Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Gebiedsontwikkeling Energietransitie Beleidsnota’s

Van Regie naar Energie

Auteur Jop Fackeldey

24 juni 2024 om 17:27, Leestijd ca. 3 minuten

Aan ambities geen gebrek met constateringen als “De rijksoverheid neemt weer de regie” en soms erger: “zoiets belangrijks als de energiestrategie kun je niet aan lokale partners overlaten”. In de uitvoering blijft het een samenspel.

Het valt op tal van plaatsen te lezen: “de rijksoverheid neemt weer de regie” en soms erger: “zoiets belangrijks als de energiestrategie kun je niet aan lokale partners overlaten”. Maar wat betekent dat nou in de praktijk? 

Een regisseur is iemand die “de verantwoordelijkheid neemt voor de wijze waarop een (dramatisch) werk wordt uitgevoerd”. Nou dat moet dus in ieder geval niet. Want dat uitvoeren gebeurt op decentraal niveau. De wijze waarop kun je daar prima aan overlaten.

 Ieder probleem heeft zijn eigen schaal. Dus moet je schakelen tussen de schalen

Tegelijkertijd snap ik dat het Rijk de energietransitie niet over de spreekwoordelijke schutting kan kieperen met de mededeling: red je er maar mee. Want de energietransitie houdt zich niet aan gemeente-, regio- of provinciale grenzen. Het energienetwerk doet dat niet en energiebronnen doen dat ook niet. Bovendien: niet alle problemen zijn vanuit de schaal van de wijk, stad of regio op te lossen en te verklaren. Maar ook niet alle problemen zijn vanuit nationale schaal op te lossen en te verklaren. Ieder probleem heeft zijn eigen schaal. Dus moet je schakelen tussen de schalen.

En dat kunnen we. Programma’s zoals Ruimte voor de Rivier en de Regionale Energie Strategieën (RES’en) laten dat zien. Dan is het spelletje eigenlijk heel simpel: het Rijk formuleert de nationale doelen, bakent het speelveld af, zorgt voor voldoende middelen (geld en kennis) en organiseert via wetgeving de bevoegdheden. Daarbinnen worden op het bij de opgave passende schaalniveau afspraken gemaakt over de realisatie. Bij Ruimte voor de Rivier ging dat via realisatieovereenkomsten met decentrale realisatoren, bij de RES ging dat door decentraal opgestelde en vastgestelde RES’en. En uiteraard werden die afspraken getoetst aan centraal vastgestelde en democratisch bekrachtigde doelen en resultaten. Het hoe werd aan die actoren overgelaten.

Dat kan heel goed met de energietransitie. Natuurlijk is het versterken van het hoogspanningsnetwerk een nationale opgave. Dat geldt alweer minder voor de middenspannings- en laagspanningsnetten – al zitten die wel aan elkaar vast. Ondertussen wordt in de RES-regio’s hard gewerkt aan het energiesysteem van morgen, met onder meer energyhubs of energiegemeenschappen, waarbij energie wordt opgewekt, opgeslagen, gebruikt en gedeeld. 

Energyboards, als buffer tussen Haagse regiedwang en lokale inertie

Met warmte is er net zoiets aan de hand. Heel Nederland in 2050 “van het gas af”. Nationaal stel je de randvoorwaarden, bijvoorbeeld in de Wet collectieve warmte en zorg je dat er middelen beschikbaar zijn. Maar de keuze voor collectieve en individuele warmteoplossingen is aan de gemeenten, afhankelijk van de beschikbare bronnen. Waarbij overigens nog wel een verdelingsprobleem speelt: van wie is de warmte, en hoe zorg je ervoor dat burgers écht collectief eigenaar worden van die bronnen? 

De oprichting van energyboards kan daarbij helpen. Als buffer tussen Haagse regiedwang en lokale inertie. Als daar tenminste alle spelers (overheden, netbeheerders, bedrijven, inwoners) aan tafel zitten en zo’n board het mandaat en de middelen krijgt om daadwerkelijk te sturen en te stimuleren. Dus geen papieren bestuurlijk excuusmechanisme, maar een innovatieve, energieke aanjager waar je energie van krijgt. Letterlijk en figuurlijk.

 

 

 

Gerelateerde Artikelen