Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Vergroening Beleidsnota’s Verstedelijking Woningbouw

Leefbaarheid in wijk Schollevaar in Capelle aan den Ijssel staat onder druk

Stadsvernieuwing ‘op zijn Capels’

Een gemiddelde straat in Schollevaar, Capelle aan den IJssel, weinig groen, veel steen. Beeld Edwin Lucas
Auteur Edwin Lucas

23 juni 2024 om 21:56, Leestijd ca. 11 minuten


Net als andere groeikernen uit de jaren zeventig en tachtig staat Capelle aan den IJssel voor uiteenlopende vernieuwingsopgaven. Kunnen de handreikingen van het programma Mooi Nederland helpen om de wijk Schollevaar te vernieuwen? Een reportage.

Een gemiddelde straat in Schollevaar, Capelle aan den IJssel, weinig groen, veel steen. Beeld Edwin Lucas

Dit artikel staat in ROm juni 2024, een themanummer bij de Dag van de Ruimte, gehouden op donderdag 30 mei jl. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Voor informatie over abonnementen klik hier

Behoedzaam schuifelt de bejaarde man achter zijn rollator over de Henry Moorepassage, vlakbij wijkwinkelcentrum Picassopassage in Capelle Schollevaar. Hij heeft boodschappen gedaan bij de Lidl en is nu op weg naar huis. Op deze frisse voorjaarsdag is dat goed te doen. In een hete zomer wordt dit een hitte-eiland, want ongenadig hard is de openbare ruimte tussen de hoge gevels.

‘Ik woon hier al bijna veertig jaar’, zegt de man. ‘Wat zal ik ervan zeggen? Iedereen hier wordt ouder hè. En ik woon nu alleen.’ Mogelijk is hij op weg naar de nabijgelegen buurt met straatnamen als Klaroen, Hobo of Pauk. Elders in Schollevaar vind je de straten Rigoletto, Othello en Nabucco. 

Onvoltooid

Zit er toekomstmuziek in Capelle Schollevaar? De wijk in Capelle aan den IJssel voldoet volledig aan het signalement dat Michelle Provoost schetste in haar essaybundel Een onvoltooid project (2022), over new towns als Lelystad, Almere, Nieuwegein en Capelle. ‘Groeikernen werden ooit met veel animo en ambitie gebouwd, vol met eengezinswoningen in het groen, ruimte voor kinderen om te spelen (…) Ze beleefden in de jaren zeventig een korte periode van populariteit voordat ze om allerlei redenen in ongenade vielen en er niet meer naar omgekeken werd. Ze zijn onvoltooid gebleven en hebben hun oorspronkelijke ambities niet echt waargemaakt.’

Die indruk bekruipt je als je een wandeling maakt door Schollevaar. Natuurlijk zijn er sterke punten: de groen-blauwe structuur, de centrale wandelroute, de variatie aan woningtypen, de goede ov-bereikbaarheid (een eigen NS-station). Maar naar sommige delen van de openbare ruimte is al geruime tijd niet meer écht omgekeken. Je ziet opvallend veel ouderen op straat. Sommige woonerfjes staan wel érg vol met auto’s. De centrale vijver, die in elke andere stad een hotspot zou zijn, wordt omsloten door blinde gevels. 

Vergrijzing

Net als andere Nederlandse groeikernen – waar in totaal zo’n 1,5 miljoen mensen wonen – heeft Capelle te maken met vergrijzing, eenzijdigheid (qua inkomens, opleidingsgraad en woningvoorraad) en een tekortschietende duurzaamheid. Zeker, er is groen, maar daar staan harde, stenige stukken tegenover.Groeikernen zijn overwegend autosteden met veel asfalt en parkeerruimte. Er is te weinig lokale werkgelegenheid om de gewenste mobiliteitstransitie op weg te helpen. 

Groeikernen zijn overwegend autosteden met veel asfalt en parkeerruimte

Begin maart maakte demissionair minister Hugo de Jonge ook een wandeling door de wijk. Dat was in het kader van de acht Handreikingen die zijn opgesteld in het kader van het programma Mooi Nederland, dat in 2022 van start is gegaan.

Er zijn wel binnenruimten met groen, die als ontmoetingplek dienen, maar het kan net even met wat hogere kwaliteit. Beeld Edwin Lucas

‘Wat is de sleutel om bij stadsvernieuwing kwaliteit voor elkaar te krijgen?’, vroeg De Jonge zich toen af. De handreikingen geven het antwoord. Ze reiken gemeenten suggesties aan voor inrichtingsconcepten en instrumenten om de gewenste kwaliteit te realiseren. In de Handreiking Naoorlogse wijken komt Schollevaar prominent voor. De wijk is geknipt voor het doorlopen van de daar gepresenteerde HER-cirkel (zie kader). Ook de handreikingen Stedelijke knooppunten en Groen en gezond leven in de stad bieden richtingaanwijzers voor wat er in dit deel van Capelle kan en moet gebeuren.

