Inschrijven voor nieuwsbrief
Advertentie
Woningbouw Verstedelijking Landelijk gebied Beleidsnota’s

Hugo’s erfenis

Auteur Marcel Bayer

01 juli 2024 om 07:15, Leestijd ca. 6 minuten

Dankzij Hugo de Jonge zijn volkshuisvesting en ruimtelijke ordening weer rijksbeleid. Met niet aflatende energie heeft hij tot de laatste dagen van zijn ministerschap piketpaaltjes geslagen.

Tot op de laatste dag van zijn ministerschap, ook al was hij demissionair, heeft Hugo de Jonge zijn stempel gedrukt op het beleid voor wonen en ruimtelijke ordening. Terugkijkend op de afgelopen 2,5 jaar is hijzelf vooral trots op het feit dat volkshuisvesting en ruimtelijke ordening terug zijn van weggeweest. ‘Dat hebben we met elkaar, provincies, gemeentes, bouwers, ontwikkelaars en investeerders, toch maar in heel korte tijd gerealiseerd’, benadrukte hij medio juni tijdens de Provada, de jaarlijkse vastgoedbeurs in Amsterdam. Hij gaf zijn opvolger Mona Keijzer mee: ‘Kies voor continuïteit en bouw op het fundament dat is gelegd. Heb een groot hart, zorg dat je iedereen hoort en goed luistert. Heb tegelijkertijd wel een rechte rug want je moet bestand zijn tegen de lobby, want er komt nogal wat aan je voorbij.’ 

Impulsgeld

Een fundament is er zeker gelegd. Toen De Jonge het stokje overnam van Kajsa Ollongren in januari 2022 stond er al het een en ander op de rit. Er was meer sturing op woningbouw met onder meer de Woningbouwimpuls en het opschroeven van de plancapaciteit, en gebiedspecifiek met woondeals en het aanwijzen van – toen nog - 14 grootschalige woningbouwgebieden. Op het gebied van de ruimtelijke ordening lag er een Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

De verdienste van De Jonge is geweest dat hij de uitdaging om de regie te pakken met volle overtuiging heeft opgepakt. Veel meer dan Ollongren ontpopte hij zich als een echte minister voor volkshuisvesting. Helaas nog ‘voor’ en niet ‘van’, maar dat was voor hem geen belemmering. Hij trok meteen het land in om met alle betrokken partijen – overheid én markt - te bespreken waar het vastzat op de woningmarkt. De nieuwe wind werd voelbaar in de Nationale Woon- en Bouwagenda van maart 2022, waarin overheden, corporaties, marktpartijen zich samen committeren om te werken aan meer beschikbaarheid, betere betaalbaarheid en hogere kwaliteit van woningen. 

Betaalbaar wonen zou een speerpunt worden in zijn beleid, niet alleen met nieuwbouw, ook in bestaande problematische wijken

In juni 2022 maakte het kabinet nationale prestatieafspraken volkshuisvesting met de Aedes, de Woonbond en de VNG. In oktober van hetzelfde jaar had de minister met alle provincies prestatieafspraken gemaakt om 900.000 woningen te bouwen tot 2030, en regelde daar extra geld en expertise voor om ze bij te staan bij de uitvoering. Betaalbaar wonen zou een speerpunt worden in zijn beleid, niet alleen met nieuwbouw, ook in bestaande problematische wijken. In de zomer van 2022 presenteerde De Jonge het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, als aftrap voor een langjarige betrokkenheid van het Rijk bij het versterken van 20 ‘focusgebieden’ in 19 steden. 

De Woningbouwimpuls werd doorgetrokken, zodat ook gemeenten buiten de inmiddels 17 grootschalige woningbouwgebieden projecten met onrendabele toppen kunnen opstarten. Inmiddels is er in zes ronden 1,2 miljard euro aan subsidies verstrekt aan 189 projecten en ruim 184.000 woningen Geld waarmee vooral infrastructurele ontsluiting, openbare ruimte, bodemsanering en uitplaatsing van hinderlijke bedrijven worden gefinancierd. 

