arbeidsmigranten en wij kunnen gaan zorgen voor versnelling bij het voorzien in tijdelijke huisvesting voor die groep. Wat dat betreft vinden we elkaar op rijksniveau steeds beter.’ [tekst loopt verder onder kader en beeld]

 

Mark Roscam Abbing, directeur-generaal Landelijk Gebied en Stikstof, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV):

‘De landbouw gaat niet alleen maar ruimte inleveren’

‘We zien nogal wat claims op ons afkomen in het landelijk gebied: landbouw, natuur, woningbouw en andere maatschappelijke opgaven hebben allemaal ruimte nodig. We begrijpen dat we daar serieus naar moeten kijken. Tegelijkertijd is van belang dat er bruikbare landbouwgrond is en blijft. De agrarische sector mag niet het sluitstuk zijn in de discussie over ruimte.’

'We zijn het er op dit ministerie over eens dat de agrariërs mee moeten in de transitie naar een volhoudbaar voedselsysteem'. Beeld Ministerie van LNV

Paradigmashift

‘Deze minister heeft ervoor gezorgd dat we weer werken aan een visie voor Nederland, zoals in de Contourennotitie al geschetst. We benutten heel Nederland, hebben oog voor de behoeften en kansen van iedere regio. Dus niet meer alleen sterker maken wat al sterk is, we gaan sterker maken wat sterk moet zijn. Dat is een behoorlijke paradigmashift. 

‘Verder kijkend naar 2050 en 2100 willen we meer economische kracht naar het oosten, noorden en zuiden brengen’

We zien de vraag van bedrijven, van woningzoekenden, van investeerders naar ruimte in West-Nederland. Die moeten we accommoderen, zoals we dat hier in huis noemen. Zeker tot 2030 is dat een enorme opgave. 

Als we verder kijken naar 2050 en 2100 dan willen we meer economische kracht naar het oosten, noorden en zuiden brengen, aansluitend op de economische dynamiek die daar al is. Wat consequenties heeft op veel terreinen, zoals voldoende woningen, goede bereikbaarheid, voldoende en goed onderwijs, maar ook zorg en culturele voorzieningen. Ook het sociaal-cultureel weefsel krijgt onze aandacht.’ 

Wanneer gaan de Nederlandse burgers merken dat het Rijk keuzes maakt op al die belangrijke ruimtelijke dossiers?

‘Je slaat de provinciale en gemeentelijke bestuurders over. Zij werken naar hun mogelijkheden en de politieke realiteit van vandaag ook keihard aan de opgaven die er liggen. Met de regiodeals, woondeals en de diverse geldpotjes dragen we daar als Rijk over de hele breedte aan bij. Vergeet niet dat we alleen al met de Woningbouwimpuls vanaf 2019 1,13 miljard euro hebben bijgedragen aan de bouw van betaalbare woningen in 141 projecten door het hele land heen. 

Maar niet alle keuzes die we gaan maken, zullen kunnen rekenen op veel bijval. De keuzes zijn aan de politiek, maar duidelijk is dat wat we ook kiezen, we dat zorgvuldig moeten doen, goed moeten uitleggen en waar mogelijk de burgers moeten meenemen. Dat hoort bij fatsoenlijk bestuur.’

Verbeelding

Kaartbeelden blijken uiterst functioneel en soms ook misschien iets té om onderwerpen onder de aandacht te brengen. Kijk hoe het gesprek over de landbouwtransitie doodsloeg met de kaart van grote stikstofuitstoters. Hoe ga je daar als overheid op een verantwoordelijke manier mee om?

‘Een Nota Ruimte zonder kaarten is als een rekensom zonder cijfers’

‘Je moet er behoedzaam mee omgaan, uitleggen wat de data precies laten zien en geen overhaaste conclusies trekken. Maar bij de beoordeling van ruimtelijke opgaven en alternatieve oplossingen heb je kaarten nodig. Kaartbeelden zeggen meer dan woorden. Een Nota Ruimte zonder kaarten is als een rekensom zonder cijfers. 

We zijn inmiddels zo ver dat we ontzettend veel data op kaart kunnen presenteren. Ook 3D-beelden, daar worden we steeds beter in. We lopen daarmee in Nederland voor op veel andere landen in Europa. Los van de feitelijke informatie die data op kaart en vooral in 3D kunnen geven, je ziet altijd wat voor een inspirerende kracht daarvan uitgaat, met name bij het verbeelden van ruimtelijke kwaliteit.’