De HER-cirkel voor de aanpak van naoorlogse wijken

Ronde 1. Opgaven - wat speelt er

1. Her-zien: de nulmeting, hoe zit de wijk in elkaar (nu en verleden)

2. Her-ijken: welke urgenties en potenties zijn er (toekomst en verre toekomst)

Ronde 2. Ontwerpverkenningen - mogelijke oplossingen

3. Her-gebruiken: goed kijken naar wat er is en wat toekomstwaarde heeft

4. Her-nieuwen: verkennen van mogelijke oplossingen

5. Her-halen: niet het wiel opnieuw uitvinden, gebruikmaken van brede kennis en kunde

Ronde 3. Transitiepaden - de weg ernaartoe

6. Her-schalen: uitzoomen, oplossingen liggen soms buiten de plangrens

7. Her-verdelen: baten en lasten goed verdelen

8. Her-faseren: transitiepaden in de tijd zetten

9. Her-waarderen: reflectie op de match tussen opgave en oplossing

(Bron: Handreiking Naoorlogse wijken)

Brede welvaart 

‘Er moet iets gebeuren, want de indicatoren voor brede welvaart staan er niet goed bij’, erkent strategisch adviseur Max van Gils in het gemeentehuis van Capelle. ‘De sociale cohesie neemt af, de kwaliteit van de woningen is niet écht goed. Je ziet het bekende ruimtelijke sorteereffect optreden: tweeverdieners trekken weg, ouderen blijven achter. Dat maakt de wijk kwetsbaar.’

‘De leefbaarheid staat onder druk. De wijk vergrijst. Veel mensen wonen in een huis dat niet meer geschikt is’, bevestigt Peter Paul Lippinkhof, programmamanager Capelle namens Havensteder. In het zuiden van Schollevaar woont bijna de helft van de vijftigplussers in een woning die niet levensloopbestendig is.’ Havensteder, dat negen van de tien sociale huurwoningen in de wijk bezit, voelt zich sterk verantwoordelijk, voegt hij eraan toe. ‘En dan niet alleen op het gebied van vastgoed, maar ook op maatschappelijk vlak.’

Opgaven samenbrengen en oplossingen combineren

Het heeft niet zoveel zin om al die geconstateerde deelproblemen los van elkaar aan te pakken, benadrukt Van Gils. ‘Vergrijzing, nieuwbouw, verduurzaming, de kwaliteit van de openbare ruimte: alles hangt met alles samen.’ Dat is dan ook precies wat de handreikingen beogen: de dingen in samenhang zien. Wonen, economie, klimaatadaptatie, energietransitie en mobiliteit worden in combinatie benaderd, vergezeld van een concreet perspectief. Als er veel tegelijk moet gebeuren, moet je opgaven juist samenbrengen en oplossingen combineren.

Een aantrekkelijke openbare ruimte nodigt uit tot spelen en verblijf. Beeld Edwin Lucas

Knooppunt versterken

Bij het NS-station van Capelle Schollevaar zal dat vanaf 2027 zichtbaar worden. Gemeente Capelle is daar in gesprek met enkele vastgoedeigenaren, zegt Janek van Baal, projectmanager stadsontwikkeling bij de Gemeente Capelle. ‘Nu is daar een overmaat aan parkeerplaatsen, vaak op gemeentegrond. Met die grond zou je betere dingen kunnen doen. Zoals nieuwbouw van woningen voor ouderen of zorgvoorzieningen. En het mooie is: gebouweigenaren willen graag meedenken. Als wij met hen tot overeenstemming komen, kan er iets moois tot stand komen. Het wordt een chirurgische ingreep: bijbouwen, slopen, slim schuiven met functies.’ Eventueel in combinatie met verbetering van de openbare ruimte, meer groen, klimaatadaptatie, ontmoetingsplekken en een betere toegankelijkheid van het station.

Corporatie Havensteder ziet zeker kansen voor gebiedsontwikkeling rond het NS-station. ‘We denken aan nieuwbouw, ook voor betaalbare, sociale huurwoningen, liefst levensloopbestendig zodat we de doorstroming in de wijk weer op gang kunnen brengen’, vertelt Lippinkhof. Op andere plekken in de wijk is het ingewikkelder. ‘Capelle is vanouds sterk op de auto georiënteerd. De parkeernorm is nog steeds fors hoger dan in Rotterdam. Voor sociale huurwoningen wordt 1 tot 1,3 parkeerplaats per woning gevraagd. Vaak vraagt de gemeente om gebouwde parkeerplaatsen. Dat is voor ons als corporatie niet te financieren, het maakt de mogelijkheden voor nieuwbouw beperkt.’ 

Havensteder probeert dat dilemma goed aan te geven, ook in de contacten met bewoners en de politiek. Lippinkhof: ‘Woningen toevoegen kan betekenen: minder parkeerruimte. Parkeerplekken handhaven betekent: minder ruimte voor nieuwe woningen. Het gaat, zoals zo vaak, om het verdelen van de schaarste.’