Helemaal op het conto van De Jonge komt de Startbouwimpuls, die eind 2023 van start ging en waarmee over drie jaar 362 projecten die planologisch ver genoeg zijn in 145 gemeenten een extra bijdrage krijgen. Wat betekent dat uiterlijk volgend jaar de bouw van nog eens 31.000 woningen kan beginnen. Al met al zijn in 2022 en 2023 bijna 90.000 woningen gebouwd, inclusief transformatie en flex. 

Juridisch kader

Afspraken maken, masseren en stimuleren alleen is niet voldoende om de woningbouwproductie omhoog te krijgen en te zorgen voor meer betaalbare huisvesting.  Hugo de Jonge begreep snel dat aanpassing van wet- en regelgeving noodzakelijk is om partijen ruimte te geven voor investeringen en perverse prikkels in de markt ongedaan te maken. 

Een van de eerste wapenfeiten op dat front was het wetsvoorstel voor de afschaffing van de verhuurderheffing, dat hij in 2022 nog naar het parlement bracht. Woningcorporaties zouden er 1.7 miljard euro mee vrijspelen om te investeren in de bouw van nieuwe en verduurzaming van bestaande sociale huurwoningen. Per 1 januari 2023 was de afschaffing een feit. De corporaties maakten vervolgens in de regionale woondeals afspraken over hun aandeel in de woningbouwproductie. Inmiddels neemt het aantal door corporaties in onderhoud genomen en nieuwbouwwoningen gestaag toe. 

De Jonge op de Provada: 'de Wet betaalbare huur en ook die voor goed verhuurderschap en de regiewet hadden er tien jaar geleden al moeten zijn'

Dit jaar gingen de Wet versterking regie volkshuisvesting en de Wet betaalbare huur naar de Kamer. Met de eerste krijgt de grondwettelijke overheidstaak voor de volkshuisvesting weer serieus invulling. Versnelling van de vergunningverlening en ruimte voor een ‘straatje erbij’ zijn belangrijke ingrediënten. Met de tweede wordt de exorbitante stijging van de huur in de vrije sector een halt toegeroepen.

Ondanks verzet vanuit de hoek van de bouwers, ontwikkelaars en beleggers, en waarschuwingen van onder meer de Raad van State dat dit zou kunnen leiden tot verkoop van huurwoningen, zette minister De Jonge door. Hij maakte er geen vrienden mee aan de kant van marktpartijen, maar op de Provada – het ‘hol van de leeuw’ – was hij luid en duidelijk: de Wet betaalbare huur en ook die voor goed verhuurderschap en de regiewet hadden er tien jaar geleden al moeten zijn. ‘Huurders zijn in deze tijd van woningschaarste enorm vogelvrij verklaard … Ik ken alle waarschuwingen uit de rapporten, maar die zijn besteld door partijen die sowieso tegen regulering van de middenhuur zijn.’ 

Ordening

De rug recht houden dus. Iets wat De Jonge ook liet zien bij de invoering van de Omgevingswet en het terugpakken van de regie op ruimtelijke ordening. Hij kreeg provincies en gemeenten op één lijn met de woningbouwafspraken, en hield voet bij stuk als ze zich daar onderuit wilden wurmen, zoals Provincie Zuid-Holland ervoer. 

Als minister heeft De Jonge met zijn beleid voorgesorteerd op de strategische ruimtelijke keuzes die eraan komen

Als minister heeft De Jonge met zijn beleid voorgesorteerd op de strategische ruimtelijke keuzes die eraan komen. Eerst met de Contourennotitie (2023), in feite een bevestiging van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en nog geen concrete uitvoeringsagenda. Op de valreep bracht hij eind juni de langverwachte voorontwerp Nota Ruimte uit. Een extra stap als ‘voorontwerp’, mede om provincies de tijd te geven over de uitvoering na te denken, maar er staan al een aantal ‘pijnlijke keuzes’ benoemd. Het is aan minister Mona Keijzer om daar mee verder te gaan en vooral de uitvoering ter hand te nemen. Qua stijl zal ze dat anders doen dan Hugo de Jonge, die meteen energie en enthousiasme uitstraalde op de dossiers waar hij verantwoordelijk voor was, en ook graag de schijnwerper en de microfoon pakte. 

Toch geldt ook zij als een Macher.

Met dank aan collega’s Bas Dijkhuizen en Marko Faas (Stadszaken.nl en BT) 

Gerelateerde Artikelen