Wat is de planning van de Nota Ruimte nu?

‘We verwachten voor de zomer een voorontwerp Nota Ruimte en daarna werken we door aan een ontwerpnota Ruimte, onder meer via een participatietraject en overleg met decentrale overheden over de concept-ruimtelijke arrangementen van de provincies. Maar het is een doorlopend proces, want in 2026 komen bijvoorbeeld de nieuwe Deltabeslissingen. Die hebben dan mogelijk weer consequenties voor andere ruimtelijke besluiten.’ [tekst gaat verder na kader en beeld]

Elanor Boekholt-O'Sullivan, plaatsvervangend directeur-generaal beleid (PDGB) bij de bestuursstaf van het Ministerie van Defensie in de rang van luitenant-generaal:

‘Het zou heel ongepast zijn om waar wij voor staan vanzelfsprekend te vinden’

‘Onze grootste directe ruimtevraag is dat we nieuwe plekken nodig hebben voor kazernes en ruimte om te oefenen op land, op het water en in de lucht. In ons Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) hebben we onze ruimtebehoefte uitgewerkt en aangegeven welke locaties we daarbij in het vizier hebben. Die ruimtebehoefte is het minimale dat we nodig hebben.'

 Beeld Ministerie van Defensie

Gebiedsgericht

Als we de afgelopen decennia met de decentralisatie van het ro-beleid iets hebben geleerd, is dat provincies en gemeenten het niet alleen kunnen. Dat regie van het Rijk hard nodig is. Dat zou ertoe kunnen leiden dat iedereen op de nationale overheid gaat zitten wachten.

‘Maar dat gebeurt zeker niet. Ik heb al aangegeven wat provincies en gemeenten al doen in de uitvoering, vaak samen met ons. We willen de slag naar intensiever gebiedsgericht samenwerken doortrekken. Niets nieuws uitrollen dus, maar kijken waar de kracht en de energie zit, en daarop voortbouwen. In dat opzicht vind ik de regionale investeringsagenda’s, de RIA’s, iets prachtigs. Met een soort van gebiedsportemonnee waar alle betrokken partijen – overheden, semioverheden én markt – aan bijdragen.’ 

‘We willen de slag naar intensiever gebiedsgericht samenwerken doortrekken’

‘Zo moet het ook. Met de Nota Ruimte werken we zowel van boven- als onderop. Soms moeten wij sturen met duidelijke beleidskaders en wet- en regelgeving, maar in de meeste gevallen ligt de bal bij de andere overheden. Daar ligt de grote uitdaging om complexe opgaven integraal aan te pakken.

Ik vind het mooi te zien hoe provincies daar invulling aan geven met de ruimtelijke voorstellen die ze in februari hebben ingediend. We zijn die aan het doornemen en te vertalen naar de Nota Ruimte en naar de ruimtelijke arrangementen die we met provincies maken. Iedere provincie doet dat op haar eigen wijze, afhankelijk van de opgaven, de karakteristieken, de identiteit. Provincie Groningen bijvoorbeeld heeft een voorstel ingediend dat heel sterk uitgaat van de landschappelijke kwaliteiten. De cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten als narratief aan de hand waarvan ze de opgaven voor de toekomst schetsen. Heel bijzonder. 

Tijdens ons recente werkbezoek aan de gemeente Capelle aan den IJssel zagen en hoorden we hoe belangrijk zij sociale samenhang vinden als uitgangspunt bij de transformatie van bestaande woonwijken. Daar gaan ze – de gemeentelijke overheid samen met corporaties, maatschappelijke organisaties en burgers – voor hun omgevingsvisie uit van het sociale weefsel bij de bepaling welk type woningen nog nodig is, welke voorzieningen, hoe de zorg en de mobiliteit zijn geregeld. 

Zo zie je dat provincies en gemeenten hun visies en beleid formuleren vanuit de basisvraag “Wat voor een provincie of gemeente willen we zijn?”, dus nadenken over de basiskwaliteiten in zowel hun fysieke als in de sociaal-culturele leefruimte. En daar gaat het uiteindelijk om. We doen het voor mensen; keuzes maken om wat mooi is te behouden en sterker te maken, zodat het leven prettig en gezond is.’ 

 

Gerelateerde Artikelen