De handreikingen zijn daarom nuttig, voegt hij eraan toe. ‘Ze helpen om de uitdagingen en mogelijke oplossingen in samenhang te benaderen.’ Van Baal herkent dat: ‘In de Handreiking Stedelijke knooppunten staan perspectieven die een-op-een van toepassing zijn op onze situatie.’ Eén van die perspectieven is: kijk verder dan de driehonderd meter rondom het station. Marieke de Vries, trekker van de Handreiking Stedelijke knooppunten, licht toe: ‘Er zijn veel opgaven rond stedelijke knooppunten. Maar stationsomgevingen bieden ook veel mogelijkheden. De mobiliteitstransitie heeft meer kans van slagen als je daar ruimte maakt voor werkgelegenheid of nieuwe woningen. Zorg voor een bredere blik, zoek elkaar op, dat is de kernboodschap.’

Gebiedsvisie in de maak

De gebiedsvisie voor Capelle Schollevaar is nog in de maak, maar de suggesties uit de handreikingen worden erin verwerkt, geeft Van Gils aan. ‘Een van de belangrijkste punten is het temporiseren van de investeringsbesluiten. Je moet je afvragen: hoeveel geld is met deze specifieke opgave gemoeid? Wanneer komt dat beschikbaar?’ Een voorbeeld: de scholen in de wijk verouderen allemaal tegelijk. Als je bij het vernieuwen andere opgaven en investeringsbudgetten combineert, kun je opbrengsten uit bijvoorbeeld woningbouw investeren in groen-blauwe netwerken en klimaatadaptatie.

Dat is de belangrijkste boodschap van de handreikingen, zegt Marleen de Ruiter, die bij het ministerie van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk was voor de Handreiking Naoorlogse wijken. ‘De uitdagingen zijn vaak sectoraal, de oplossing is integraal. Veel organisaties blijven sectoraal georganiseerd. Iedereen werkt met zijn eigen thema en zijn eigen budget. Maar integraal werken is een voorwaarde voor succes.’ Capelle is een voorbeeld dat het kan, zegt ze. ‘De omgevingsvisie daar gaat uit van een integrale benadering.’

‘Er zijn veel opgaven rond stedelijke knooppunten. Maar stationsomgevingen bieden ook veel mogelijkheden.' Beeld Edwin Lucas 

Havensteder zet vol in op de integrale samenwerking, zegt Lippinkhof. ‘Wij vormen actief vitale coalities met andere partijen: bewoners, de gemeente, zorginstellingen, de bij de gebiedsontwikkeling betrokken commerciële partijen én met het waterschap. Waterhuishouding is echt een issue in een laaggelegen gemeente als Capelle. Als het grondwater hoog staat in de winter, merken wij dat onmiddellijk aan het aantal meldingen over schimmel. Zo’n probleem kun je dus niet in je eentje aanpakken.’

Bewoners betrekken

Niet alle problemen zijn met de handreikingen op te lossen. Neem het gegeven dat de wijk veel koopwoningen telt, vaak ook in vve’s. Als je een wijk grondig wilt aanpakken, moet je al die individuele eigenaren meekrijgen. ‘Dat maakt het moeilijk,’ erkent Van Baal ruiterlijk. ‘We hebben daar nog geen goed antwoord op.’ Een voorgenomen ingreep zoals bij het NS-station is elders veel moeilijker, voegt hij eraan toe: ‘Een bloemkoolwijk is op de millimeter nauwkeurig ontworpen, er is weinig speelruimte.’

In Een onvoltooid project (en in het vervolg erop, 15 kansen voor onze Groeikernen, 2023) zag Michelle Provoost grote kansen voor groeikernen zoals Capelle, met onder meer het toevoegen van nieuwe woonvormen (seniorenstudio’s, knarrenhofjes, wooncoöperaties), inspelen op de klimaatcrisis, meer lokale werkgelegenheid, verdichten én vergroenen, biologische stadslandbouw en duurzaam bouwen in hout. De kritiek op de publicatie was dat deze ideeën waren bedacht door ruimtelijke experts van buiten de steden, zonder dat bewoners waren geraadpleegd. 

In Capelle gaat dat anders, zweert Van Baal: ‘We doen het op zijn Capels. Dat wil zeggen: met veel participatie. We stappen gewoon op een huisarts bij het station af, met de vraag wat de toekomstplannen zijn en of wij daarbij kunnen helpen. We nodigen mensen uit, we activeren onze netwerken in de wijk. Al die partijen kunnen de problemen goed duiden.’ Ook Havensteder gaat actief in gesprek met bewoners en partners in de wijk. 

Zit er dus toekomstmuziek in Capelle Schollevaar? Van Gils is ervan overtuigd. ‘Mits er geld bij komt. We willen in Nederland héél erg veel in de wijken van na 1965, zoals Schollevaar. Maar om echte kwaliteit te bereiken zal er geld van het Rijk bij moeten. Geld voor verduurzaming, nieuwbouw, verbetering van de openbare ruimte, noem maar op. Net als in de jaren negentig, bij de Vinex-operatie, en met het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) voor ingrepen in de bestaande stad.’

Gerelateerde Artikelen